`Nine-eleven'

Naarmate ik langer door New York dwaal, kan ik me steeds minder goed voorstellen dat John Kerry de verkiezingen gaat winnen. Nee, ik zal geen voorspelling doen, ik zal alleen mijn gevoel – want dat is het, niet meer en niet minder – proberen te verklaren.

Misschien moet je een buitenstaander zijn om in volle omvang te ervaren hoe deze stad en dit land doordesemd zijn van `nine-eleven'. Waar je ook komt en wie je ook hoort, steeds weer duikt die beruchte datum op.

Deze week was ik op Ground Zero, dat herschapen is in een soort pelgrimsoord. Op een doordeweekse dag vergapen zich duizenden Amerikanen – de buitenlandse toeristen zijn nu in de minderheid – aan de met hekken afgezette krater van het World Trade Center. Er worden bloemen gelegd en gedichten opgehangen. Soms stuit je op huilende mensen.

De vlakbij gelegen St. Paul's Chapel, die na de aanslag als toevluchtsoord fungeerde voor de familieleden van de slachtoffers en de hulpverleners, kan de drukte nog steeds moeilijk verwerken. Het kerkje is een permanent pseudo-museum geworden, waar het nationale trauma kan worden verwerkt door middel van videofragmenten met herinneringen van ooggetuigen en allerlei memorabilia.

De man die er een winkeltje beheert, kan je perfect uitleggen waarom de witte kerkbanken zo beschadigd zijn: dat zijn de sporen van de riemen en schoenen van de reddingswerkers die uitgeput op deze banken in slaap vielen. Die kerkbanken zullen niet gauw gerestaureerd worden, ze horen bij het verhaal van `nine-eleven', dat niet vaak genoeg verteld kan worden.

Wie is er als bestuurder méér met `nine-eleven' verbonden dan de president zelf? Zelfs Kerry moest het toegeven: ,,The president did a great job.'' Bush doet dan ook niets liever dan `nine-eleven' aanroepen als de dag waarop voor hem en Amerika alles anders werd. Een citaat uit een recente toespraak: ,,Sinds die dag word ik elke morgen wakker met de vraag hoe ik ons land het best kan beschermen. Ik zal er nooit voor terugdeinzen om Amerika te beschermen, wat er ook voor nodig is.''

Hoe moet Kerry over de schaduw van die datum heenspringen? Niet Bush lijkt zijn grootste tegenstander, maar `nine-eleven'. Misschien heeft Bush een nog sterkere tegenstander – `Irak' in plaats van Kerry – maar ik kan het moeilijk geloven.

Gisteren maakte ik een wandeling van Ground Zero naar en over de nabij gelegen Brooklyn Bridge om me een voorstelling te kunnen maken van de chaos die daar die dag heeft geheerst. Wat konden de vluchtenden zien en horen van de catastrofe die zich achter hen voltrok? En wat zagen ze toen ze eenmaal over de East River waren, op de Brooklyn Heights Promenade, die boulevard die al op een normale dag een bedwelmend uitzicht op Manhattan biedt?

Het uitzicht moet op `nine-eleven' van een obscene schoonheid zijn geweest, een door de duivel bedacht spektakel. Loudon Wainwright, een van Amerika's grootste songwriters, woont in dit gebied. Hij maakte over `nine-eleven' een prachtig liedje, No Sure Way, waarin hij zijn gevoel als subwayreiziger na de aanslag als volgt beschreef: And when you are under water sometimes the mind plays tricks/ And there beneath the East River it felt like the River Styx.''