`Je wordt prudenter met inkopen'

Er stond weer oud nieuws als vers nieuws in de kranten: `Het betere boek verdwijnt uit de bibliotheken'. De openbare leeszalen, traditioneel gerund door bevlogen types en pieterspadwandelaars, zijn al decennia op zoek naar bredere lenersmarkten en wie langs een bibliotheekgebouw wandelde kon het betere boek uit het raam zien vliegen. Oudere boeken, gebonden boeken, zware boeken, boeken in het buitenlands, boeken met kleine letters, boeken met voetnoten, geleerde boeken, verstandige boeken, ze werden met containers de vensters uitgeslingerd. Er moest plaats vrijkomen voor het liefdesboek, het doktersboek, het kruiswoordpuzzelboek. Tuinboeken, knuffelboeken, zelfhulpboeken – welkom, welkom. De vlotte, leuke, sexy boeken konden niet snel genoeg worden aangedragen.

De speelhoek dook op in de bibliotheek, het meditatiecentrum, de muziekcorner, de weegschaal en de hometrainer.

De openbare bibliotheek kromp in van cultuurtempel en beschavingsinstrument tot laagdrempelig informatiecentrum. Zelf vonden de bibliotheektypes dat ze machtig eigentijds uitdijden.

Wie nu een bibliotheekgebouw bezoekt kan alleen nog met een luchtsprongetje naar binnen, zo laag ligt de drempel. Kijk omlaag in het gat van de toegangsdeur en je ziet Nieuw Zeeland liggen.

Uitgeverij Ad. Donker deelde mee dat er van de onlangs verschenen brieven van Erasmus twaalf exemplaren werden aangeschaft door de elfhonderd openbare bibliotheken die Nederland arm is. Literatuur, poëzie en geschiedenis vinden maar mondjesmaat hun weg naar het instituut dat bedoeld was cultuur toegankelijk te maken.

Bij openbare bibliotheken verlagen ze de drempel om leners sneller bij de rotzooi te laten komen. Het Kruidvat beschikt over meer cultureel besef.

Als ik in een vliegtuig iemand in een geplastificeerde bibliotheekpil zie lezen, met een blondine op de cover of een door onweerslucht overhuifde villa, dan is het onveranderlijk een Nederlander. Houden op een zomers strand, ver van huis, drie mensen met vettige handen een bibliotheekboek vast, dan zijn het drie Nederlanders. Dat Nederlanders naar rommel verlangen begrijp ik, maar ze willen hun rommel ook nog op een koopje. Zelfs hun leegte is geleend.

De Hollander wil zijn eigen boontjes doppen, maar niet zijn eigen boeken kopen.

Dat de openbare bibliotheken een culturele taak hebben is misschien een achterhaald idee. Hun rol als `volksverheffer' was tijdelijk. Daarna kwam de anti-elitaire linkserigheid. Uit die erfenis bleef alleen de concurrentie over met de inloopboekhandel. Bibliotheken kopen uitsluitend geheide successen in, want hun subsidie is gekoppeld aan de uitleencijfers.

,,Je wordt prudenter met inkopen.''

De genadeklap levert de uitspraak van Hans van Velzen, directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Elk boek, zegt hij, kan dankzij zijn nationale netwerk eenvoudig in een vestiging in een andere stad worden aangevraagd. Hij bedoelt het braaf. Het betekent dat een bibliotheek nauwelijks iets hoeft aan te schaffen en toch alles kan leveren. Zelfs voor de goeie boekhandel schiet er geen kruimeltje over. Concurrentievervalsing, marktverstoring – een lachspiegel van het bibliotheekideaal. Tijd om alle subsidies af te schaffen.