Geen tuig, maar ook geen lieverdjes

Een echtpaar is vorige week gevlucht uit een Amsterdamse buurt. Het werd weggepest door hangjongeren. ,,Maar dit is verder een normale buurt.''

Amin (16) en Rachid (16) zitten op het stenen muurtje bij het Badhuis in de Diamantbuurt in Amsterdam. Hun vaste plek. Recht tegenover de twee Marokkaanse jongens staat het huis van een echtpaar dat is weggepest. De ramen zijn dichtgetimmerd. Ze kenden het echtpaar en waren zelfs wel ,,goed met ze''. Nu zijn ze weg. Inderdaad na problemen, erkennen ze. ,,Er is iets misgegaan, maar verder is dit een normale buurt.''

De Diamantbuurt in de wijk Oud-Zuid in Amsterdam was de afgelopen dagen volop in het nieuws. De buurt zou worden geteisterd door hangjongeren, die bewoners bespuugden en intimideerden. De terreur zou zich concentreren rondom het badhuis, een monumentaal gebouw dat tegenwoordig onderdak biedt aan muziekgroepen. De buurt zou zijn verworden tot een getto waarin bewoners nauwelijks meer over straat durfden. Vorige week gingen de ruiten van het echtpaar, Bert en Marja, aan diggelen. Het stel vertrok. Op de panelen waarmee de ramen waren dichtgetimmerd verschenen daarna leuzen.

Burgemeester Cohen kondigde daarop aan harder te gaan optreden tegen de treiterende jeugd in de Diamantbuurt. Vier jongens behoorden volgens justitie tot de zogeheten harde kern. Plein- en straatverboden liggen in het verschiet.

Maar veel buurtbewoners en jongeren herkennen zich niet in het beeld dat geschapen is. Waar twee vechten hebben twee schuld, is hun idee.

Het is wat je noemt een gemoedelijke wijk, zegt Ellen (65), die in de Smaragdstraat woont. ,,Net een dorp. Je groet elkaar en maakt een praatje op straat. En als het moet, help je elkaar, jong en oud.'' Laatst nog, toen had ze de tuin opgeknapt en zat ze met zakken tuinafval. Willen jullie een handje helpen, vroeg ze wat jongeren. In een mum van tijd was de boel opgeruimd.

Ellen woont tegenover het huis van Bert en Marja, al drie jaar. Ze moest uit het nieuws vernemen dat het mis was. De terreur is haar onbekend. ,,Ik kom geregeld om één uur 's nachts thuis, zeg hallo en word vriendelijk teruggegroet.'' Want dat die jongens er 's avonds laat nog rondhangen, dat klopt. ,,Ze praten vooral heel hard en doen kaartspelletjes. Maar daar slaap ik wel doorheen.''

Het zijn er soms vijf, soms tien. Het maakt vooral uit wat voor weer het is. En in de zomervakantie zijn ze weg. Dan zitten ze allemaal in Marokko. Het enige moment van rust. Dat Bert en Marja weg zijn zal niet voor niets zijn, denkt Ellen. Ze vermoedt dat het tussen de jongeren en hen uit de hand gelopen is, nadat ze op zijn motorkap zaten. Natuurlijk moeten ze dat ook niet doen, maar het gaat er ook om hoe je ze aanspreekt. En Bert kon nogal opvliegend zijn, zegt ze.

De Diamantbuurt, 8.251 bewoners, was ooit een `witte buurt'. Tegenwoordig bieden de sociale huurwoningen onderdak aan grote Marokkaanse gezinnen, maar ook aan bijvoorbeeld Antillianen en Turken. Bijna 47 procent is niet van Nederlandse origine.

Daarmee verandert ook de cultuur, zegt Hans Zuiver, directeur van welzijnsstichting Combiwel. Zijn organisatie is onder andere actief in de Diamantbuurt. ,,Er is gebrek aan sociale samenhang. De verschillende bevolkingsgroepen leven langs elkaar heen.'' Maar wel in harmonie, zegt hij.

Van echte overlast is volgens Zuiver geen sprake. Verschillende groepen worden door elkaar gehaald, zegt hij. De vier hardekernjongeren over wie justitie repte kent hij ook. Die hangen vaak rond in de Van Woustraat en komen af en toe ook in de Smaragdstraat. ,,Ze zijn actief in het drugsmilieu.'' Maar die hebben volgens hem niets te maken met de jongeren bij het Badhuis. Die veroorzaken ook wel overlast, vooral herrie. ,,Ze schelden op elkaar en rijden met veel bombarie op scooters.''

Toch kan hij niet heen om het dichtgetimmerde huis als bewijs van problemen. Wat er die avond dat de ruiten bij Bert en Marja werden ingegooid is voorgevallen, weet hij niet. Een uit de hand gelopen ruzie, daar houdt hij het op. Tussen het echtpaar en de jongeren was al een jaar iets aan de hand. En daarvoor moeten volgens hem aan beide kanten dingen zijn voorgevallen, waarbij geregeld de term kut-marokkanen viel. ,,Natuurlijk zijn het geen gereformeerde jongeren en sommigen hebben de eerste stappen op het criminele pad al gezet, maar het is overtrokken om te spreken van een getto.''

Jenny is haast vergroeid met de buurt en woont al 28 jaar aan het Smaragdplein. Ze kent de hangjongeren bijna allemaal van gezicht. Vroeger waren het Hollandse jongeren die op straat hingen, nu zijn het Marokkanen, zegt ze. ,,Kijk, het zijn echt geen lekkertjes, en er gebeurt wel eens wat.'' Maar wat ze nu allemaal hoort. In een tv-programma herkende ze een vrouw die niet eens in de Diamantbuurt woont. ,,Die woont aan de Amsteldijk en laat hier alleen haar hondje uit. Maar praatjes heeft ze wel.'' Zelf heeft ze gezien dat er leuzen op het dichtgetimmerde huis werden geschreven. ,,Maar dat gebeurde door jongeren die ik hier nog nooit had gezien.''

Ondanks alle commotie zitten Amin en Rachid nog dagelijks op hun vaste stek bij het Badhuis. Passerende wijkagenten groeten ze keurig.

Het valt niet altijd mee om een Marokkaanse jongere te zijn, stellen ze vast. Gaat er iets mis, dan krijgen ze al gauw de schuld. Het is een stempel dat ze niet meer kwijtraken. Terwijl ze zich er echt thuis voelen. ,,Man, ik ben hier geboren. Woon hier mijn hele leven al'', zegt Amin. ,,Ik heb hier leren fietsen.''