Flores-mens in dierentuin of hotel?

Volgens het struikgewasmodel in de evolutietheorie leefden verschillende mensensoorten naast elkaar. Toch is de vondst van overblijfselen van een onbekende mensensoort onzienbarend.

De totaal onverwachte vondst van de recente dwerg-Homo erectus op Flores vormt een bevestiging van de heersende ideeën over de menselijke evolutie. Maar tegelijk is het een nieuwe confrontatie van de moderne mens met zijn directe biologische achtergrond. Want als de geruchten waar zijn, dat deze Homo floresiensis nog altijd leeft (in de vorm van de `onbekende mensapensoort' die op Sumatra zou zijn gezien), dan zal er sprake zijn van een cultuurschok zonder weerga. Zullen we een gevangen exemplaar onderbrengen in de dierentuin of in een hotel?

De vondst is een bevestiging van de wetenschappelijke opvatting dat de huidige mens slechts een van vele resultaten is van de `menselijke' evolutie. Die evolutie begint ongeveer 6 miljoen jaar geleden met de afsplitsing van de chimpanseelijn. Mogelijk bevindt de twee jaar geleden gevonden Sahelanthropus (6 à 7 miljoen jaar oud) zich op dat kruispunt. De menselijke evolutie gaat verder met het geslacht van de nog altijd chimpanseeachtige australopitheci (ca. 4,8 tot 1,5 miljoen jaar geleden) met Lucy als beroemdste fossiel. Daaruit komt ca. 2,5 miljoen jaar geleden het geslacht Homo voort, waartoe ook de moderne mens behoort (Homo sapiens). Pas in dit geslacht Homo komt de hersengroei op gang. De Homo sapiens is ca 200.000 jaar geleden ontstaan.

De evolutie die aldus aan de vorming van de moderne mens voorafging was een warboel: allerlei soorten die tegelijktijd leefden en waarbinnen de directe voorouders van Homo sapiens slechts één van de lijntjes vormden. Als contrast met het oude idee van de rechte stamboom zonder zijtakken wordt deze `warboel' het struikgewasmodel genoemd. Tot in de jaren zeventig heerste nog de overtuiging dat de menselijke evolutie zonder zijtakken uitmondde in Homo sapiens. Die opvatting hangt nu vrijwel geen enkele wetenschapper meer aan.

Dat een van die lijnen, die van Homo erectus, naar nu blijkt in Azië heeft geleid heeft tot een dwergvorm die nooit eerder bij mensachtigen is gevonden, is opzienbarend, maar past in dat model. Bij andere grote zoogdieren (waartoe de mens biologisch behoort) is dergelijke dwergvorming al eerder gevonden. Het is een typisch fenomeen voor kleine eilanden, waar minder voedsel is te vinden en minder roofdieren zijn. Door het gebrek aan natuurlijke vijanden is de grotere omvang minder noodzakelijk en door het gebrek aan voldoende voeding is die grootte ook moeilijker in stand te houden. Beroemd zijn de verkleinde olifanten en nijlpaarden op eilanden in de Middellandse zee.

Centraal in het struikgewasmodel is dat verschillende mensensoorten naast elkaar leefden, hetgeen nu dus bevestigd wordt voor zéér recente tijden. Dat deze verkleinde Homo erectus tot 13.000 jaar geleden nog leefde op het eiland, maakt de Homo floresiensis tot het symbool bij uitstek van dit model waarin de huidige mens slechts een van de vele uitkomsten van de menselijke evolutie is. Belangrijk is ook dat de variatie enorm veel groter is dan gedacht. Want tot vandaag was de laatstbekende mede-soort van ons de Neanderthaler die ca. 25.000 jaar geleden uitstierf. Deze Homo neanderthalensis leek in feite sprekend op ons, met zelfs grotere herseninhoud dan wij (gemiddeld 1500 cc, tegen een modern gemiddelde van 1.250) en ook ongeveer even groot. Vooral de groter wenkbrauwbogen, de veel robustere bouw en het ontbreken van aanwijzingen voor symboolgebruik maken de neanderthaler tot een andere soort. Nu krijgen we gezelschap van een nog recenter levende mensensoort die in herseninhoud zo naast de chimp kan staan. Ondanks de hersenverkleining heeft de floresmens een aantal kenmerken van Homo erectus behouden die de chimpansee mist: vuurgebruik, werktuiggebruik en (waarschijnlijk) systematische jacht. Of hij beschikte over een vorm van spraak is onduidelijk. Het taalvermogen van Homo erectus is omstreden.