Europa krijgt het moeilijk als Kerry wint

Mocht John Kerry de Amerikaanse presidentsverkiezingen winnen, dan is het niet ondenkbaar dat hij Europa nog meer onder druk zet om een handje te helpen in Irak dan de unilaterist Bush ooit heeft gedaan, betoogt Aleksander Smolar.

Wie de goden willen vernietigen, geven ze hun zin. Iedereen in Europa en elders op de wereld die verlangt naar een overwinning van John Kerry bij de Amerikaanse presidentsverkiezing zou deze oude Griekse wijsheid in gedachten moeten houden.

Tijdens de Koude Oorlog was Amerika de natuurlijke leider van de Atlantische gemeenschap, maar de prijs van dit leiderschap was dat de Verenigde Staten de autonomie en de invloed van hun Europese bondgenoten moesten accepteren. Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 koos president Bush voor een unilaterale buitenlandse politiek.

Het traditionele Atlantische bondgenootschap maakte plaats voor `coalities van bereidwilligen', zoals de Verenigde Staten ze noemden, waarbij `de coalitie wordt bepaald door het doel', niet door historische bondgenootschappen.

Deze politiek verdeelde Europa. Ze droeg ook bij tot diepe verdeeldheid in de Amerikaanse presidentscampagne, met als een van de krachtigste argumenten van Kerry dat hij het vertrouwen tussen Amerika en zijn bondgenoten zal herstellen; dat hij als president internationale hulp in Irak zal werven.

Amerika heeft ongetwijfeld meer bondgenoten nodig om de chaos in Irak onder controle te krijgen en een Iraakse staat op te bouwen die door de Irakezen en de rest van wereld als legitiem wordt beschouwd. Bondgenoten worden als het antwoord gezien op het tekort aan geloofwaardigheid en legitimiteit waarmee Amerika bij zijn bezetting van Irak te kampen heeft.

Maar kan een Amerika onder leiding van Kerry in Europa met een schone lei beginnen? Zal president Kerry echt bondgenoten aan de kant van Amerika weten te krijgen?

De janboel in Irak heeft tot nog meer weerstand geleid in landen als Frankrijk en Duitsland, die toch al voorop gingen in het verzet tegen de oorlog. Zelfs landen die aan de hulpkreet van Bush gehoor hebben gegeven, zoals mijn eigen land Polen, zijn nu omzichtiger in hun betrokkenheid.

Laten we de houding van Frankrijk en Duitsland eens nader bezien. Hun leiders kunnen zich bijna niet meer inhouden, zo graag willen ze een overwinning voor Kerry. Maar ze veranderen niet van politiek om Kerry te helpen winnen en ook als hij wint zullen ze dat nog niet doen.

Bij wijze van gebaar om Kerry's kansen op te voeren heeft de Duitse minister van Defensie, Peter Struck, laten doorschemeren dat zijn land misschien nog eens over de legering van troepen in Irak zal nadenken. Maar kanselier Gerhard Schröder schoot die proefballon meteen weer uit de lucht toen hij verklaarde: ,,Laat duidelijk zijn dat wij geen troepen naar Irak gaan sturen.''

Evenals de meeste Europese landen is Duitsland politiek en logistiek ook helemaal niet in staat een zinvolle strijdmacht naar Irak te sturen. Frankrijk, dat mogelijk 15.000 militairen naar Irak had willen sturen als de Verenigde Naties hun zegen aan de oorlog hadden gegeven, is even duidelijk als Schröder.

Volgens Michel Barnier, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, zullen geen Franse troepen worden gestuurd – ,,vandaag niet, en morgen ook niet''. Beide landen hebben de stellige overtuiging dat militair succes in Irak onmogelijk is.

Zullen de transatlantische betrekkingen dan even vergiftigd blijven als Kerry wint? Maakt de Texaanse branie alleen maar plaats voor de minzame voornaamheid uit Boston?

Dat is waarschijnlijk te pessimistisch. Europa kan niet openlijk `nee' zeggen tegen een verzoek van Kerry om hulp, want dat zou een klap in het gezicht zijn van de meest pro-Europese Amerikaanse president die vermoedelijk voorlopig zal worden gekozen.

Zo'n afwijzing zou niet alleen de transatlantische betrekkingen nog verder in gevaar brengen; ze zou ook de betrekkingen tússen de Europese landen op het spel zetten.

Mocht Kerry winnen, dan moet dus een compromis worden gevonden. Gelukkig is dat ook mogelijk. Allereerst moeten beide partijen hun gezicht kunnen redden door eenvoudig blijk te geven van hun goede wil.

De Europese leiders zullen Bush op dit moment vermoedelijk zelfs die bescheiden reddingsboei niet toewerpen. De werkelijkheid achter zo'n gebaar van goede wil is dat Europa een kleinschalige militaire en economische bijdrage in Irak zou leveren.

De meeste Europese leiders begrijpen hoe klein de speelruimte van Kerry zal zijn als hij wordt gekozen. Het staat vrijwel vast dat het Huis van Afgevaardigden in Republikeinse handen zal zijn, en misschien de Senaat ook wel, en dat wil zeggen dat het Amerikaanse Congres korte metten zal maken met elke vermeende poging van Kerry om de oorlog van Bush te `verkwanselen'. Dus misschien zet Kerry Europa nog wel meer onder druk om een handje te helpen in Irak dan de unilateralist Bush ooit heeft gedaan.

Maar een haalbaar compromis heeft nog een tweede, wezenlijker onderdeel: herdefiniëring van de transatlantische betrekkingen. Het kernpunt is in dit verband de gezamenlijke erkenning dat een wezenlijke transatlantische gemeenschap van waarden bestaat en dat beide partijen elkaar nodig hebben. Deze transatlantische gemeenschap moet zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de handhaving van vrede en stabiliteit in de wereld.

De Verenigde Staten moeten dit beginsel aanvaarden en erkennen dat Europa een partner is – en niet alleen een dienaar die, gewillig of onwillig, Amerikaanse bevelen uitvoert. Als de lasten moeten worden gedeeld, moeten de beslissingen ook worden gedeeld.

Dit vereist dat Amerika de geldigheid erkent van de Europese opvatting dat het Israëlisch-Palestijnse conflict het grootste beletsel voor een vreedzaam Midden-Oosten is. Van zijn kant moet Europa niet alleen laten zien dat het zich verantwoordelijk voelt voor de wereld, maar ook dat het in staat en bereid is daarnaar te handelen door substantieel bij te dragen aan de wederopbouw van Irak. De militaire middelen van Europa mogen dan beperkt zijn, maar het heeft een belangrijke ervaring te bieden bij de vredeshandhaving en de opbouw van een staat.

De vraag is of Europa werkelijk bereid is die inspanning te leveren als de wens dat Kerry wint in vervulling gaat.

Aleksander Smolar is verbonden aan de Stefan Batory-stichting in Warschau en het Centre National de la Recherche Scientifique in Parijs.

© Project Syndicate