`Direct ingrijpen bij overlast'

Woningcorporaties in het hele land hebben geregeld te maken met huurders die overlast veroorzaken. Zelden loopt het zo uit de hand als in de Amsterdamse Diamantbuurt. Snel ingrijpen, is het devies.

De Bossche woningstichting SSW verhuurt een huis aan een probleemgezin dat enkele jaren geleden zoveel overlast veroorzaakte dat SSW de familie naar een caravan aan de rand van de stad `verbande'. Inmiddels is ,,de Tokkie-familie'', zoals J. Abdul, hoofd klantenbeheer van SSW, ze zelf noemt onder verwijzing naar een van televisie bekend probleemgezin, naar een woning van de corporatie teruggekeerd. ,,Die mensen doen hun uiterste best zich goed te gedragen'', zegt Abdul. ,,Desondanks zijn ze het mikpunt van pesterijen in hun buurt. Meer dan eens zijn hun ruiten ingegooid. En ze zijn door jongeren belaagd. Het is echt heel schokkend.''

De corporatie doet er volgens Abdul ,,alles'' aan om het gezin in kwestie ,,op hun plek te houden''. Ze moet er niet aan denken dat de familie door het getreiter uit haar huis wordt verjaagd, zoals vorige week een echtpaar in de Amsterdamse Diamantbuurt gebeurde. ,,Het is in de hoofdstad uit de hand gelopen. In een groot dorp als Den Bosch moeten we dat vóór zijn. Ik denk dat dat lukt'', zegt ze.

Maar hoe? De moeder is aangemoedigd aangifte te doen, vertelt Abdul, en de wijkbeheerder van SSW bezoekt het `probleemgezin' elke dag. ,,Kunnen we de kwestie niet alléén oplossen, dan leggen we haar voor in het zogenoemde pandenoverlast-overleg met de gemeente, de politie, het openbaar ministerie en de woningcorporaties, dat maandelijks wordt gevoerd. Dat kan leiden tot lik-op-stukbeleid.''

Pesten en intimideren bestaan al zo lang er woningstichtingen zijn, leert een kleine rondgang langs corporaties. Enkele ervan wijzen, bijvoorbeeld, op incidenten in Volendam en IJsselmuiden die gelijkenis vertonen met de gebeurtenissen in de Diamantbuurt. In Volendam leegden jongeren in 1998 vuilniszakken voor de deur van een Iraaks gezin, dat eerder een molotovcocktail in zijn tuin zag gegooid. De Irakezen verhuisden. In IJsselmuiden bedreigden christelijke jongeren drie jaar lang een Afghaanse vrouw met haar kinderen – afgelopen juni vertrokken ze doodsbenauwd naar Kampen.

In beide gevallen was de politie op de hoogte, maar ze ging niet op zoek naar de onbekende daders. Volgens de branchevereniging van woningstichtingen Aedes zijn verhuurders niet in staat zulke lastpakken in hun eentje aan te pakken. ,,De betrokken corporatie in Amsterdam heeft de politie en de gemeente er vorige week met de haren bij moeten slepen'', aldus een woordvoerder van Aedes.

,,Zo'n extreem voorbeeld als in de Diamantbuurt kan ik me bij ons niet herinneren'', zegt directielid H. Rupert van Woningstichting HBS Ons Belang uit Hengelo. Hij meent dat een dergelijk exces had moeten worden vookomen: ,,Misschien heb ik makkelijk praten, maar zo'n verkeerd sociaal klimaat is toch een proces van jaren? Je moet het kunnen zien aankomen.'' Rupert legt uit dat de huismeesters en wijkbeheerders van zijn corporatie ,,de ogen en oren voortdurend open houden''. ,,Zij zijn er snel achter als op een bepaalde galerij te veel jonge Marokkanen of dealers samen zitten.''

Directeur F. Catau van woningcorporatie De Woonplaats uit Enschede noemt het voorval in Amsterdam ,,jammerlijk''. ,,Een probleem met eenzelfde intensiteit hebben wij voor zover mij bekend nooit gehad'', meldt hij. Catau legt uit dat zijn organisatie hard werkt aan het voorkomen van ,,allerlei overlast'' voor huurders. ,,We belonen goed bewonersgedrag, bijvoorbeeld door mensen drie keer per jaar een cheque van tien euro cadeau te doen. En we geven huurders met goed gedrag het recht hun woning te kopen.''

Soms beschermt een woningcorporatie haar klanten tegen medehuurders van wie zij veronderstelt dat ze hinder gaan veroorzaken. Een voorbeeld daarvan deed zich twee jaar geleden in Maastricht voor.

Bewoners van de Elektrobuurt hoorden dat ze na de sloop van hun wijk een huis zouden krijgen in het Wittenvrouwenveld, vlakbij het stadion van MVV. Vier gezinnen mochten van de gemeente en woningstichting Servatius níét meeverhuizen: die van P. Krijnen en zijn drie kinderen. Zij werden zeer tegen hun zin `verbannen' naar de rand van de stad, niet ver van de gevangenis Overmaze.

Directeur A. Verzijlbergh van Servatius, eigenaar van de woningen in de Elektrobuurt en het Wittevrouwenveld, meldde dat in het Wittevrouwenveld ,,grote weerstand'' bestond tegen de komst van de Krijnens, omdat er in het verleden ,,talloze incidenten'' met de familie waren geweest, ,,variërend van intimidatie tot fysiek geweld''.