De `spookschrijfster' van een Britse romancier

Jennie Erdal schreef in in het geheim de romans van een Britse uitgever. Nu heeft ze daarover een een boek geschreven, onder eigen naam.

In sommige kringen is een ghost writer heel gewoon. Jordan, een Brits fotomodel, en de Amerikaanse generaal die de Irak-oorlog leidde, leunden voor hun autobiografie op een spookschrijver. Die komt soms zelfs in iets kleinere lettertjes als 'co-auteur' op het omslag te staan. En een beetje politicus heeft ook een tekstschrijver in dienst.

Maar in de literatuur leek ghosting tot nu toe taboe. Dat wil zeggen, tot het verschijnen van de memoires van Jennie Erdal, waarover de Britse boekenwereld gniffelt. Erdal (1951), een gescheiden Schotse met drie kinderen, was bijna twintig jaar in dienst van de flamboyante en egocentrische Londense uitgever, schrijver en society-figuur die ze 'Tijger' noemt. Aanvankelijk deed ze alleen vertaalwerk en redigeerde ze boeken die hij uitgaf. Later hielp ze hem bij het maken van interviews die hij publiceerde; ze werkte ze niet alleen uit, maar bedacht óók de vragen. Ze schreef brieven, essays en stukken voor kranten, waaronder hij zijn naam zette.

Het bleef bij non-fictie. Maar in 1994 bedacht Tijger dat de tijd rijp was voor de grote stap. ,,We denken aan een mooie roman'', zei hij tegen zijn personal editor. ,,Een liefdesroman'' [] met veel seks, maar erg gedistingeerd. We zullen de seks prachtig doen, niet?'' Erdal had nog nooit fictie geschreven, maar ging aan het werk en langzaam groeide het boek over een zekere Carlo, wiens leven in het ongerede raakte door een affaire. Tijger vond het prachtig wat ze schreef, maar spoorde haar wel steeds aan om snel met de seksscènes te beginnen. ,,We need the jig-jig, don't you see?''.

Erdal geloofde dat ,,seks in romans meestal slechte seks [is] en het beste vermeden kan worden'', maar haar baas hield vol. Toen bedacht ze een list. Tijger had een afkeer van lichaamssappen. ,,Zijn haat tegen mensen die hoestten of snoven of sproeiden was legendarisch. Als ik de seksscènes maar vloeibaar genoeg maakte, zou hij misschien besluiten ze maar helemaal te laten vallen.''

Zo gezegd zo gedaan. ,,Ze spelen met elkaar als natte zeehondjes, terwijl hun lichamen sappige, glijdende geluiden maken'', schreef ze. ,,Hij liefkoost haar met zijn tong en weeft een zilveren spinneweb uit de draden van haar natheid''. Helaas voor Erdal gebeurde het omgekeerde. Tijger vond het prachtig en gaf haar opslag.

In 1995 kwam het boek uit. Het was Erdals romandebuut, maar op de omslag stond Tijgers echte naam: Naim Attallah. A Timeless Passion werd nog goed besproken ook. Alleen The Sunday Times dacht dat het in aanmerking kwam voor de Bad Sex Award, die de Literary Review jaarlijks toekent. Dat was een grapje. Attallah was toen eigenaar van dat tijdschrift.

Attallah, nu 73, kwam in 1949 als straatarme Palestijn naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij fortuin maakte als uitgever. Vooral door zijn oog voor de commerciële potentie van vrouwelijke auteurs, meestal meisjes met goede connecties, die hij onderbracht bij Quartet Books en The Women's Press, waarvan hij nog steeds eigenaar is.

Erdal verliet zijn dienst na nóg een roman en nadat haar tweede huwelijk was gestrand. Dat ze nu bij hem komt rondspoken, had Attallah niet voorzien. Zijn reactie, tegen de Evening Standard, was redelijk sportief: ,,Een van mijn successen is dat ik talent herken'', zei hij eerder deze maand. Hij heeft overigens toegegeven noch ontkend dat Erdal zijn romans schreef, maar houdt staande dat Erdal ,,een operetteportret'' van hem heeft gemaakt. ,,Ik herken niet wat ze schrijft, maar ik geloof in de vrijheid van de schrijver, dus ik zal mensen niet tegenhouden'', zei hij tegen The Times. ,,Maar ik voeg eraan toe dat de mevrouw die ik heb gekend wel is veranderd.''

Erdal gelooft daarentegen dat haar boek ,,een liefdevol portret is'', en afgezien van de kolderieke verwikkelingen rond de seksscènes is het ook geen karikatuur. Attallah is een bizarre man, maar ook ruimhartig. Hij geeft Erdal bijvoorbeeld een renteloze lening als ze huurproblemen heeft, en dat ze deelt in de luxe van zijn leven vindt Attallah vanzelfsprekend. Dat hun verhouding goed bleef, blijkt ook uit het feit dat ze hem een paar hoofdstukken toestuurde. Hij zou haar aanvankelijk hebben aangemoedigd en zelfs hebben aangeboden het boek uit te geven, mits ze akkoord ging met een paar door hem gesuggereerde wijzigingen. Dat deed ze niet en stapte naar Canongate, een snel groeiende onafhankelijke uitgever in Edinburgh.

Dat is de ironie van haar project: juist als Attallah's loyale spookschrijver ontdekte ze dat ze zelf wilde en kon schrijven. In dit boek heeft ze het voor het eerst onder haar eigen naam gedaan. Ze volgde haar eigen talent, al zeggen sommigen dat ze daarmee verraad heeft gepleegd aan Tijger. Maar de ironie gaat verder: Attallah wilde graag bewijzen dat hij wel zelf kan schrijven. Binnenkort komt zijn eerste echte eigen boek uit: The Old Ladies of Nazareth, een novelle over een Palestijnse jongen.

Jennie Erdal leest vanavond voor uit `Altijd een ander', de Nederlandse vertaling van Ghosting, die verschijnt bij uitgeverij Cossee. Boekhandel Van Rossum, Beethovenstraat 32, Amsterdam.