Bezige Bij `altijd een soort vriendenclub'

,,Het is hier in orde'', concludeert H.J.A. Hofland iedere keer als hij het pand van De Bezige Bij aan de Van Miereveldstraat in Amsterdam betreedt. Hofland raakte 45 jaar geleden bij de uitgeverij betrokken, een `vriendenclub' waar hij zich onmiddellijk thuisvoelde. ,,De mensen verdwijnen, maar die sfeer blijft bestaan'', vertelde Hofland in zijn feestrede bij de opening van een tentoonstelling over zestig jaar De Bezige Bij. Op 12 december 1944 werd de toen illegale uitgeverij in het geheim opgericht.

Wie de tentoonstelling in het Letterkundig Museum bezoekt, ziet als eerste een gordijn waarop een foto is afgedrukt uit 1947: koningin Wilhelmina op de stoep van de uitgeverij met de directeur, Geert Lubberhuizen. Volgens een beroemd verhaal was Remco Campert aanwezig bij dit bezoek. De jonge dichter stond nog in de schaduw van zijn vader, de schrijver Jan Campert die in 1943 was gefusilleerd. De koningin vroeg Campert of hij in de voetsporen van zijn vader zou treden. ,,Nou majesteit, liever niet'', antwoordde hij, waarop hij snel bij haar vandaan werd gemanoeuvreerd.

In 1943 werd de eerste, illegale uitgave van de Bij gedrukt, de rijmprent `De achttien doden'. Dit gedicht van Jan Campert, met een tekening van Fedde Weidema, verscheen in 500 exemplaren. Al snel was er dankzij gulle gevers 75.000 gulden bijeengebracht. Het geld werd gebruikt voor het vervalsen van persoonbewijzen en om het onderduiken van joodse kinderen te bekostigen.

De drijvende kracht was Geert Lubberhuizen, bekend onder de schuilnaam `Bas Ruys'. Een vriendin omschreef hem als `Bas busy as a bee can be'; zo ontstond de naam van de uitgeverij.

In de tentoonstelling ligt de nadruk op de oorlogsuitgaven, in totaal zeventig rijmprenten, dichtbundels, novellen en vertalingen, die onder soms gevaarlijke omstandigheden werden gedrukt en verspreid. De bekendste uitgave is de Moffenspiegel uit 1944 van `Karel Links', een boek met karikaturen van Hitler en zijn handlangers.

Het imago van `verzetsuitgeverij' zou lang na de oorlog doorwerken. Volgens de samenstellers van de tentoonstelling, Daan Cartens en Jessica Swinkels, heeft dat de aantrekkingskracht van De Bezige Bij bepaald, naast de kwaliteit van de grafische vormgeving. Jonge en veelbelovende schrijvers als Claus, Hermans en Mulisch wilden in de jaren vijftig graag hun werk bij de Bij uitbrengen. Ook nu werkt de uitgeverij nog als een magneet, getuige de recente overstap van auteurs als Mortier en Uphoff.

,,De Bezige Bij is altijd een soort vriendenclub geweest'', zegt Cartens. ,,Schrijvers die krap bij kas zaten konden altijd terecht bij Geert Lubberhuizen. Hij kocht een typemachine voor Jan Cremer, zodat hij zijn boek kon afmaken.'' De huidige directeur, Robbert Ammerlaan, benadrukte vrijdag tijdens de opening de bijzondere positie van zijn uitgeverij: ,,Nergens anders is de band tussen uitgeverij en auteur zo hecht''. Zou dat ook iets te maken hebben met de hoge bedragen die deze uitgeverij voor grote namen schijnt te betalen?

Eén vitrine is geheel gewijd aan Ik Jan Cremer (1964), met 300.000 verkochte exemplaren een ongekende bestseller voor die tijd. Heel bijzonder zijn de bladzijden uit het typoscript; uit Cremers geschreven correcties blijkt een onvermoede nauwgezetheid. Uit verschillende documenten wordt duidelijk dat Cremer zich intensief bemoeide met de promotie van het boek en het omslag. Bij een van de ontwerpen noteerde hij: `Dit omslag is te verfijnd, het moet hard en ruw, goedkoop aanvoelen, niet chique'.

In een lijst met persoonlijke relaties aan wie een exemplaar van Ik Jan Cremer gestuurd moest worden, staat ook zijn toenmalige vriendin, de actrice Jayne Mansfield. Haar adres oogt als een regel poëzie: `9840 Wonder Park Drive, Beverly Hills, California'. De verleiding is groot haar alsnog een brief te schrijven, zevenendertig jaar na haar dood.

60 jaar Uitgeverij De Bezige Bij. T/m 20 februari 2005 in het Letterkundig Museum, Prins Willem-Alexanderhof 5, Den Haag. Di-vr 10-17u, za en zo 12-17u.