Barroso verwikkeld in riskant eindspel

Zo voortvarend als José Manuel Barroso van start ging, zo moeizaam verloopt het eindspel in de vorming van zijn nieuwe Europese Commissie.

Velen hadden de verhuisdozen reeds ingepakt, maar de huidige leden van de Europese Commissie zullen hun vertrek nog even moeten uitstellen. Europa heeft hen ook na 1 november nodig, nu de beoogde nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, de Portugees José Manuel Barroso, er nog niet in is geslaagd een voor het Europees Parlement acceptabel team te presenteren.

Om een veto van het Parlement te voorkomen, trok Barroso gisteren zijn voorstel voor een nieuwe Commissie in. Hij gaat met de regeringsleiders van de 25 landen van de Europese Unie overleggen over een nieuw voorstel dat wel kan rekenen op voldoende steun van het Parlement.

Niet eerder is de vorming van een nieuw dagelijks bestuur van de Unie met zoveel horten en stoten gepaard gegaan. In juni van dit jaar konden de EU-leiders het tijdens hun reguliere samenzijn in Brussel niet eens worden over een opvolger voor de Italiaan Romano Prodi. Nadat alle droomkandidaten via wisselende coalities waren afgebrand, bleek de Portugese premier Barroso opeens de ideale compromisfiguur. Verrassend vlot stelde hij vervolgens deze zomer zijn ploeg samen.

Maar zo snel als de Portugees van start ging, zo traag verloopt nu de eindfase. Barroso liet zich gisteren wijselijk niet uit over de vraag hoe lang hij nog denkt nodig te hebben voor het vinden van een oplossing. Dat is begrijpelijk, want hij is hiervoor afhankelijk van vele andere spelers.

De grote vraag is of Barroso het probleem zal kunnen beperken tot één kandidaat-commissaris die niet het vertrouwen van het Europees Parlement geniet, of dat zijn gehele bouwwerk gaat schuiven. Dat laatste is, getuige de eerste troepenbewegingen, zeker niet ondenkbaar.

Duidelijk is dat de omstreden Italiaanse kandidaat-commissaris Rocco Buttiglione, die was voorgedragen voor de post Justitie, Veiligheid en Vrijheid en op wie de parlementaire weerstand zich concentreerde, niet op die plaats gehandhaafd kan worden. Met een andere Italiaanse kandidaat voor dezelfde portefeuille zou de zaak zijn opgelost.

Maar de Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft laten weten Buttiglione vooralsnog niet in te willen vervangen. Niet voor niets heeft hij hem weggepromoveerd naar Brussel, want in zijn fragiele coalitie dreigde Buttiglione een probleem te worden. Bovendien, als dit de uitweg was geweest om uit de impasse te komen, had Barroso haar wel eerder beproefd om het Parlement tegemoet te komen.

Barroso kan in theorie Buttiglione wel eigenmachtig een andere post toewijzen. Los van de vraag of Buttiglione daartoe bereid is, betekent dit hoe dan ook een herverdeling binnen de Commissie. Italië zal een prijs vragen voor het inleveren van de post Justitie. Dat betekent automatisch dat een ander land een veer moet laten, met dus het risico van nieuwe obstakels.

Het grootste gevaar dat Barroso nu bedreigt is dat de `vlek' Buttiglione door het wrijven van anderen een steeds grotere vlek wordt. Een eerste indicatie daarvoor gaf fractievoorzitter Pöttering van de christen-democraten direct al gisteren. Nu er over Buttiglione wordt gesproken, ligt het voor hem voor de hand dat ook andere kandidaat-commissarissen die tijdens de hoorzittingen niet het volle vertrouwen van het Parlement hebben gekregen, opnieuw worden bezien.

De eerste die daarvoor in aanmerking komt is de Hongaar László Kovács, die was voorgedragen voor de portefeuille Energie. De parlementaire commissie die hem ondervroeg, signaleerde een gebrek aan kennis van het onderwerp bij de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Hongarije. Dat Kovács ook nog sociaal-democraat is, verklaart de kritische houding van Pöttering des te meer. Want zodoende is de pijn gelijkelijk verdeeld over christen-democraten en sociaal-democraten.

Maar als het spel zó gespeeld wordt, kunnen ook de liberalen niet langer buiten schot blijven. Hun stemmen gaven immers de doorslag bij het verzet tegen Buttiglione. En dan vallen de namen van zowel de Nederlandse Neelie Kroes, als die van de Letse kandidaat-commissaris Ingrida Udre. Kroes blijft achtervolgd worden door haar rijke verleden in het bedrijfsleven. Als commissaris Mededinging die ingrijpende besluiten moet nemen over fusies en kartelvorming, loopt zij het risico veelvuldig met het verwijt van belangenverstrengeling geconfronteerd te worden.

Een bijkomend probleem voor Kroes is dat in landen als Duitsland en Frankrijk jaloers tegen haar portefeuille wordt aangekeken en dat de verbazing groot was dat het kleine Nederland zo'n cruciale post kreeg toebedeeld. In liberale kring wordt al langer gevreesd dat de machtige industrielobby in beide landen er alles aan zal doen om de vrije-marktaanhanger Kroes van de portefeuille af te halen. Daarmee vergeleken is Ingrida Udre een minder interresante prooi. Zij heeft te maken met verhalen over dubieuze partijfinanciering toen zij nog actief politicus in Letland was.

Barroso wilde en kon gisteren niet zeggen hoe groot de verbouwing van zijn Commissie zal uitvallen. Hij zei slechts ,,noodzakelijke en afdoende'' wijzigingen te willen aanbrengen. Een nieuwe confrontatie met het Parlement zal hij in elk geval willen voorkomen. Vandaar dat hij ook de aanvoerders van de grote partijen in zijn zoektocht zal betrekken.

Veel moeilijkheden van de kant van het Parlement lijkt Barroso niet te hoeven verwachten. Dat is ervan overtuigd door Barosso's knieval gisteren de hoofdprijs te hebben binnengehaald. Het Parlement is immers eindelijk een keer serieus genomen. En daar was het uiteindelijk toch allemaal om begonnen.

Het is nu aan Barroso om op zijn beurt te ontdekken hoe serieus hij door de regeringsleiders wordt genomen.