Wie wil er nog aan de werkbank staan?

De afgelopen twee jaar verdwenen er 14.000 banen in de Nederlandse metaal- en elektro-industrie. Toch is er een tekort aan geschoolde technici. ,,Als je in een VMBO-klas vraagt wie er in de metaal wil gaan werken, steken er één of twee hun vinger op.''

Stephan van Leijenhorst (19) is gereedschapmaker in opleiding bij Polynorm, producent van carosseriedelen van auto's. In de fabriek in Bunschoten, waar 1.000 mensen werken, sleutelt hij aan grote persvormen, die gebruikt worden om plaatstaal in de vorm van bijvoorbeeld een autodeur te persen. ,,Deze persvorm is nu in de revisie. We halen alle bewegende delen los, zodat we alles kunnen slijpen en vlakfrezen.''

Van Leijenhorst heeft een halfjaarcontract bij Polynorm en gaat één dag per week naar de School voor Beroeps- en Bedrijfsopleidingen, een onderdeel van het Regionaal Opleidings Centrum in Amersfoort. Daarvoor volgde hij VMBO Techniek en een tweejarige opleiding tot bankwerker op de eigen bedrijfsschool van Polynorm. ,,Ik word nu opgeleid voor de gereedschapmakerij en hopelijk kan ik hier na mijn opleiding blijven werken.''

In beginsel is dat wel de bedoeling, zegt hoofd personeelszaken Jan Sloof van Polynorm. ,,We gaan natuurlijk geen mensen opleiden om ze daarna naar de concurrent te zien vertrekken.'' Intern personeel opleiden is kostbaar, zegt Sloof. ,,Gereedschappen maken is zeer specialistisch werk. De opleiding duurt twee jaar en daarna moet iemand ten minste twee jaar in de praktijk werken voordat hij zelfstandig kan werken. Iemand staat dus vier jaar op de loonlijst, voor hij zichzelf begint terug te verdienen.''

Eigenlijk is geen enkele scholier die van het VMBO of de MTS komt direct inzetbaar, volgens Sloof. ,,Ze hebben altijd nog een interne opleiding nodig, ook voor relatief eenvoudige arbeid zoals het werken aan een persstraat.'' Het niveau van instromers wordt steeds lager. ,,Vroeger had je nog LTS Metaal, waar leerlingen een heleboel basisvaardigheden opdeden. Maar tegenwoordig heb je alleen nog VMBO Techniek, en dat is zo breed opgezet dat ze metaalbewerken hier pas voor het eerst leren.''

Uit de eerder dit jaar verschenen arbeidsmarktmonitor voor de metaal- en elektrotechnische industrie, opgesteld door het researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt van de universiteit van Maastricht in opdracht van metaalwerkgeversvereniging FME-CWM, blijkt dat de werkgelegenheid in de sector fors krimpt. In 2002 en 2003 verdwenen er 14.000 banen in de metaal en elektro en de komende vijf jaar zullen er naar verwachting nog eens 33.000 arbeidsplaatsen vervallen, bijna 10 procent van het totaal.

Toch blijven er altijd genoeg vacatures in de sector, zo blijkt uit het rapport. Door de vergrijzing van het personeelsbestand gaan veel werknemers met pensioen, waardoor er een behoorlijk constante vervangingsvraag is. Die uitstroom neemt de komende jaren alleen maar toe. De werkgelegenheid die verdwijnt, bestaat vooral uit laaggeschoold werk, dat wordt geautomatiseerd of verdwijnt naar lagelonenlanden. De vraag naar geschoolde technici is onverminderd hoog.

Een enquête onder 450 bij FME-CWM aangesloten bedrijven wijst uit dat de bedrijven de arbeidsmarkt wel als minder krap ervaren dan enkele jaren geleden, maar dat ze hun vacatures niet sneller vervuld krijgen. Het aantal moeilijk vervulbare vacatures is vorig jaar zelfs gestegen ten opzichte van 2002 en bijna de helft van de vacatures heeft betrekking op functies waarvoor het aanbod van geschikt personeel tekortschiet, aldus het onderzoek.

Polynorm heeft met name behoefte aan MTS'ers en VMBO'ers met een vervolgopleiding, zegt Sloof. ,,Doordat veel werk dat vroeger met de hand gebeurde nu geautomatiseerd is, is het gemiddelde opleidingsniveau dat nodig is om hier te kunnen werken gestegen.'' Dat betekent niet dat Polynorm geen VMBO'ers meer nodig heeft. ,,Je vindt geen MTS'ers die aan een persstraat willen staan. Daarvoor heeft iemand met een afgeronde MTS-opleiding genoeg alternatieven. MTS'ers willen zich liever specialiseren of doorgroeien naar een leidinggevende functie. Dus we kunnen niet zonder VMBO'ers.''

Ondanks het inzakken van de economie moet Polynorm nog altijd actief werven op scholen in de regio om aan genoeg personeel te komen. ,,Er is wel wat meer aanbod dan een paar jaar geleden, maar er is permanent een tekort aan gekwalificeerd personeel. Dat komt doordat er onder scholieren weinig animo is. Als je in een VMBO-klas met twintig leerlingen vraagt wie er in de metaal wil gaan werken, steken er één of twee hun vinger op.'' Dat imago is onterecht, zegt Sloof. ,,Je kunt bij ons zeker zo veel verdienen als achter de balie bij een bank en wij bieden meer mogelijkheden om bij te scholen en door te groeien.''

Directeur personeelszaken Wim den Herder van Eaton Electric (het vroegere Holec) herkent het probleem. ,,Wij zijn ook continu op zoek naar gekwalificeerde technici op alle niveaus en dat kost soms behoorlijk wat moeite.'' Het bedrijf in Hengelo, dat 1.100 werknemers telt, produceert energiedistributiesystemen, zoals verdeelstations en schakelkasten. ,,Wij hebben veel ingewikkeld assemblagewerk en we produceren ook een deel van de onderdelen zelf, wat vaak specialistisch werk is. Je moet veel van energietechniek weten om dat te kunnen.''

Holec had jarenlang het imago dat er weinig toekomst in het bedrijf zat. ,,Voor een deel was dat terecht, want we hebben vijftien jaar van saneringen en reorganisaties achter de rug. De afgelopen jaren was er alleen uitstroom van personeel, geen instroom. Sinds we vorig jaar zijn overgenomen door het Amerikaanse Eaton groeien we weer en nemen we ook weer mensen aan.''

Om de instroom van nieuw personeel veilig te stellen, biedt Eaton Electric stage- en werkervaringsplaatsen aan scholieren aan en neemt het bedrijf deel aan een jeugdwerkplan voor de regio Twente. ,,We hebben eens goed in de bestanden van het plaatselijke Centrum voor Werk en Inkomen gekeken en daar bleek een heel behoorlijk aantal mensen in te zitten met voldoende kwalificaties, die om de een of andere reden toch niet aan de bak kwamen. Daar verbaasden we ons wel een beetje over.''

Inmiddels heeft Eaton tien werkplekken beschikbaar voor schoolverlaters om ervaring op te doen. Daarnaast volgen achttien mensen een interne praktijkopleiding die ze combineren met één dag per week theorie aan het ROC. ,,Zo iemand is bijvoorbeeld na twee jaar elektromonteur'', zegt Jan Braaksma, die bij Eaton Electric de praktijkopleidingen verzorgt. Om daar mensen voor te werven, bezoekt hij scholen en staat hij op open dagen van beroepsopleidingen.

Het aanbod schommelt volgens Braaksma. ,,Een jaar of zes, zeven geleden hadden we een stuk of twintig aanmeldingen per jaar, drie jaar geleden hadden we er maar één.'' Dat was midden in de ICT-hausse. ,,Niemand wilde toen nog met zijn handen werken, iedereen wilde achter een computer zitten. Pas nu het slecht gaat in de ICT-branche komen ze weer hier. Dit jaar hadden we acht aanmeldingen. Dat is een redelijk aantal.''

Volgens de arbeidsmarktmonitor zien bedrijven in de metaal- en elektro-industrie het tekort aan goed opgeleid personeel als hét probleem van de sector. Die factor stimuleert de uitstroom van werkgelegenheid naar landen in Oost-Europa en Azië, omdat personeel daar niet alleen goedkoper, maar ook beter opgeleid is. Een ruime meerderheid van de bedrijven zegt echter zijn productie liever niet naar lagelonenlanden te verplaatsen, omdat ze veel geïnvesteerd hebben in hun productiefaciliteiten in Nederland en omdat ze dicht bij hun afzetmarkt willen blijven zitten. Ze hebben wel voldoende gekwalificeerd personeel nodig.

Om scholieren te interesseren voor technische beroepen, moeten bedrijven er zelf voor zorgen dat ze een aantrekkelijke werkgever zijn, zegt Jan Sloof van Polynorm. ,,Ook als je mensen beter betaalt, wil dat niet zeggen dat ze niet toch liever een kantoorbaan hebben. Dan heb je geen ploegendiensten, je hoeft geen overall aan en je staat niet tussen lawaaierige machines. Je zult mensen duidelijk moeten maken dat techniek interessant is en dat er genoeg toekomstperspectief in zit.''

Martin Kornet (21) ziet wel toekomst in de metaalbewerking. ,,Ik wil hier graag bij de onderhoudsdienst gaan werken.'' Kornet zit op de bedrijfsschool van Polynorm, waar hij een tweejarige opleiding tot onderhoudsmonteur volgt. ,,Ik kan hier stage lopen in de fabriek en meelopen met de mannen die storingen verhelpen.'' Hij heeft geen technische opleiding gevolgd. ,,Ik zat op de MAVO. Maar ik heb wel veel affiniteit met techniek, want mijn grote hobby is het sleutelen aan brommers.''

Het met goed gevolg afronden van de bedrijfsschool betekent nog geen baangarantie, zegt Kornet. ,,Als je het hier goed doet, is de kans groot dat ze plek voor je hebben. Maar het kan natuurlijk ook dat ze niemand nodig hebben op het moment dat ik klaar ben met de opleiding. Gelukkig haal ik hier een diploma. Dus ik kan ook buiten Polynorm terecht.''