Vrijheid als hoofdprijs

Hoe verandert een prijs of onderscheiding je leven? Acht winnaars geven antwoord. Vandaag bioloog Ronald Plasterk, die aan de Spinozaprijs (1,3 miljoen euro) veel innerlijke rust ontleent.

Met zekere regelmaat verschijnt hij op televisie. Zijn assistenten-in-opleiding noemen hem daarom wel eens schertsend `de Waku Waku professor', naar de dierenquiz waaraan altijd bekende Nederlanders meededen. In die kwalificatie ziet bioloog Ronald Plasterk (1957) geen kwaad. Wel heeft hij moeite met vakgenoten die menen dat zijn tweewekelijkse optreden in het discussieprogramma Buitenhof afdoen aan zijn wetenschappelijke prestaties. Dat overkomt hem af en toe en daar heeft hij ,,een grondige hekel'' aan, zegt Plasterk in zijn werkkamer in het Utrechtse Hubrecht Laboratorium voor ontwikkelingsbiologie, waar hij sinds 2000 de scepter zwaait.

Het winnen van de NWO Spinozaprijs 1999 heeft gelukkig voor een buffer gezorgd. De jury van de in wetenschappelijke kringen felbegeerde prijs oordeelde dat Plasterk `een van de meest briljante, ondernemende en aansprekende onderzoekers op het gebied van de moleculaire biologie in Nederland' is. ,,Dus áls vakgenoten vragen: `doe jij naast al dat tv-werk nog serieus onderzoek,' dan hoef ik mij niet meer te verdedigen. Voor mezelf dan hè, want ik zal nooit hardop tegen zo iemand zeggen dat ik een serieus onderzoeker ben. Ik zal hooguit bij mezelf denken: wie ben jij nou, snuiter? Ik publiceer vaker in Nature dan jij!''

De Spinozaprijs bracht hem ,,innerlijke rust'', zegt Plasterk, die naast directeur van het Hubrecht Laboratorium ook hoogleraar Ontwikkelingsgenetica aan de Universiteit van Utrecht is. Maar dat niet alleen. Als wetenschapper kan hij zich sinds het winnen van die onderscheiding veel meer vrijheid permitteren.

Aan de prijs was een geldbedrag van zo'n drie miljoen gulden verbonden. En dat geld fungeerde de afgelopen vijf jaar als garantstelling voor nieuwe projecten. Plasterk: ,,Dat zit zo: als wetenschappers subsidie willen, moeten ze eerst een gedetailleerd plan indienen. Vervolgens wachten ze een jaar, of langer, op een beoordeling. Dankzij die prijs kan ik nu onderzoekers aantrekken voor projecten die te zijner tijd misschien gesubsidieerd worden. Dat geeft mij een enorme vrijheid van handelen.''

Hij geeft twee voorbeelden. ,,Ik werk al vijftien jaar aan C. elegans, een nietig wormpje, dat de functie van de menselijke genen helpt ontsluieren. Al geruime dacht ik: ik zou best ook eens iets met zebravissen willen doen. Nou, dat is er door die prijs eindelijk van gekomen.'' Plasterk geeft nu ook leiding aan een groot Europees netwerk van zebravisonderzoekers, waardoor hij een prominente rol in dit onderzoeksveld heeft gekregen. ,,Dat was niet gebeurd als ik die prijs niet had gewonnen.''

Dankzij het geld van de Spinozaprijs konden medewerkers van het Hubrecht Laboratorium ook ,,snel inspelen'' op het baanbrekende onderzoek van de Amerikaanse bioloog Andrew Fire. Plasterk: ,,Fire heeft ontdekt hoe je genen kunt `stilleggen' – en dus hun functie kunt bepalen. Een belangrijke ontdekking, waarvoor hij dit jaar de Heinekenprijs van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen ontvangt. En ik sluit niet uit dat hij ook de Nobelprijs in de wacht sleept. Dat wij samen met zijn onderzoeksgroep onderzoek konden doen en samen met hem hebben gepubliceerd, kwam mooi uit.''

Maar denk vooral niet dat Plasterk hunkert naar prijzen en prestige. ,,Integendeel. Ik heb nooit iets geambieerd en dat bevalt me tot nu toe goed. Gewoon je best doen, en wachten op wat het leven brengt – en dat is mij tot nu toe reuze meegevallen.''

Onderzoekers die in oktober aan de telefoon gekluisterd zitten in de hoop dat het Nobelcomité belt vindt hij ,,eigenlijk een beetje zielig''. Stellig: ,,Zo'n wetenschapper zal ik nooit worden. Waarom? Een Nobelprijs verdien ik sowieso niet, maar los daarvan zit ik niet graag in de vragende rol. Misschien kent u dat verhaal van Orpheus en Eurydice? Orpheus kon zijn geliefde uit de onderwereld ophalen, op voorwaarde dat hij niet naar haar zou kijken tot ze boven waren. Hij keek wél en toen raakte hij haar kwijt. Te gretig geweest. Wat ik daar mee wil zeggen? Wie té graag iets wil, graaft zijn eigen graf.''

Over twee weken: secretaresse-van-het-jaar Anne van der Weijden