Veelpleger heeft veel hulp nodig

`Veelplegers' of `draaideurcriminelen' worden gezien als een van de moderne plagen van onze samenleving. Het begrip `veelplegers' is niet alleen synoniem geworden voor onveiligheid en onleefbaarheid, ze zijn ook de metafoor geworden van de onmacht van de overheid om maatschappelijke problemen effectief aan te pakken. Die onmacht steekt temeer omdat veel burgers het gevoel hebben dat zíj om elk wissewasje beboet worden, terwijl veelplegers vrijuit gaan. Wie een verklaring zoekt voor de huidige maatschappelijke verharding en de afnemende tolerantie, zal terecht de vinger wijzen naar het fenomeen van de veelplegers.

Het is zo bezien niet verwonderlijk en het is terecht dat het kabinet-Balkenende en in het bijzonder minister van Justitie Piet-Hein Donner de groep veelplegers consequenter gaat aanpakken. Zo zullen veelplegers na tien overtredingen automatisch voor twee jaar in de cel belanden. Maar het kabinet doet het ten onrechte voorkomen dat daarmee automatisch het probleem van de veelplegers is opgelost.

Er zijn in ons land ruim 19.000 veelplegers van 18 jaar of ouder tegen wie in totaal meer dan 10 keer proces-verbaal is opgemaakt. Het betreft overwegend mannen die met name actief zijn in de grote steden. Zij plegen delicten als autokraken, inbraken, zakkenrollerij en winkeldiefstal. Van de actieve veelplegers is 80 procent verslaafd aan harddrugs, alcohol en/of gokken en lijdt daarnaast aan een psychische stoornis.

Het gaat bij veelplegers dus niet om balorige jongeren. Vooral de harde kern van 6.000 zeer actieve veelplegers zorgt voor veel overlast en voor gevoelens van onveiligheid op straat. In de nota `Naar een veiliger samenleving' kondigde het kabinet aan een reductie van de criminaliteit en overlast te willen

bewerkstelligen van uiteindelijk 20 tot 25 procent. De intensieve aanpak van de harde kern veelplegers is hier onderdeel van.

Het eerste gevolg van het kabinetsbeleid is dat in de huidige praktijk de politie veelplegers voorlopig hun gang laat gaan. De politie gaat anticiperen op deze wetgeving en gaat overtredingen `sparen'. Want na tien keer is het raak. Dan kan de veelpleger voor twee jaar de bak in. Dat de samenleving en de potentiële veelpleger in de tussenliggende tijd niet door middel van verslavingszorg tegen zichzelf in bescherming wordt genomen, lijken weinigen te beseffen. In feite ontvangen de dieven een steel-10 strippenkaart. De politie calculeert zo ten koste van onze veiligheid en het welzijn van een veelal verslaafde en/of psychiatrisch gestoorde crimineel.

Het tweede gevolg van dit beleid wreekt zich door het uitblijven van extra middelen voor het begeleiden van veelplegers tijdens hun verblijf in de gevangenis.

In het debat over het voorkomen van criminaliteit wordt vaak de slogan tough on crime, tough on the causes of crime gehanteerd. Dus: misdaad streng straffen en de oorzaken van misdaad eveneens hard aanpakken. Bij het laatste denkt men vaak aan allerlei sociaal-maatschappelijke projecten in het onderwijs en de buurt. Wat veel politici en bestuurders lijken te vergeten, is dat de meest effectieve invulling van tough on the causes of crime plaats kan en moet vinden met deze potentiële dadergroep. We hoeven de potentiële daders niet eens op te sporen. In plaats een perpetuum mobile van politieagenten met zwaailichten die maar achter veelplegers aan blijven rennen, kan juist door middel van drang en dwang de groep veroordeelde veelplegers begeleid worden en door de verslavingszorg weer op het rechte pad komen.

Uit ervaringscijfers blijkt dat van de niet behandelde gevangenen 95 procent terugvalt in hun oude gedrag van wetsovertredingen. Van de behandelde criminelen bij de verslavingszorg in Utrecht en Den Haag blijft gemiddeld ruim 70 procent op het rechte pad. De kern van deze aanpak is het verlenen van maatwerk, zorgen dat mensen begeleid en geholpen worden.

Willen we meer veelplegers langer opsluiten, dan zal dat altijd gepaard moeten gaan met toename van de begeleidingscapaciteit. Het gaat erom de Nederlandse samenleving veiliger te maken. Dat betekent investeren in maatregelen die recidive helpen voorkomen. Met niet meer dan 15 miljoen euro voor de verslavingszorg kan het kabinet een criminele ramp in de winkels, buurten en straten van de grote steden voorkomen. Doet het kabinet dat niet, dan zijn de veelplegers weliswaar even van de straat, maar komen ze zonder enige verbetering in hun gedrag en opnieuw massaal terug in de samenleving. Er zullen in 2007 en daarna naar schatting ruim 30.000 onbehandelde ex-gevangenen de straat op stromen.

Professionele begeleiding is essentieel om hen en de samenleving tegen zichzelf te beschermen. Zo dring je criminaliteit terug en krijgen verslaafden weer de kans op een menswaardig bestaan.

Gerard van der Meer en Krijn in 't Veld zijn respectievelijk directeur en voorzitter van de Stichting Verslavingsreclassering. Deze organiseert vanavond een debat over de maatregelen van minister Donner om de criminaliteit terug te dringen. Aanvang 17.30 uur in het Haagse perscentrum Nieuwspoort.