Turkse chauffeurs schietschijf in Irak

Aan de grens tussen Turkije en Irak heerst angst. Turkse vrachtwagenchauffeurs zijn bang dat ze in een lijkzak uit Bagdad terugkeren. ,,Ik kuste de grond als ik terug was in Koerdistan''

Vrachtwagenchauffeur Seydan uit Urffa was verzot op zijn vrouw en kinderen. Zo verzot, dat hij altijd na het afleveren van zijn vracht in Irak direct terugreed naar Turkije. Zo ook die fatale dag. ,,Wacht nog even'', zeiden de andere truckers die, net als Seydan, diesel voor het Amerikaanse leger vanuit Turkije naar Irak hadden gebracht. ,,We zijn met zijn twintigen. Als we allemaal gelost hebben en we gaan samen terug, is het minder gevaarlijk.'' Maar Seydan wilde per se gaan. Een paar uur later vonden ze hem, op de snelweg. Hij hing over het stuur, bloed druppelde uit zijn slapen: Seydan zou zijn geliefde Urffa nooit meer zien.

Trucker Mehmet Pektas heeft het er zichtbaar moeilijk mee als hij het verhaal vertelt. Seydan was een vriend van hem en samen hadden ze er heel wat kilometers tussen Irak en Turkije opzitten. Maar door de dood van zijn vriend brak er iets in hem: hij gaat niet meer naar Irak. Als de moslimextremisten je vandaag niet te grazen nemen, zegt Mehmet, dan toch wel morgen en als het morgen niet lukt, dan wel volgende week: als Turkse trucker heb je in Irak een zeker rendez-vous met de dood.

Natuurlijk was Irak altijd moeilijk, vertelt Mehmet, en eigenlijk begonnen die problemen al in Turkije. Daar stopt de verkeerspolitie alle vrachtauto's die op weg zijn naar Irak en vraagt steekpenningen. Vervelend, maar niets vergeleken bij wat je in Irak te wachten staat. Als je goederen vervoert voor de Amerikanen, ben je een schietschijf voor moslimextremisten. Kogels, stenen, raketten – Mehmet heeft ze allemaal langs zijn cabine zien komen. Maar dat is niet het enige probleem in Irak. ,,Je hebt ook gewone bandieten'', vertelt Mehmet. ,,De vaders vragen je om geld en als je dat dan niet geeft, staan hun kinderen iets verderop klaar om stenen door je voorruit te gooien.''

De laatste reizen was Mehmet zo bang dat hij 's nachts van pure ellende in zijn vrachtauto bleef. Hij stopte zich vol met chocolade en bananen in de hoop zo wakker te blijven. Een pistool had hij niet. ,,Dat wordt direct bij de douane in beslag genomen'', zegt hij. En dus kon hij in zijn cabine alleen maar hopen dat de nacht zonder problemen voorbij zou gaan en hem een nieuwe dag gegeven zou zijn. ,,Ik kuste de grond als ik terug was in Koerdistan'' [Noord-Irak, red.], vertelt Mehmet. ,,Als je daar kwam was het gevaar geweken en wist ik dat ik het weer had gered.''

Toen de eerste Turkse gijzelaar in Irak in augustus werd gedood, veroorzaakte dat grote ophef in Turkije. De vakbond van vrachtwagenchauffeurs liet weten geen goederen meer naar Irak te zullen vervoeren. Vorige week nog riep de minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, zijn landgenoten op om alleen in het geval van uiterste noodzaak de grens over te steken. Maar bij diezelfde grens staat nog steeds een rij vrachtwagens van op zijn minst vijf kilometer. ,,Ik rij alleen nog maar tot Zakho'', vertelt vrachtwagenchauffeur Sefer. Zahko ligt net aan de Iraakse kant van de grens in Koerdistan. ,,Verder ga ik niet. Maar ik heb arme collega's die toch nog altijd doorrijden naar Bagdad, hoe groot de gevaren ook zijn.''

En zoals vaak in Turkije ligt daar de crux – bij het geld. ,,Ga niet'', zei Mehmets vrouw iedere keer als hij naar Irak vertrok. ,,Maar schat'', zei hij dan, ,,we hebben het geld nodig, dat weet je toch zelf ook?'' Mehmet woont in Diyarbakir, een stad in het zuidoosten van Turkije waar de werkloosheid zo hoog is dat meer dan de helft van de beroepsbevolking thuis of in het koffiehuis duimen zit te draaien. Toen hij op Irak reed, verdiende hij per maand (met toeslagen en al) ongeveer een miljard Turkse lire (540 euro). Voor Turkse begrippen is dat het salaris van een koning – maar dan wel van een koning die op reis altijd aan het gevaar van onthoofding wordt blootgesteld.

Pikant genoeg is Irak niet alleen voor Turken een spel met de dood geworden: steeds meer Koerden uit Noord-Irak komen naar Turkije om daar zaken te doen omdat zij de `Arabische' gebieden in hun eigen land niet meer binnen durven te gaan. ,,In Irak zelf heb je voldoende cementfabrieken”, zegt de Noord-Iraakse trucker Süleyman. ,,Maar toch komen wij het hier in Turkije halen.'' Zijn collega vult aan: ,,Een imam heeft vorige week gezegd dat het doden van één Koerd gelijk staat aan het liquideren van twee Amerikanen.''

Maar zelfs zulke dreigementen verhinderen veel truckers niet de reis naar het zuiden toch te maken. Diesel, levensmiddelen, zelfs prefabs – het komt allemaal via Turkije naar Irak. En zolang de Amerikanen betalen, zijn er in een arm land als Turkije altijd vrachtwagenchauffeurs die hun leven zullen wagen. ,,Als er een rij is aan de grens'', aldus Mehmet, ,,beginnen de chauffeurs elkaar altijd verhalen te vertellen over wat ze in Irak hebben meegemaakt.''

De trucker uit Irak zucht. ,,Als er weer een chauffeur in Irak was vermoord, ging dat als een lopend vuurtje door de rij heen.'' Maar welk nieuws er ook komt, niemand uit de rij start zijn truck en keert om. ,,Ik ben veel armer nu ik niet meer naar Irak rij'', zegt Mehmet, ,,maar ik weet wel dat ik morgen nog leef.''