Sharon wint cruciale slag in Knesset

Premier Sharon heeft de historische `opdracht' binnen de Gazastrook te ontruimen. Maar er kan nog veel mis gaan voordat de laatste Israëlische soldaat en de laatste joodse kolonist weg zijn.

Na een reeks nederlagen in zijn eigen partij en symbolische vernederingen in de Knesset heeft de Israëlische politicus/generaal Ariel Sharon een cruciale overwinning behaald. Voor het eerst in 37 jaar heeft het Israëlische parlement ingestemd met de ontmanteling van nederzettingen en militaire installaties in de Gazastrook.

In principe zal in de loop van volgend jaar een einde gemaakt worden aan ,,de bezetting'' (Sharon zelf) van de verdoemde strook land tussen Israël en Egypte; een schraal stuk duinlandschap, een gevangenis voor 1,4 miljoen sterk verarmde Palestijnen. De uitslag van de stemming in de Knesset is in de eerste plaats een overwinning op wat Sharon de ,,messianistische stroming'' onder de kolonisten noemt. Al jarenlang wordt de Israëlische politiek ter rechterzijde gedomineerd door een hyperactieve, zeer gemotiveerde minderheid. Deze minderheid kanaliseerde via Likud en de Nationale Religieuze Partij miljoenen dollars naar de bezette gebieden en weerstond met grote hardnekkigheid de internationale druk om de uitbreiding van nederzettingen te staken.

Geen andere politicus dan een figuur als Sharon moet in staat geacht worden tegen de wil van deze beweging in te gaan. Als generaal joeg Sharon in 1972 in de olijf- en sinasappelboomgaarden van de verdoemde Gazastrook op guerrillastrijders van de PLO. Als minister van Landbouw en later van Defensie bouwde hij aan de nederzettingen, ,,de dorpen'' en de militaire fortificaties – immers Netzarim of Kfar Darom waren net zo belangrijk voor de existentie van de joodse staat Israël als Tel Aviv of Jeruzalem. En tot begin 2003 verzekerde hij een ieder dat hij de ,,edele, dappere pioniers'' nooit in de steek zou laten.

Veel van de politieke opwinding van dit moment is terug te voeren op het onbegrip over de gedeeltelijke metaformose van Sharon en over zijn parlementaire bulldozertactiek. Een minister die tegenstemt, wordt gewoon ontslagen. Zijn traditionele aanhang heeft zijn snelle ommezwaai simpelweg niet kunnen en willen volgen. Zoals ook zijn linkse tegenstanders – met uitzondering van zijn vriend Shimon Peres – de koerswijziging van de houwdegen nog steeds niet helemaal hebben kunnen doorgronden en zich hoogst ongemakkelijk voelen nu zij Sharon moeten steunen. Dat gaat tegen hun intuïtie in.

De verklaring is echter tamelijk overzichtelijk. Sharon is tot de conclusie gekomen dat ,,de bezetting'' van de Gazastrook onhoudbaar is. De kostprijs voor het handhaven van een handjevol orthodoxe kolonisten is in militaire, economische en internationaal-politieke termen te hoog geworden. Bovendien wil Israël de verantwoordelijkheid voor 1,4 miljoen Palestijnen om demografische, veiligheids- en financieel-economische redenen niet aanvaarden. Wie immers erkent bezetter te zijn, moet volgens internationale verdragen ook voor de bevolking zorgen.

In de talrijke, dagelijkse contacten met de Amerikaanse ambassadeur in Tel Aviv en met het Witte Huis in Washington is Sharon tot de conclusie gekomen dat hij een gebaar moest maken, om te beginnen in de Gazastrook. Ook werd duidelijk dat president Bush of welke andere Amerikaanse president dan ook hem niet zullen dwingen de grote verstedelijkte nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever op te geven. Ariel, in het hart van de Westoever, Ma'ale Adumim, de orthodoxe nederzettingen bij Jenin, Nablus en Hebron blijven stevig in Israëlische handen. De aangekondigde ontruiming van vier deels verlaten nederzettingen op de Westoever is symbolisch kruimelwerk.

Deze uitruil werd onlangs openlijk bevestigd door zijn kabinetschef, Dov Weisglass, die zelfs sprak van een bevriezing van het vredesproces. Iedere volksvertegenwoordiger die gisteravond Sharon steunde, is zich scherp bewust van deze strategie, die de gevreesde Palestijnse staat naar een verre toekomst verschuift.

Tussen de stemming van gisteravond en daadwerkelijke uitvoering van het plan ligt nog een zee van tijd en talrijke momenten waarop het mis kan gaan. De uitvoeringswetgeving is onderhevig aan de goedkeuring van de Knesset en dat geldt ook voor de financiering van de evacuatie van 8.500 kolonisten en hun bedrijven. Verwacht wordt dat een deel van de bewoners van Gush Katif zal ingaan op de royale compensatieregelingen, maar zeker is dat organisaties van kolonisten en de orthodoxe kern zich fanatiek zullen verzetten.

Het grootste gevaar voor Sharon komt van binnenuit, van minister van Financiën Netanyahu. De ambitieuze `Bibi' is geworteld in de nationaal-religieuze rechtervleugel van Likud en staat onder grote druk het mes in de rug van Sharon te zetten. Door de populariteit van Sharon in het politieke centrum en diens gezag als krijgsheer die in alle Israëlisch-Arabische oorlogen heeft gevochten, heeft de wisselvallige, onberekenbare Netanyahu dat nog niet gedurfd. Maar hij koestert nog steeds de ambitie om voor de tweede keer premier te worden en het leiderschap van Sharon over te nemen. Als hij zijn dreigement waar maakt en opstapt als Sharon blijft weigeren een bindend referendum te organiseren, kan hij de regering ten val brengen. Vervroegde verkiezingen en uitstel/afstel van het Gazaplan behoren dan tot het scenario.

Sharon heeft goede argumenten het organiseren van een nationaal referendum te weigeren: een dergelijke vorm van volksraadpleging bestaat niet in de Israëlische basiswetten, geen enkele Israëlische premier heeft ooit een referendum gehouden en de organisatie ervan vergt tijdrovende, jarenlange wetgeving. In de kern is het voorstel van Netanyahu voor een referendum een mooi verpakte uitstel-afstelmanoeuvre.

En sinds gisteravond heeft Sharon daar een argument bij: de Knesset heeft hem in meerderheid het mandaat gegeven zijn initiatief de Gazastrook te verlaten, uit te voeren. Dat is een nieuw politiek feit en een opdracht. En mogelijkerwijs ook een historische gebeurtenis, die een nieuwe weg opent naar een vergelijk met de zeer argwanende Palestijnen, die pas in het plan zullen geloven als zij de Israëlische verhuiswagens en tanks zien vertrekken.