`Integratiebeleid leidt tot twee typen Nederlanders'

Genaturaliseerde migranten worden in de integratieplannen van het kabinet anders behandeld dan autochtonen. Is dat in de strijd met de wetten en verdragen?

Niet langer je nationaliteit, maar de plaats waar je geboren bent, bepaalt straks of je na vestiging in Nederland alsnog verplicht moet inburgeren. Kees Groenendijk, hoogleraar rechtssociologie aan de universiteit van Nijmegen, gruwt van dit idee. ,,Hiermee creëer je twee soorten Nederlanders. Nederlanders die op het Nederlandse grondgebied geboren zijn, en Nederlanders die ofwel genaturaliseerd zijn of buiten de EU zijn geboren. En aan die laatste groep stel je andere eisen dan aan de eerste groep.''

Volgens Groenendijk riekt dat niet alleen naar rechtsongelijkheid, maar het is volgens hem ook ,,een indirecte vorm van discriminatie op grond van etnische herkomst. En dat is in strijd met het Verdrag tegen Rassendiscrininatie van de Verenigde Naties'', stelt hij.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) zette in het voorjaar hoog in. Ze loodste een omvangrijke nieuw inburgeringsstelsel door de Tweede Kamer, die het vanaf 2006 mogelijk maakt alle nieuwkomers van buiten de EU aan een verplicht inburgeringsexamen te onderwerpen. Wie dat niet haalt, krijgt geen permanente verblijfsvergunning. Ook wil ze de 500.000 tot 600.000 allochtonen die hier vaak al decennialang zijn maar nog steeds niet voldoende Nederlands spreken, aan dat examen onderwerpen. Zij krijgen jaarlijks een boete van de gemeente als ze niet slagen of weigeren de test af te leggen. Wel maande de Kamer Verdonk tot grotere haast wat betreft de uitvoering. De minister beloofde voor 1 november met uitgewerkte plannen te komen.

Deze week werd duidelijk dat de uitvoering van haar integratieplannen op grote problemen stuit. Verdonk heeft niet alleen te weinig geld, ook aan de juridische haalbaarheid wordt sterk getwijfeld, zowel door juristen op haar eigen ministerie als door rechtswetenschappers. Lange tijd weigerde Verdonk om naar deze adviezen luisteren. Ze wenste haar plannen koste wat het kost uit te voeren. Maar in augustus gaf ze de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) alsnog opdracht uit te zoeken of ze allochtonen die zich tot Nederlander hebben laten naturaliseren wel een sanctie kan opleggen als deze het inburgeringsexamen niet halen. Is dat niet in strijd met het zogeheten gelijkheidsbeginsel? Bijvoorbeeld ruim tweederde van de groep van 350.000 Turken in Nederland heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit. Bovendien wil ze die sanctie ook opleggen aan Antillianen (die alleen de Nederlandse nationaliteit hebben) die zich hier willen vestigen of hebben gevestigd. Én aan Nederlanders die buiten de EU zijn geboren.

,,Het ziet er naar uit'', zegt Pieter Boeles, hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit van Leiden, ,,dat Verdonk genaturaliseerde Nederlanders en degenen die buiten de EU zijn geboren niet alleen ongelijk behandelt, maar ook onrechtvaardig behandelt. De Nederlandse grondwet, in artikel 1, verbiedt dat: iedereen moet in gelijke gevallen gelijk worden behandeld.'' Boeles voert aan dat ook internationale afspraken, zoals het Verdrag van burgerrechten en politieke rechten van de mens van de VN een algemeen verbod op deze vorm van discriminatie bevatten.

Ook emeritus hoogleraar migratierecht Uli Jessurun d'Oliveira vindt het ,,vreemd'' dat als je bijvoorbeeld als Nederlander in Peru bent geboren en je wilt je na verloop van tijd in Nederland vestigen, er andere eisen aan je worden gesteld dan aan de mensen die op het Nederlandse grondgebied zijn geboren.'' D'Oliveira: ,,Autochtone Nederlanders kunnen dus analfabeet zijn. Zij worden niet verplicht in te burgeren, terwijl die eis wél wordt gesteld aan genaturaliseerden en Nederlanders die buiten de EU zijn geboren. Als dat geen rechtsgelijkheid is?''

Maar er is ook nog een andere juridische hobbel: het Associatieverdrag tussen Turkije en de Europese Unie (1963) en de afspreken die daaraan zijn toegevoegd. Hierin staat dat Turken, die vanaf de jaren zestig als werknemer in de EU zijn toegelaten, recht op dezelfde behandeling hebben als andere EU-onderdanen. De afdeling Europees en Internationaal Publiek-recht van de Universiteit van Tilburg heeft recentelijk opdracht gekregen van Verdonk om uit te zoeken wat nu wat precies de reikwijdte is van dat verdrag inzake haar integratieplannen.

De rechtswetenschappers Groenendijk, Boeles en D'Oliveira weten het antwoord al: Je mag de eerste generatie Turkse werknemers geen verplichtingen opleggen die hun toegang tot arbeid bemoeilijken. ,,Gegeven de uitleg die het Europese Hof van Justitie steeds heeft gegeven'', zegt emeritus hoogleraar D'Oliveira, ,,is het duidelijk dat we de toegelaten Turkse werknemers op dezelfde manier moeten behandelen als andere EU-onderdanen.'' Volgens rechtssocioloog Groenendijk betekent dat ,,dat ten minste de toegelaten Turkse werknemers zijn vrijgesteld zijn van de gedwongen inburgeringsverplichting die minister Verdonk hen wil opleggen''.