`Hockeyers hebben een kort lontje'

Ook op en rondom de hockeyvelden neemt de verbale agressie toe. Arbiters zijn geregeld het mikpunt. ,,De belangen zijn te groot.''

Na ruim zeventig minuten was Erik Klein Nagelvoort het zat. Tijdens de wedstrijd was hij al herhaaldelijk het mikpunt geweest van zowel de bank als het publiek van Breda. Toen de hockeyarbiter uit Hoofddorp na afloop opnieuw verbaal onder vuur kwam te liggen, besloot hij tot een niet-alledaagse daad. ,,Normaal stuur ik aan op een afkoelingsperiode en praten we het later uit in het clubhuis. Dat bleek ditmaal niet mogelijk, en daarom heb ik in mijn rapport melding gemaakt van het wangedrag.''

Frank van 't Hek was anderhalve week geleden als rapporteur aanwezig bij het duel Breda-SCHC (1-2). De oud-arbiter onderschrijft de lezing van Klein Nagelvoort, die volgens hem ,,groot gelijk'' had door Breda-coach Frank Jan van Waveren en diens al even heetgebakerde doelman Bob Veldhof op de bon te slingeren. ,,Meneer Van Waveren was niet alleen heel erg druk met coachen, hij was ook heel erg druk met het attaqueren van de arbitrage.''

Een incident of een trend? Van 't Hek meent het laatste. Hij signaleert ,,een toename van de verbale agressie'' jegens de arbitrage. ,,De belangen zijn groter, en soms denk ik wel eens: té groot. Dan heb ik het vooral over de financiële. Een club als Breda is afgelopen seizoen mede dankzij forse investeringen gepromoveerd. Die moeten zich per se handhaven, en voelen dat het publiek over hun schouder meekijkt. Die druk voelt alles en iedereen, en met name zo'n coach.''

Niet alleen in Breda was sprake van hoogoplopende emoties. Ook het duel Den Bosch-Amsterdam (4-4) ontspoorde, toen de thuisploeg in de tumultueuze slotfase eerst een omstreden strafbal kreeg en vervolgens een fout begaan zou hebben (maar de gelijkmaker aantekende) bij de uitvoering van de strafcorner. Scheidsrechter Maarten Boskamp was de gebeten hond. Hij moest drie gele kaarten uitdelen om de gemoederen in het Amsterdam-kamp tot bedaren te brengen.

Een van de boosdoeners was neo-international Timme Hoyng. ,,Ik praat niet goed wat daar is gebeurd, al was de arbitrage een absolute farce'', zegt de middenvelder van de kwakkelende landskampioen. ,,Wij zitten momenteel in een dip. Als het al tegenzit en de scheidsrechters zitten je dan ook nog eens dwars, ja, dan wil je het hoofd wel eens verliezen. Niet verstandig, wel begrijpelijk.''

Alle ophef is des te pijnlijker omdat de hockeybond (KNHB) ruim twee jaar geleden, onder de vlag van sportkoepel NOC*NSF, het startsein gaf voor een campagne (`Sportiviteit & Respect'), mede om het verbale geweld op en rondom de velden in te dammen. Het moest afgelopen zijn met de beledigingen aan het adres van met name scheidsrechters, was de boodschap. Zondaars kregen de `zwarte kaart'.

Het beschavingsoffensief lijkt mislukt, zeker in de hoofdklasse. Maar die suggestie gaat competitieleider en adjunct-directeur Marijke Fleuren van de KNHB veel te ver. ,,Ik constateer eerder het tegendeel: clubs nemen hun verantwoordelijkheid. Nog lang niet allemaal, maar toch: Breda bijvoorbeeld is vorige week meteen tot actie overgegaan en heeft intern de nodige gesprekken gevoerd naar aanleiding van dat incident.''

Meer zorgen maakt Fleuren zich over de recente uitwassen bij de veteranen (mannen van 35 jaar en ouder). ,,Ik weet: het zijn tig wedstrijden, maar zes rode kaarten in één weekeinde vind ik veel.'' Ook het veelal aanmatigende en eenkennige gedrag van het publiek is volgens Fleuren een bron van zorg. ,,Hockey gaat tegenwoordig ergens over: er staat wat op het spel. Helaas is dat in de hoofdklasse regelmatig terug te zien én te horen langs de lijnen.''

Of laat het niveau van de scheidsrechters te wensen over? Met andere woorden: roepen de `onkundige arbiters' het onheil deels over zichzelf af? Spelers, coaches en begeleiders klagen de laatste jaren steen en been over het in hun ogen `bedroevende niveau' van de leiding. Ten onrechte, meent zowel Van 't Hek als Fleuren. ,,Mensen moeten leren incasseren, net als in het gewone leven zelf'', zegt de laatste. ,,Niemand is feilloos, dus ook een scheidsrechter niet.''

In navolging van Fleuren wil ook (inter)nationaal scheidsrechter Peter Elders niet de noodklok luiden, maar: ,,Het lontje is veel korter dan voorheen. Bij het minste of geringste krijgt frustratie de overhand, en krijg je als scheidsrechter de hele bups over je heen. Dat ze het niet altijd me je eens zijn, prima. Maar iets meer fatsoen en respect zou op z'n plaats zijn.''

HGC-coach en oud-international Marc Delissen deelt die mening. ,,Ik was als speler ook niet op mijn mond gevallen, maar tegenwoordig is het eerder regel dan uitzondering dat scheidsrechters bij elke beslissing op de hak worden genomen. Dat verdient niet de schoonheidsprijs. Ik wijt dat toch aan de toegenomen belangen. Tegenvallende prestaties zijn tegenover de achterban moeilijk te verkopen als je een paar buitenlanders of Nederlandse internationals hebt gehaald en dus verwachtingen hebt gewekt.''

Volgens Elders is de `anarchie' deels te verklaren door het post-olympisch seizoen. ,,Bij veel teams ontbreekt het momenteel aan sterke karakters, aan jongens die zeggen: mond dicht, hockeyen! Bij gebrek aan een duidelijke hiërarchie wil iedereen zich bewijzen. De een doet dat hockeyend, de ander pratend.''