Gods nieuwe Woord (Gerectificeerd)

In aanwezigheid van koningin Beatrix presenteerde het Nederlands Bijbelgenootschap vanmiddag een nieuwe vertaling van de bijbel. Het lijkt een echo van een verleden waarin gedroomd werd van een innige band tussen het Nederlandse volk, de hervormde kerk en het Huis van Oranje. In werkelijkheid was het begrip volk als isomorf geheel een fictie, de kerk was verdeeld en over de rol van de Oranjes werd altijd verschillend gedacht. Ook nu zorgt de bijbel eerder voor ophef en tweedracht dan voor harmonie en eensgezindheid. Dat is in ieder geval in lijn met een constante in de Nederlandse geschiedenis.

De nieuwe bijbelvertalingen (er verschijnt ook een katholieke editie), waaraan meer dan tien jaar gewerkt is door een groot aantal specialisten, is ook in het grotendeels ontkerkelijkte Nederland van 2004 een historische gebeurtenis. Dat blijkt om te beginnen uit de soms zware kritiek op de vertaling vanuit religieuze kringen. Die kritiek is goed te begrijpen want de bijbel is voor orthodoxe gelovigen het woord van God en heeft daarom een sacraal karakter. Morrelen aan de woorden van de bijbel is morrelen aan het geloof. De Reformatie was voor een belangrijk deel gemotiveerd door de wens terug te keren tot de bronteksten van de bijbel. Bovendien speelde de politieke component van de opstand tegen de katholieke monarch in Spanje een belangrijke rol en daarmee in samenhang de opdracht van de toenmalige Staten-Generaal om een nieuwe vertaling van de bijbel te maken, de Statenvertaling. Het vertalen van de bijbel hoort daarom evenzeer bij het wezen van Nederland als het water en de dijken.

Behalve uit religieuze hoek klinkt kritiek uit verlichte en ex-religieuze kringen en die is meer esthetisch van aard. De verzen van de bijbel zijn stuk voor stuk om zeep geholpen, schreven de in het dagblad Trouw als `hofpredikanten' omschreven gebroeders Ter Linden en Huub Oosterhuis. Bij die kritiek sloot zich de afgelopen dagen een reeks bekende en minder bekende Nederlanders, domineeskinderen en Kamerleden aan. De bijbel is volgens hen de bijbel niet meer nu de oude formuleringen door nieuwere zijn vervangen. Dit is een debat over smaakverschillen en daarover twisten heeft weinig zin. Siebold Noorda, voorzitter van de begeleidingscommissie, wees er vandaag terecht op dat de nieuwe vertaling niet beoogt de mensen die aan de oude taal hechten iets af te nemen. Zij kunnen inderdaad gewoon hun Statenbijbel blijven lezen, of de NBG-vertaling uit 1951, de Groot Nieuws Bijbel uit 1982, of een van de nieuwere katholieke Willibrord-vertalingen. Zo blijft het jongeren vrijstaan de kinderbijbel of de surfbijbel van het Bijbelgenootschap te lezen.

De jongste ophef komt uit joodse kring, waar aanstoot is genomen aan het oordeel van Opzij-hoofdredacteur Ciska Dresselhuys over het bijbelboek Ester. Dresselhuys noemt dit een ,,echt oud-testamentisch boek, waar het bloed van de pagina's spat'. Ook deze ketelmuziek hoort bij het Nederlands culturele erfgoed, net zo goed als de klacht dat het Bijbelgenootschap de nieuwe bijbel op een `gelikte' manier `vermarkt'.

Daar is echter niets mis mee. Het valt te hopen dat de verkoop van de bijbel een succes wordt, en vooral dat het boek gelezen wordt. De bijbel is voor het begrijpen van de Nederlandse, zo niet de West-Europese, cultuurhistorie van groot belang. Dat geldt zeker in tijden van immigratie van burgers uit niet-christelijke culturen, die de samenleving waarin zij zijn beland proberen te doorgronden. Maar ook voor de `inburgering' van nieuwe generaties autochtone Nederlanders is kennis van de bijbelverhalen relevant. Daarom is het goed dat de teksten zijn overgezet naar hedendaags Nederlands.

Rectificatie

Noorda

In het hoofdartikel Gods nieuwe Woord (woensdag 27 oktober, pagina 7) wordt de voorzitter van de begeleidingscommissie van de Nieuwe Bijbelvertaling aangeduid als Siebold Noorda. Dat moet zijn Sijbolt Noorda.