Eric van der Donk

Na een heel toneelleven maakte de tv-serie `Oud geld' Eric van der Donk pas echt interessant voor filmregisseurs. Hij heeft een betekenisvolle bijrol in `Verborgen gebreken'.

Televisie kan dus ook de filmcarrière maken van iemand die niet negentien jaar oud is en met weggeschminkte pukkeltjes in Onderweg naar morgen verschijnt. Televisie heeft Eric van der Donk (geboortejaar 1929) na een toneelleven van veertig jaar een complete tweede carrière gegeven in de jaren negentig. ,,Zodra je op televisie een wind laat, ben je een bekende Nederlander'', zei hij daarover een beetje verontschuldigend in een interview in de Volkskrant.

Hij bedoelde dat zijn Louis d'Or uit 1979 en zijn Gouden Kalf in 1996 (voor de speelfilm De langste reis) hem niet half zo bekend hebben gemaakt als de rol van bankier en pater familias Splinter Bussink in de hooggeprezen tv-serie Oud geld. Vóór Oud geld (1998) speelde hij in een tijdspanne van zestien jaar in zes speelfilms. In de laatste vijf jaar kreeg hij vier filmrollen.

Ster is misschien een groot woord voor de plaats die acteur Eric van der Donk inneemt. In zijn films heeft hij een bescheiden aandeel, met doorgaans dezelfde soort rollen. Oudere man, gedistingeerd, eerbiedwaardig, vriendelijk, maar moreel onbuigzaam. Meester Ster in Pietje Bell, de jacht op de tsarenkroon (Maria Peters, 2003).

Spreken doet hij met een zangerig geluid waarin je de toneellessen van vóór Actie Tomaat nog terughoort. Vandaar de vanzelfsprekendheid die hij rollen als schoolmeester of politiecommissaris (in Kruimeltje van Maria Peters, 1999) meegeeft. Vandaar ook dat hij niet op zijn best was als de volwassen Maarten Koning, de wel heel zwijgzame cynicus in de tv-serie Bij nader inzien (Frans Weisz, 1991).

Bepaald ongelukkig was zijn rol in Morlang (Tjebbo Penning, 2001), een toch al niet zo geslaagde productie uit het holst van de cv-filmjaren. In Engels-van-een-papiertje blaft Van der Donk als cynische galeriehouder een geniale kunstenaar toe dat die snel wat meesterwerken in elkaar moet draaien. Noch het Engels, noch het blaffen leek hem erg goed af te gaan.

Veel beter was hij in De Jurk (1996), waar zijn charme mooi contrasteerde met de hard-logische teksten van Alex van Warmerdam. Die beschaafde Van der Donk zat hier ineens als een ploertige kunstenaar zijn sigaretten uit te drukken in de etensresten op zijn bord. Het klopt precies. Die mond van hem kan een harde trek krijgen die je nooit opvalt als je het gevoelige stemgeluid erbij hoort.

In Verborgen gebreken van Paula van der Oest speelt hij een bescheiden, maar subtiele rol. Hij moet in uiterst korte scènes, soms niet meer dan flarden daarvan, zowel zijn liefde voor als de afstand tot zijn zuster aannemelijk maken. Het zijn enkele blikken, een losse zin. Het lukt hem toch.

Komend voorjaar heeft hij een hoofdrol op tv. In een drama over Jorge Zorreguieta speelt hij de steile minister van Staat Max van der Stoel, die met zijn morele gezag de schoonvader van de kroonprins de toegang tot de bruiloft van zijn dochter ontzegt. Daar past een heel zuinig mondje bij.