Een nóg grotere EU is een gotspe

Europa zit niet te wachten op de zalvende woorden die koningin Beatrix gisteren ten overstaan van het Europees Parlement sprak, meent Thomas von der Dunk.

`Onze 25 landen zijn verenigd – maar `in verscheidenheid'. Dit is de grote onderscheidende kracht van Europa en het is ons aller belang die zorgvuldig te behoeden. Wij staan daardoor ook sterker tegenover de geest van materialisme die zich onmiskenbaar over de wereld uitbreidt. Onze Europese instellingen, waaronder uw parlement, zijn de pijlers van die beschaving', aldus sprak koningin Beatrix, na twintig jaar terug in Brussel, gisteren tot het in een staat van bijna-crisis verkerende Europarlement.

Het zijn het soort zalvende woorden waar de koningin patent op heeft en waaraan Europa juist op dít moment niet de minste behoefte heeft. Speciaal de volksvertegenwoordiging had gisteren wel wat anders aan haar hoofd. Zij stond voor de opgave om ruggengraat te tonen, na de poging van Barroso om haar met alle geweld een commissaris uit de Vaticaanse steentijd op te dringen om wie niemand in Europa had gevraagd. Het gaat nu even niet om `de grote onderscheidende kracht van de verscheidenheid'. Integendeel: de zo geprezen verscheidenheid bleek met deze kandidaat voor de verlichte meerderheid de grenzen van het acceptabele te hebben bereikt.

Bovenal ging het om het hooghouden van de basisbeginselen van democratie, waarop de Unie pretendeert te stoelen. Namelijk van het fundamentele recht van het parlement om een geestelijk erfgenaam van de Inquisitie op Justitie te weigeren.

Dat was het soort tekst geweest, waarnaar dit werelddeel thans snakt, omdat het zijn vertrouwen in de eigen instituties meer en meer begint te verliezen, juist vanwege die deals tussen regeringsleiders waar niemand meer tussenkomt.

Alleen mocht de koningin dát van het kabinet natuurlijk niet zeggen. In plaats daarvan zei ze wat anders. ,,Onze Unie wint aan kracht wanneer zij zich openstelt. Dit besef kan een aanmoediging zijn het overleg met hen die zich willen aansluiten zonder vooringenomenheid te voeren.'' Zonder twijfel mogen we hierin de hand van Buitenlandse Zaken vermoeden, in een slinkse poging de geesten voor de volgende groeistuip rijp te maken. Dat is wel het láátste waar Europa nu op zit te wachten: dat de steeds moeizamere manier waarop het toch al functioneert, nog eens extra wordt belast door de komst van landen die nog veel verderweg van ons staan.

Er zullen jaren nodig zijn om de tien nieuwe lidstaten behoorlijk te integreren. Toetreding van Bulgarije en Roemenië in 2007 is in dat licht waanzin, om van Turkije, dat niet eens deel van Europa uitmaakt, te zwijgen. Dat ziet iedereen die verder kijkt dan de verlichte etalages van Istanbul. Wanneer deze landen erbij komen, zal Europa een verscheidenheid kennen, waarbij het probleem-Buttiglione in het niet zal vallen als het gaat om als onacceptabel beschouwde vormen van achterlijkheid. Onbewust geeft het kabinet dat ook toe, getuige Verdonks inburgeringsdrift, die nu al aan alle kanten vastloopt vanwege een simpel associatie-verdrag. Als de Turken namelijk al Europeanen zijn, zouden ze geen inburgering meer behoeven.

Het is deze letterlijk groeiende grenzeloosheid die de bevolking steeds meer van Europa vervreemdt en een vruchtbare voedingsbodem voor anti-parlementair populisme vormt. Die vervreemding wortelt enerzijds in de met die grenzeloze wereld beargumenteerde privatiseringsdrift van Brussel, die door het gros van de kiezers als een ongewenste Amerikanisering, en daarmee als sluipende afbraak van de samenleving wordt gezien.

Het jongste rapport van het SCP spreekt boekdelen, en het vakbondsverzet in Nederland, Duitsland en elders stoelt op die al te begrijpelijke angst. En anderzijds wortelt die vervreemding in de door grenzeloosheid slechts toenemende fricties van de multiculturele samenleving, die de doorsnee-burger heel anders dan een doorsnee-bestuurder ervaart. Dat kan men niet als `vooringenomenheid' afdoen.

,,Wie toetreedt tot een nieuwe familie, zal altijd met aanpassingsproblemen worden geconfronteerd – zeker als het een familie buiten het eigen land betreft. In mijn familie hebben we daar enige ervaring mee.'' Zo mag het probleem er inderdaad vanuit de diamanten wereld van de koningin uitzien. Voor veel bewoners van bijvoorbeeld de Amsterdamse Diamantbuurt is dit een gotspe.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

www.nrc.nl/opinie: tekst toespraak koningin Beatrix