Discussie

Een Amerikaans universiteitsgebouw loop je niet zomaar binnen.

Gisteravond moest ik in het Kimmel Center for University Life zijn, aan de zuidkant van Washington Square op Manhattan. Het is onderdeel van de New York University, de grootste particuliere universiteit van de Verenigde Staten.

Washington Square is een intiem park met een roerig verleden: ooit werden er mensen in het openbaar opgehangen. Op de plaats van de universiteitsgebouwen woonden kunstenaars als Henry James, Edward Hopper en John dos Passos. Het geboortehuis van James staat enkele straten verderop, merkwaardig genoeg zonder gedenksteen. Dan vergaat het onze eigen W.F. Hermans op de gevel van zijn woonhuis in Amsterdam-West heel wat beter.

Op de vierde verdieping van het Kimmel Center hield The New York Times met een zestal gerespecteerde intellectuelen een openbare discussie over de verkiezingen. De toegang was gratis, wat in Nederland zou betekenen dat je onbelemmerd kon doorlopen. Maar zo zit Amerika na `nine-eleven' niet meer in elkaar. De bezoeker moet tevoren telefonisch of per e-mail zijn naam en adres opgeven, in het gebouw vraagt de portier nog eens om een handtekening en een identiteitsbewijs.

De portier was, zoals zo vaak in Amerika, een zwarte man, de ouvreuse boven was ook zwart. Onder de 350 bezoekers telde ik één zwarte, die ook nog eens als enige veel te laat kwam.

Bij een andere bijeenkomst in New York, nota bene over de verschillen tussen arm en rijk, die ik enkele dagen eerder had bezocht, was de aanwezigheid van zwarte mensen ook al te verwaarlozen geweest. Kortom, op al die bijeenkomsten wordt zonder hen óver hen gesproken, wat altijd iets onbevredigends heeft.

In het panel zaten drie commentatoren van The New York Times. De interessantste deelnemer was voor mij de hoogleraar John Billings, een wat sarcastisch aangelegde expert op het gebied van de gezondheidszorg. Hij zei weinig, maar wát hij zei moet de patriottische toehoorder diep in het hart hebben getroffen.

De verkiezingsstrijd kon Billings niet bekoren. Bush en Kerry laten de belangrijkste binnenlandse onderwerpen rusten, vond hij, ze vinden het gemakkelijker om met Irak en de strijd tegen het terrorisme te scoren. ,,Dat de zwarte man gemiddeld zes jaar korter leeft dan de blanke, dat de zwarte in een stad als New York twintig maal zoveel kans heeft om astma te krijgen als de blanke, en dat ons stelsel van social security een mess is, daar hoor je ze niet over.''

Niemand bestreed zijn uitspraken, integendeel, Adam Cohen, commentator en verkiezingsdeskundige van The New York Times, wreef nog meer zout in de wonden met zijn opmerkingen over `ons slechte verkiezingssysteem'. ,,Stemmachines kunnen niet altijd vertrouwd worden, en in sommige staten, zoals het hete Florida, moeten mensen, ook ouderen, drie tot vier uur in de rij wachten voor ze hun stem kunnen uitbrengen.''

We moeten trouwens nog maar afwachten, merkte iemand somber op, of er dinsdag überhaupt een winnaar uit de bus komt. Vertrouw de exit polls niet, wacht op de officiële uitslag, adviseerde de panelvoorzitter.