`Diepere betekenis gaat nu verloren'

Emeritus predikant Gerrit de Groot zou niet graag zien dat de Nieuwe Bijbelvertaling in de kerken veel wordt gebruikt. `Bij zo'n vertaling spreken ook eigen bedoelingen mee. Dan fungeert de tekst als buikspreekpop.'

,,We moeten de bijbel zo veel mogelijk zijn eigen taal laten spreken.'' Dat is het uitgangspunt van dominee Gerrit de Groot (68), emeritus predikant van de Thomaskerk in Den Haag. Begrijp hem goed, hij is niet tégen de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). ,,Hoe meer vertalingen hoe beter!'' Maar de NBV is geen vertaling die hij zou gebruiken in de kerk. En daarom is De Groot een van de mensen die de laatste weken e-mails rondzenden met de oproep aan collega-dominees om `de grootst mogelijke zorgvuldigheid' te betrachten bij het accepteren van deze vertaling als `standaardbijbel' in de kerken. ,,Het moet geen kanselbijbel worden, vind ik. Volkomen ten onrechte hangt er nu een sfeer om maar eens even flink en snel een knoop door te hakken.''

Het grootste bezwaar van De Groot richt zich op een van de kernpunten van de Nieuwe Bijbelvertaling: dat ze probeert te vertalen in natuurlijk Nederlands. ,,Het karakteristieke van de bijbeltaal verdwijnt dan'', legt De Groot uit. ,,De bijbel is geschreven in een specifiek profetisch Hebreeuws. En die wijze van spreken klinkt ook door in het Grieks van het Nieuwe Testament. Het gaat in de bijbel om de taal van de verwachting. Daarin klinkt een voorkeur voor hoe het zal zijn, dat is het specifieke van het bijbelse spreken! Als je die taal `doeltaalgericht' gaat vertalen, gaat vaak een diepere betekenis verloren. Dan gaan ook eigen bedoelingen van de vertalers meeklinken. Al gauw zal zo'n nieuwe tekst een buikspreekpop voor onze eigen bedoelingen worden. Laat dan het Hebreeuws zijn eigen taal spreken!''

De Groot heeft genoeg voorbeelden paraat. ,,Neem Handelingen 2:4, over het pinksterfeest, de uitstorting van de heilige geest. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat er dat de apostelen vervuld van de heilige geest begonnen te spreken `in vreemde talen'. Maar er staat in het Grieks `in andere tongen'. En dat is ook veel begrijpelijker. Want die Galileërs – want dat waren de apostelen – zijn op een manier gaan spreken die ook de Judeërs al spraken. Hun wijze van spreken werd anders, niet vreemder. Nu ja, dit is maar een subtiel verschil natuurlijk, maar wel belangrijk en typerend.''

Nog een voorbeeld. ,,Hetzelfde gebeurt in het geboorteverhaal van Jezus in Lucas. Daar staat in het Grieks telkens `En het geschiedde...', `En het geschiedde...' enzovoorts. Dat werkt heel goed omdat die reeks tot een einde komt in Lucas 2:15 als de engel de herders zegt dat `zij moeten gaan zien het woord dat geschied is'. Al die keren `het geschiedde' van daarvoor vormen een voorbereiding op wat er werkelijk geschied is, namelijk het woord. Mijn grote bezwaar tegen de Nieuwe Bijbelvertaling is dat dat soort dingen verdwenen zijn.''

Maar wat dan? Ook De Groot vindt de vaak geroemde Statenvertaling `verouderd in taalgebruik'. De huidige protestantse standaardbijbel, de `NBG' uit 1951, noemt hij ,,onevenwichtig''. En de Groot Nieuws Bijbel ,,is natuurlijk gewoon een verhaaltjesboek. Daaruit is werkelijk iedere confrontatie wegvertaald.'' Nee, er moet gewoon géén officiële vertaling komen, vindt De Groot. ,,Hoe meer vertalingen er tegelijk worden gebruikt, des te sterker wordt het besef dat het maar om vertalingen gaat, en niet om de originele tekst.''