VN-chef in Kosovo boos op Belgrado

De chef van het VN-bestuur in Kosovo (UNMIK) heeft politici in Servië beschuldigd van het blokkeren van de vestiging van een multi-etnische democratie in Kosovo, door hun oproep aan de Kosovo-Serviërs om de parlementsverkiezingen van zaterdag te boycotten.

Er zijn, zo zei UNMIK-chef Sören Jessen-Petersen, ,,kennelijk mensen, bij de autoriteiten in Belgrado en in clericale kringen'', die ,,elke poging blokkeren om in Kosovo een voor iedereen veilige multi-etnische samenleving te scheppen''. Mensen zijn voor hen geen thema, zo voegde Jessen-Petersen daaraan toe. Sommige Servische leiders ,,zitten vast in het verleden'' en zijn bereid ,,ondemocratische middelen te gebruiken om vooruitgang tegen te houden''.

De Deense Kosovo-bestuurder noemde geen namen, maar duidelijk is dat hij vooral doelde op premier Vojislav Koštunica van Servië. Op één na – president Tadic – hebben alle politieke leiders in Servië de Kosovo-Serviërs opgeroepen de verkiezingen te boycotten. Ook patriarch Pavle van de Servisch-orthodoxe kerk deed dat. Hun argument was dat de levensomstandigheden van de Kosovo-Serviërs te miserabel zijn om te kunnen deelnemen aan de verkiezingen.

Uiteindelijk was de boycot van de Serviërs bijna totaal: slechts 0,7 procent van de meer dan 200.000 stemgerechtigde Serviërs gingen naar de stembus. Twee Servische partijencoalities deden mee aan de verkiezingen. De Servische Lijst kreeg 0,14 procent van alle uitgebrachte stemmen, het Burgerinitiatief kreeg 0,02 procent.

Als gevolg van die boycot hebben de Kosovo-Serviërs hun positie als derde partij in het Kosovaarse parlement – ze hadden 22 van de 120 zetels in het oude parlement – prijsgegeven en president Ibrahim Rugova, leider van de grootste partij van de Kosovo-Albanezen, aan de macht gehouden. Tien zetels in het parlement zijn sowieso voor de Serviërs gereserveerd. Wie ze gaan innemen is nog steeds onduidelijk. De Servische Lijst weet, geschrokken van de bijna volledige boycot, nog niet zeker of ze in het parlement plaatsneemt. Doet ze dat niet, dan kan het Burgerinitiatief, met 0,02 procent van de stemmen, de tien zetels bezetten.

Volgens de nog altijd niet volledige uitslag van de verkiezingen – de schriftelijk uitgebrachte stemmen zijn nog niet geteld – heeft de Democratische Liga van Kosovo van Rugova 48,30 procent van de stemmen gekregen, de Democratische Partij van Kosovo van Hashim Thaçi kreeg 28,65 procent, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo van Ramush Haradinaj kreeg 8,28 procent en de partij Ora van journalist Veton Surroi kreeg 6,26 procent. Verwacht wordt dat Rugova een coalitie gaat vormen met de partij van Thaçi en ofwel de Alliantie, ofwel Ora. Kiest hij voor Ora, dan zou de algemeen gerespecteerde Veton Surroi wellicht premier kunnen worden.

De NAVO, de Europese Unie en de Amerikaanse regering zeiden gisteren ,,teleurgesteld'' te zijn over de boycot van de Kosovo-Serviërs.