Verslaving is geen ziekte

Wanneer verslaving als ziekte wordt geaccepteerd, is het risico groot dat we het bijltje erbij neergooien en verslaafden aan hun lot overlaten. De redenering is dan: ,,Verslaving is een hersenziekte. Dat je ziek bent, daar kun je niets aan doen. Als remedie verstrekken we dus het middel waar hun lichaam zo naar hunkert, zodat we de symptomen van de ziekte onder controle houden.''

Het is goed om wetenschappelijk onderzoek naar risicofactoren van verslaving te doen. Het is ook goed om te ontdekken hoe verslaving inwerkt op onze hersenen. Maar dat betekent nog niet dat daarmee ook het finale oordeel is te geven over wat er aan een verslaving valt te doen.

Het risico is groot dat bij het accepteren van verslaving als een hersenziekte elke poging om af te kicken als niet zinvol wordt beschouwd. Toch zijn er nog steeds veel mensen die, `wonder boven wonder', afkicken van hun heroïne- of cocaïneverslaving. Volgens de aanhangers van het ziekteparadigma kan dat eigenlijk niet. Hun verklaring is dat deze mensen niet écht verslaafd zijn geweest.

De remedie in het geval van het ziekteparadigma is het verstrekken van het middel waar het lichaam zo naar hunkert. Ex-heroïneverslaafden geven aan dolblij te zijn dat aan hen nooit heroïne is verstrekt, omdat ze anders nooit van hun verslaving af zouden zijn gekomen. Alleen al daarom is het geven van heroïne aan de heroïneverslaafde niet vergelijkbaar met het geven van insuline aan de suikerpatiënt.

Ook is het opvallend dat de anonieme alcoholisten jaren geleden al de les trokken dat ze zich elke dag opnieuw moesten voornemen niet te drinken. Fervente aanhangers van het ziekteparadigma zouden juist geneigd zijn deze alcoholisten wel alcohol te verstrekken.

Wanneer het ziekteparadigma de verslavingszorg gaat overheersen, bestaat het risico dat we de verworvenheden van de huidige multidisciplinaire aanpak verliezen. Het denken en doen wordt geheel geënt op het ziekteparadigma. De verslaafde mens wordt gereduceerd tot een patiënt met een hersenaandoening, die is overgeleverd aan de farmacologische interventies van de medicus. Een dergelijke eendimensionale aanpak is ook herkenbaar bij de bestaande medische behandeling met heroïne. De patiënt wordt slechts ingesteld op een bepaalde hoeveelheid heroïne en een hoeveelheid methadon. Er is nauwelijks aandacht voor het perspectief van de verslaafde en de wijze waarop deze een ander leven kan opbouwen. Ook bij de methadonverstrekking zien we dat terug. Verslaafden klagen erover dat de aandacht voor hun persoon zich beperkt tot het innemen van de methadon.

Hersenonderzoek naar verslaving is waardevol. Het helpt de verslavingszorg zich verder te ontwikkelen. Maar hersenonderzoek mag de bestaande `biopsychosociale' benadering in de verslavingszorg niet vervangen; het zou deze juist moeten aanvullen.

Het is de aanleg, gecombineerd met gedragsaspecten en sociale omstandigheden, die iemand verslaafd maakt en verslaafd houdt. Er is meer inzicht nodig in de wijze waarop deze verschillende aspecten op elkaar inwerken bij langdurig verslaafden. Hersenonderzoek kan dat ondersteunen.

Als tegenhanger van de farmacologische interventies zou het goed zijn meer onderzoek te verrichten naar alternatieve behandelingen die in staat zijn mensen van hun verslaving af te helpen. Hoe is het mogelijk dat particuliere afkickinitiatieven minstens even goede resultaten bereiken als de heroïneverstrekking? Dergelijke initiatieven worden nu goeddeels genegeerd, omdat ze te christelijk of te weinig evidence based zouden zijn. Onderzoek naar deze vormen van verslavingszorg zou wel eens het inzicht kunnen opleveren dat het bij de aanpak van verslaving cruciaal is dat er een hulpverlener is die zich om je bekommert. Iemand die je niet loslaat, maar oog heeft voor je problemen en je kan ondersteunen bij het vinden van een nieuw perspectief. Laat het ziekteparadigma niet de verworvenheden van een veelzijdige, multidisciplinaire aanpak ondermijnen.

Cisca Joldersma is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de CDA-fractie.