Verslaafden zijn geen `losers'

De neurowetenschappen hebben inmiddels een redelijk overtuigend bewijs geleverd dat er bij voortdurend gebruik van verslavende stoffen onherstelbare veranderingen in de hersenen optreden, die bovendien het verlangen naar deze stoffen doen toenemen. Die zucht, ook wel `craving' genoemd, komt dus niet voort uit zwakte, een slappe houding ten opzichte van het middel, maar rechtstreeks uit die veranderde hersenen.

Het verslavingsproces kerft de zucht als het ware in de hersenen. Het ingewikkelde is dat dit zich niet bij iedereen die langdurig psychoactieve stoffen gebruikt, voltrekt. Maar als het zo is dat er voor een belangrijk deel van de verslaafde mensen onherstelbare veranderingen optreden in de hersenen, is er inderdaad niet alleen sprake van een ziekte maar van een chronische ziekte. En dat chronische aspect is cruciaal. We weten daardoor dat er voor deze ziekte geen simpel medicijn bestaat. Zoals er ook voor veel andere chronische ziekten – Alzheimer en diabetes – geen simpel medicijn voorhanden is.

Het feit dat verslaving een complexe ontstaansgeschiedenis kent, waarbij biologische aanleg, maar ook beschikbaarheid van middelen en andere sociale factoren een rol spelen, betekent dat de remedie vanuit meer hoeken moet komen.

De kans dat ooit de `antiverslavingspil' wordt gevonden, is nihil. Wel zullen er steeds meer medische behandelingsmogelijkheden komen, bijvoorbeeld met middelen die op neurobiologisch niveau inwerken op de zucht naar verslavende psychoactieve stoffen. Maar het feit dat verslaving als een chronische ziekte moet worden beschouwd, heeft meer consequenties voor hulpverlening, politiek en samenleving. Ik noem er zes:

Het inzicht dat `eigen schuld dikke bult' een drogreden is, betekent dat wij als samenleving anders tegen verslaafden aan moeten kijken. Wij moeten ophouden te praten over `losers', maar deze mensen gewoon als burgers benaderen en hun een goede, professionele verslavingszorg bieden.

Chronisch verslaafden zullen moeten accepteren dat zij met een handicap rondlopen. De meeste verslaafden willen niet als patiënt worden gezien. Maar wat is daar eigenlijk mis mee?

De hulpverlening moet voor een deel niet meer op genezen (afkicken) gericht zijn maar, zoals bij alle chronische ziekten, op het beïnvloeden van de negatieve gevolgen van de chronische ziekte. De hulp moet erop gericht zijn de kwalijke gevolgen van de verslaving voor individu én samenleving te verminderen. Naast medische zijnpsychosociale interventies daarbij onontbeerlijk. Net als bij andere chronische ziekten is het leren omgaan met de ziekte van enorm belang.

Als verslaving een chronische ziekte is, is het logisch de verslavingszorg de mogelijkheid te bieden heroïneverslaafden op medische grond heroïne voor te schrijven. De halfslachtige manier waarop de overheid hiermee omgaat – het wel `medisch' noemen, maar het zeer beperkt toelaten en niet als medisch handelen zien en financieren – moet veranderen.

Omdat we meer weten over de wijze waarop verslaving ontstaat, weten we ook beter hoe we verslaving moeten voorkomen. Preventie moet veel hoger op de politieke agenda komen, waarbij de preventie zich moet richten op alle relevante factoren. De geschiedenis leert ons dat louter verbieden een struisvogeloptie is.

We moeten onderzoek blijven doen. Niet alleen fundamenteel onderzoek met scantechnieken, maar juist ook goed wetenschappelijk praktijkonderzoek naar de effecten van hulpverlening.

We moeten we voor ogen houden dat het gebruik van verslavende middelen van alle tijden en culturen is. Niet verwonderlijk: middelengebruik roept in eerste instantie meer lust dan last op. Behalve bij nicotine lukt het de meeste mensen het gebruik onder controle te houden. Maar zij die daar niet in slagen, verdienen een andere beoordeling en bejegening dan we nu bieden. Verslaving als een chronische ziekte zien draagt daartoe bij. Beter patiënt dan outcast!

Don Olthof is lid van de Raad van Bestuur van De Grift, Gelders centrum voor verslavingszorg en voorzitter van het bestuur van Nijmegen Institute of Scientist-Practitioners in Addiction (NISPA) van de Radboud Universiteit.