Snijden in een eeuw sociale verworvenheden

`Verkenner' Van der Knaap is uitgepraat, de sociale partners en het kabinet zoeken omzichtig toenadering en de parlementaire behandeling van de wetgeving over levensloop, VUT en prepensioen wordt een week uitgesteld.

Mensen werken om in hun levensonderhoud te voorzien. De overheid kan dit proces sturen met belastingprikkels door sparen en besteden van inkomen aan specifieke levensfases te verbinden. Tot nu toe is dit de begunstiging van sparen voor pensioen en vervroegde uittreding uit het arbeidsproces. Het is een uitvloeisel van ruim een eeuw sociale strijd en niet voor niets vormen de vakbonden samen met werkgevers de besturen van de bedrijfspensioenfondsen.

Demografische verschuivingen, feminisering van de arbeid en veranderingen in het levenspatroon door de toegenomen welvaart hebben dit model achterhaald gemaakt. Er zijn nieuwe fases in het werkzame leven gekomen waarin de behoefte aan extra tijd of inkomen groot is. In het regeerakkoord van Balkenende-I werd een voorzichtig begin gemaakt met een `levensloopregeling', Balkenende-II ging een stap verder: de fiscale begunstiging van VUT en prepensioen zou worden vervangen door de levensloopregeling. Niet alleen met het oog op jonge tweeverdieners met kinderen voor zorgverlof, maar ook om een einde te maken aan de overheidssubsidie voor oudere werknemers om vroegtijdig te stoppen met werken. Gezinspolitiek en aanpak van de vergrijzing kwamen zo bij elkaar.

Met deze hervorming verplaatst het kabinet de piketpalen van de fiscale behandeling van werknemerssparen. Van door de vakbonden gekoesterde regelingen voor eerder stoppen met werken naar een christen-democratische voorkeur voor het gezin met als liberale inbreng de verschuiving van collectieve naar individuele voorzieningen. Het kabinet laat de drie pijlers van de pensioenvoorzieningen intact – AOW, bedrijfspensioen en individuele besparingen. Maar het einde van de fiscale aftrekbaarheid van regelingen voor vervroegd uittreden is een ingrijpende verandering. Ook al is er een overgangsregeling tot 2015 (voor werknemers die nu jonger zijn dan 55 jaar) en zullen werknemers er netto op hun salarisstrook niet zo veel van merken. Maar er worden verworven rechten aangetast en er zijn gedupeerden en nieuwe belanghebbenden. Geen wonder dat er een sociale strijd is losgebrand.

Onlangs bleek bij een hoorzitting in de Tweede Kamer dat de bezwaren tegen de kabinetsplannen niet alleen van de vakbeweging komen. Bij de hoorzitting was polderend Nederland aanwezig – vertegenwoordigers van de sociale partners en belangenorganisaties, financiële instellingen, verzekeraars, belastingadviseurs, de directeuren van het CPB en SCP alsmede academische experts. De waaier van kritiek die in de Kamer klonk, was mede ingegeven door de belangen van organisaties en ondernemingen die met de uitvoering te maken hebben respectievelijk krijgen. Er bleek ook dat men uitvoeringsproblemen verwacht en dat er fiscale, juridische en mogelijk Europese tekortkomingen aan de voorgestelde wetswijzigingen kleven.

De kritiek spitst zich toe op de volgende punten.

Levensloop

De regeling zoals voorgesteld door het kabinet zal volgens het SCP, CPB en deskundigen nauwelijks aan de beoogde doelgroep van mensen in het spitsuur van het leven ten goede komen, maar aan oudere, bemiddelde mannen die eerder willen stoppen met werken. Aangezien verlof eerst moet worden gespaard, kan de levensloopregeling werkende vrouwen er toe aanzetten om het moment waarop ze kinderen krijgen nog langer uit te stellen.

Een collectieve regeling valt volgens vakbonden en pensioenfondsen te verkiezen boven de individuele opzet die het kabinet wil. Bij individuele regelingen zouden de premies voor deelnemers tot 30 procent hoger moeten zijn om dezelfde uitkering te bereiken. De uitvoering moet volgens de pensioenfondsen in handen blijven van de fondsen. Verzekeraars en banken zijn voorstanders van de individuele regeling en steunen het kabinetsplan om deze door verzekeraars en banken te laten uitvoeren.

De bedrijfsspaarregeling blijft bestaan, maar werknemers mogen daar niet tegelijk met de levensloop aan deelnemen. Omdat de spaarregeling financieel gunstiger is, beperkt dit de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling. Banken en verzekeraars bepleiten de regelingen samen te voegen. Dit zou de omvang van de levensloopbesparingen groter (en voor banken aantrekkelijker) maken.

Banken betwijfelen of er bij hun klanten behoefte is aan een regeling waarbij mensen voor zorg kunnen sparen. Banken zijn bovendien argwanend omdat de overheid eerdere fiscaal vriendelijke producten die de banken mochten leveren, na enkele jaren weer heeft teruggedraaid omdat ze de schatkist te veel kostten.

VUT en prepensioen

Door de oprekking van de overgangsleeftijd naar 55 jaar ontstaat er een generatie oudere werknemers die `een dief van hun eigen portemonnee' is als ze geen gebruik van de VUT maakt. Het CPB bepleit daarom om de VUT om te zetten in een spaarsysteem waarbij werknemers de vanaf hun 62ste betaalde VUT-premies kunnen meenemen tot na hun pensionering. Het kabinet ziet wel iets in een dergelijke spaar-VUT.

De overgangsregeling moet volgens MKB-Nederland beperkt worden tot werknemers van 60 jaar en ouder, VNO-NCW gaat akkoord met 55 jaar, FNV en CNV willen een lagere leeftijd.

De afspraak van de sociale partners in 1997 om de VUT geleidelijk om te zetten in prepensioen, werpt zijn vruchten af. Werknemers blijven langer werken en de arbeidsparticipatie van ouderen ligt in Nederland inmiddels boven het Europese gemiddelde. MKB-Nederland en de vakbonden (FNV, CNV, MHP) zien hierin reden om de bestaande regelingen te handhaven.

De pensioenfondsen zijn van mening dat de overheid het beleid om de VUT om te zetten in prepensioen doorbreekt en zich derhalve gedraagt als een onbetrouwbare partner waarmee geen afspraken te maken zijn.

Het kabinetsplan om werknemers in staat te stellen hun rechten op prepensioen in één keer te laten opnemen stuit op fel verzet van pensioenfondsen, vakbonden, verzekeraars en belastingadviseurs. Voortijdige opname van opgebouwde rechten staat haaks op het beginsel van pensioenen.

De dubbele belasting op VUT die het kabinet wil – de premie wordt niet langer aftrekbaar van de belasting en de uitkering blijft belast – is volgens vakbonden, pensioenfondsen, verzekeraars en belastingadviseurs strijdig met het Nederlandse en Europese fiscale recht. De zogenoemde omkeerregeling (premie aftrekbaar, uitkering belast) mag niet worden losgelaten.

De besparing die het kabinet denkt te bereiken door de fiscale aftrekbaarheid van VUT en prepensioen te beëindigen, zal volgens het CPB en anderen lager uitvallen omdat werknemers kunnen uitwijken naar andere vormen van fiscaal sparen. Volgens banken en verzekeraars bereikt het kabinet slechts dat belastinginkomsten naar voren worden gehaald.

Uitvoering

Betere kinderopvang, investeren in oudere werknemers en scholing dragen volgens de vakbeweging meer bij tot langer werken en ontlasting van ouders met jonge kinderen. Voor `slijtende beroepen' of mensen die veertig jaar gewerkt hebben, moeten volgens de vakbeweging deugdelijke regelingen komen.

De levensloopregeling moet volgens MKB-Nederland en andere werkgeversbonden toegankelijk zijn voor zelfstandige ondernemers.