Scheiding der machten niet in het geding 1

Hoewel zwijgen in beginsel goud is, toch een reactie op het hoofdartikel van 21 oktober.

Als de schrijver daarvan zijn eigen krant van 20 oktober goed gelezen zou hebben, zou hij niet hebben geschreven dat de Raad voor de rechtspraak het beginsel van de scheiding der machten in het geding had gebracht. Ik heb juist steeds betoogd dat dit leerstuk in de discussie rond de uitspraak in de zaak van Erik O. geen rol speelt. Wat betreft de `vrijspraak', ook van het openbaar ministerie, dit betrof een verwijzing naar de kop van een artikel in Trouw van 19 oktober jl.

Verder heb ik steeds uitgedragen dat het mij niet zozeer ging om de uitlatingen van Kamerleden na de uitspraak van de rechter. Wel heb ik het optreden op de televisie van de heer Van Baalen op de dag voor de zitting betreurd. Ik heb hem dit in een persoonlijke brief laten weten, welk feit door hem in de openbaarheid is gebracht.

Tot slot het verwijt dat de Nederlandse magistratuur zich heeft laten meeslepen in een publicitaire strijd om de publieke gunst. Als men een dag eerder door een redacteur van dezelfde krant is gebeld met het verzoek om een reactie op het optreden van diverse politici past hierop slechts het antwoord: geen commentaar.