Intimidatie in Oud Zuid

De Diamantbuurt in Amsterdam kent nogal wat belangstelling van buiten. Veel architectuurliefhebbers weten de weg te vinden naar de voortbrengselen van de Amsterdamse school, die het straatbeeld domineren. Soms bussen vol. De laatste tijd heeft de Diamantbuurt (Oud Zuid) echter een ander aandachtspunt. Tegenover het karakteristieke oude badhuis staat een dichtgetimmerd pand met een duistere graffiti-leus op de planken voor het raam: de woning van het gezin van Bert en Marja. Zij moesten vluchten voor een groep hangjongeren die de buurt onveilig maakt.

Bert en Marja werden mikpunt omdat zij hun mond opendeden. Ze hadden het zelfs gewaagd aangifte te doen. In hoeverre hun geval exemplarisch is voor verloedering van de buurt is niet helemaal duidelijk. Intimidatie van burgers die hun burgerplicht vervullen is in elk geval onaanvaardbaar. Meldingen door burgers vormen trouwens het begin van iedere aanpak van overlast.

De reactie van burgemeester Cohen was, tot gisteren, opmerkelijk lauw. ,,We weten precies wie het zijn'', zei hij, ,,maar strafbare feiten moet je in ons rechtssysteem wel eerst bewijzen.'' Aandacht voor ons rechtssysteem is altijd op zijn plaats, maar moet niet een bestuurlijke uitvlucht worden. Dit is de burgemeester van het August Allebéplein in Amsterdam-West. Daar bestonden aan het eind van de jaren negentig vergelijkbare problemen: mensen lastigvallen en intimideren, scheuren met (gestolen) brommers. Ook daar: voornamelijk Marokkaanse jongeren. In 1998 moest de Mobiele Eenheid er zelfs aan te pas komen.

Amsterdam heeft toen een les geleerd, zou men denken. Naast de wijkagent kwam er een `buurtregisseur' in Slotervaart/Overtoomse Veld, het plein kreeg een opknapbeurt en er werd iets gedaan aan activiteiten voor de jeugd. Daar, zoals nu weer in de Diamantbuurt, wordt verveling (en kleine huizen) als een van de bronnen van overlast aangemerkt. Dat is natuurlijk nooit een excuus voor het wegtreiteren van een gezin. In Amsterdam-West maakte opvoedingsgesticht Den Engh net zozeer deel uit van de aanpak als buurtvaders. Wel zo belangrijk is dat Cohen zich heeft ingezet voor jeugdreclassering om de jongeren na ommekomst van hun straf op te vangen zodat ze niet weer in de fout gaan.

De Amsterdamse politie heeft inmiddels tachtig groepen probleemjongeren in de stad geïdentificeerd en hen al eens publiekelijk de wacht aangezegd. De politie is een onmisbare hoeksteen, maar de aanpak van jeugdproblemen vergt zoals dat tegenwoordig heet een `ketenbenadering', waarbij ook jeugdwerk, woningbouwcorporaties en stadsdeel worden betrokken. En erbij betrokken worden gehóuden, ook als de mediaploegen de wijk weer uit zijn. Al was het alleen wegens die negenenzeventig andere groepen.