Het A-woord is gevallen

Philip Roth beschrijft in zijn nieuwste roman, Het complot tegen Amerika, een gedachte-experiment. Een natie, geconcipieerd in vrijheid en toegewijd aan de overtuiging dat alle mensen gelijk geschapen zijn, glijdt af naar fascisme. Bij de verkiezingen van 1940 wordt president Roosevelt verslagen door een reactionaire Republikein, luchtvaartheld Charles Lindbergh. Die had (en dit is historisch) op de radio voor een nationaal gehoor de joden uitgemaakt voor ,,andere mensen'' die hun enorme ,,invloed hadden aangewend om ons land naar de ondergang te voeren''. De joden probeerden Amerika mee te slepen in een oorlog die de hunne was, tegen Hitler, maar die niet de oorlog was van de grote christelijke meerderheid van Amerikanen met hun ,,erfenis van Europees bloed''.

Zo begint Roths historische nachtmerrie. Het joodse gezin waarin hij opgroeit wordt apart gezet, plotseling horen zij er niet meer bij. Tijdens een uitstapje naar Washington worden zij als joden uit een hotel gezet. Vergeefs wijst vader Roth naar hun bezoek aan het Lincoln Memorial, waar zij de redevoering van Gettysburg in de muur gebeiteld hebben zien staan, met Lincolns verwijzing naar de stichting van Amerika en de grondwaarde dat alle mensen gelijk geschapen zijn.

Deze if-history is gebouwd op de angst van `de natie' voor de verderfelijke invloed van een kleine minderheid in haar midden, etnisch of religieus gedefinieerd, die ervan wordt verdacht een eigen internationale agenda te hebben, een uitheemse cultuur te koesteren, er een dubbele loyaliteit op na te houden en allerlei spanningen te veroorzaken.

Dezelfde vreeswekkende ingrediënten kunnen worden aangetroffen in het gisteren gepubliceerde onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat tweejaarlijks de pols van de natie voelt. Een ruime meerderheid verwacht grote spanningen en voorziet dat de aanwezigheid van moslims problemen oplevert. Tegelijk blijkt eruit dat een even ruime meerderheid snakt naar gemeenschapszin, burenhulp en sociaal-culturele diversiteit. De vraag is of hier sprake is van een tegenstrijdigheid – het solidariteitsbeginsel is diep verankerd – of dat de gemeenschapszin juist ook gemobiliseerd kan worden in de vorm van vijandschap jegens minderheden, het doemscenario van Philip Roth.

Wat zijn roman zo overtuigend maakt, is de schijnbare vanzelfsprekendheid waarmee het moeilijk denkbare opeens niet alleen heel goed denkbaar, maar zelfs werkelijkheid kan worden en hoe het voor de betrokkenen volslagen ondenkbare zich tot hun verbijstering aan hen voltrekt.

Toen ik deze week het omslag zag van het weekblad HP/De Tijd, had ik de neiging achteloos voorbij te gaan aan wat daar in fel-moderne kleurige lay-out stond afgedrukt: `Blank + zwart = mislukt. Integreren werkt niet'. Het was natuurlijk juist de bedoeling om schrik aan te jagen met een zoveelste provocatie uit een obscuur hoekje. Niet op reageren, toch? Maar ik dacht aan de if-history van Roth en ik schrok tóch.

Ik ken enkele redacteuren van dat blad als beschaafde mensen en vakbekwame journalisten. Adjunct-hoofdredacteur Gerard Mulder was jarenlang een collega van me. En nu drukt hij toch maar een coverstory af met een pleidooi voor, daar heb je het, invoering in Nederland van een vorm van apartheid.

Philip Roth, ben je daar nog? Je nachtmerrie houdt nooit op.

De auteur van het omslagartikel, Marcel Roele, laat eerst braaf weten (zoals antisemieten na de Tweede Wereldoorlog altijd braaf lieten weten tegen de holocaust te zijn) dat de apartheid uit de tijd van het blanke regime in Zuid-Afrika verwerpelijk was: ,,een systeem dat theoretisch de `gescheiden ontwikkeling' van diverse bevolkingsgroepen voorschreef, maar dat in de praktijk neerkwam op gedwongen afscheiding en beperking van de burgerrechten van een zwarte meerderheid door een blanke, regerende minderheid.'' Volgens Roele wilde de ironie dat ,,terwijl bevlogen Nederlandse idealisten en wereldverbeteraars (men proeft het dédain) de apartheid veroordeelden, in ons land ondertussen een scheiding van bevolkingsgroepen plaatshad, zij het spontaan.''

Wat volgt, is een pleidooi voor `vrijwillige apartheid'. Met een soortgelijk eufemisme betitelde Hendrik Verwoerd – die de apartheidstirannie invoerde in Zuid-Afrika – zijn systeem als `separate vrijheid'.

De kern van Roeles betoog is het aanwijzen van een minderheid die dient te worden afgezonderd in de samenleving, te weten de aanhangers van de islam, ,,een tegencultuur van de westerse beschaving'', ,,die zich niet heeft verbreid door de macht van het woord, maar van het zwaard.''

Roth, ben je daar, hoor je Lindbergh in je angstdromen over de vermeende `tegencultuur' van de joden?

Het komt hierop neer in HP/De Tijd: ,,gedwongen menging lukt niet'', ,,de enige manier om de grote steden economisch en cultureel levensvatbaar te houden, is het laten ontstaan van vrijwillige apartheid binnen de Randstad'', ,,de blanke middenklasse in de grote steden vormt een buitengewoon nuttige maar wel met uitsterven bedreigde diersoort die bescherming verdient.'' De bescherming die alleen de apartheid te bieden heeft.

Zo horen we de echo's van een bloederige geschiedenis die begon met een beroep op de angst voor de `mengelmoessamenleving'. Dit was de term die de theoretische grondlegger van de apartheid in Zuid-Afrika, Geoff Cronjé, in zwang bracht. De multiculturele `mengelmoes' is de ondergang van de christelijke beschaving, zo gaat het oude liedje. Het is de angst voor `verbastering', het etno-centrisme van `natie, volk, taal', of zoals de Duitse filosoof Fichte het onder woorden had gebracht: ,,Alleen in de onzichtbare hoedanigheid van een natie kan de verzekering van haar huidige en toekomstige waarde, deugd en verdienste worden gevonden'' op straffe van ,,een uniforme en gelijktijdige vernietiging''.

Conclusie: mengelmoes = vernietiging, blank + zwart = mislukt. En HP/De Tijd predikt de `vrijwillige apartheid'. Maar laten we in deze `Week van de geschiedenis' in de herinnering roepen dat dit hetzelfde betekent als een `vrijwillige' misdaad tegen de menselijkheid, een `vrijwillig' opzij zetten van het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet, de `vrijwillige' vernietiging van de vrijheid.

Zover moest het komen – en je kon erop wachten in deze tijd van etterend conformisme en misselijkmakend populisme. Je kon erop wachten, maar je hoeft het, het Amerika van Philip Roth indachtig, zover niet te laten komen.