Een notaris met één bult

Wachten tot het grind knerpt. Binnen het notariaat was dat 157 jaar lang een gevleugelde uitdrukking. Het gaf notarissen het veilige gevoel van verzekerde inkomsten. De tarieven stonden immers zo vast als een huis.

Tot vijf jaar geleden. Toen ging de uit 1842 daterende Notariswet op de schop. Notarissen waren voortaan niet alleen publiek ambtenaar, maar moesten ook gehaaide ondernemers zijn, bepaalde het kabinet destijds. De tarieven zijn inmiddels geheel vrij, en andere zekerheden in het notariaat staan inmiddels ook op losse schroeven.

Eind vorige week werd opnieuw een steen in de vijver gegooid. De Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) pleit in een advies voor het opheffen van het notarismonopolie op zaken als testamenten, echtscheidingen, huwelijkse voorwaarden en samenlevingscontracten, in het notariaat bekendstaand als de familiepraktijk. De stichting, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, heeft het advies opgesteld in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, de aanhangers van marktwerking. Advocaten en accountants kunnen, vindt de SEO, net zo goed testamenten en dergelijke opstellen.

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) reageerde afgelopen weekend als door een wesp gestoken. Het onderzoek is volgens de organisatie ,,dwaas en kortzichtig''. Volgens het KNB is de precisie van de notaris nodig. Een fout in bijvoorbeeld het testament is na overlijden niet meer te herstellen. De foutloze precisie van notarissen zouden advocaten en accountants niet kunnen bieden, stelt het KNB.

De omslag naar vrije tarieven heeft zijn effect niet gemist. Een beetje marktgericht notariskantoor werkt tegenwoordig niet veel anders dan een Aldi of Lidl. Prijsvechten is onder notarissen geen vies woord meer. Althans, bij een groot deel van hen. Onlangs leidde dat op de jaarlijkse vergadering tot een zichtbare tweespalt binnen de notariële beroepsgroep.

Het voorstel om het monopolie van de familiepraktijk op te zeggen is dan ook een godsgeschenk voor het notariaat. Deze discipline is notoir verliesgevend, zoals de afgelopen jaren is gebleken uit onderzoeken. De ondernemings- en de vastgoedpraktijk zijn daarentegen goed winstgevende onderdelen die de aanhoudende verliezen van de familiepraktijk dempen.

Uit bedrijfseconomisch standpunt gezien is het afstoten van de notariële familiepraktijk richting advocaten daarom aantrekkelijk. Daarmee is de pijn van de felle prijsoorlog te verzachten. Maar deze scheiding, hoe dagelijks notarissen daar ook mee te maken hebben, valt de beroepsgroep blijkbaar toch zwaar.