Brandpunt Behrens

De weinig bekende persfotograaf Herbert Behrens wordt geëerd met een boek en een tentoonstel- ling. Op zijn foto's uit de jaren zestig lijkt het alsof Rotterdam een bruisende stad was.

In het fotoboek Brandpunt Rotterdam - De jaren zestig gezien door Herbert Behrens, dat dezer dagen is verschenen, staat ter illustratie bij de inleiding een veelzeggend kiekje. In een spiegel op een kapperbeurs in Amsterdam fotografeerde Behrens zichzelf in het gezelschap van zijn collega's Eddy Posthuma de Boer, Ed van der Elsken en politiek tekenaar Frits Müller. Het is 1956, ze staan aan het begin van hun carrière. Alle vier dragen ze een ring-baardje dat in die tijd een teken van een zekere artisticiteit was.

Posthuma de Boer en Van der Elsken werden grote namen in de fotografie, Müller niet minder in zijn vak. Maar de carrière van Herbert Behrens verliep minder succesvol, bleef om zo te zeggen onderbelicht. Hij werd als zoon van een meubelmaker uit Osnabrück en een Duits dienstmeisje in 1931 in Amsterdam geboren. Op twintigjarige leeftijd kwam hij als loopjongen in dienst van het fotopersbureau Anefo. Hij volgde een cursus aan de Fotovakschool in Den Haag en in 1957 werd hij er door zijn werkgever op uitgestuurd om in Rotterdam een bijkantoor op te zetten.

Er werden toen in Rotterdam nog minstens acht kranten gemaakt die vrijwel allemaal in of in de omgeving van de Witte de Withstraat, de Fleet Street van Rotterdam, waren gevestigd. De behoefte aan beeldmateriaal was groot en fotografie ging een steeds belangrijkere rol spelen in de dagelijkse verslaggeving. Zodanig dat de status van persfotograaf werd verhoogd tot die van fotojournalist.

Op een groepsfoto die in het boek is opgenomen zien we tweeëntwintig merendeels flink uit de kluiten gewassen en gladgeschoren mannen, stoere jongens met brede schouders die tegen een stootje kunnen. Fotograferen in een stad in wederopbouw betekende niet zelden bij weer en wind afdalen in diepe bouwputten of het beklimmen van torenhoge bouwwerken. Voor het elkaar verdringen bij het leggen van een eerste steen, de doop van een schip of een bezoek van een hoogwaardigheidsbekleder of een internationale beroemdheid waren flinke ellebogen onmisbaar. Waarna in vliegende vaart, via de doka, de krant moest worden bereikt.

Herbert Behrens is de enige op de foto met ringbaardje. Alsof hij zijn artistieke ambities niet wilde opgeven. Niettemin moest er brood op de plank komen en voerde hij de opdrachten uit waar de verschillende redacties om vroegen. In De Kuip volgde hij beroepsmatig de wedstrijden van Feyenoord, maar hij had nauwelijks oog voor de doelpunten. Voetbal had zijn interesse niet, daarom richtte hij zijn camera maar op de acties en valpartijen van sterspeler Coen Moulijn.

Uit de selectie die uitgever in ruste Cees van Maurik voor `Brandpunt Rotterdam' heeft gemaakt, komt Behrens als een buitenbeentje onder de fotojournalisten tevoorschijn. Hij liep zelden met de kudde mee, maar sloop er als het ware omheen. Bij de onthulling van het beeld van Wilhelmina dat Charlotte van Pallandt in hardsteen had gehouwen, zien we de horde fotografen op de achtergrond, terwijl koningin Juliana de plechtigheid voltrekt. Als Ella Fitzgerald naar Rotterdam komt om in De Doelen op te treden, fotografeert Behrens haar niet in volle glorie op het podium, maar bij de kaartjescontrole op het Centraal Station.

Na vier jaar gaf Behrens zijn vaste baan bij Anefo op en ging hij als freelance fotograaf verder. Hij was inmiddels gescheiden van Carla Tsjang, de latere modeontwerpster Fong Leng, die overigens in haar autohagiografie met geen woord over haar eerste echtgenoot rept. Herbert Behrens bleef tot het begin van de jaren zeventig werkzaam in Rotterdam. In 1970 maakte hij een mooie serie foto's van het Popfestival in Kralingen. Wellicht vond hij daar de inspiratie om een andere weg te gaan. Hij verhuisde naar een commune in Werkendam. De poging om in Frankrijk een alternatief vakantieoord op te bouwen liep op een mislukking uit. Terug in Nederland werd Behrens docent fotografie in Amsterdam en Groningen, waar hij nog steeds woont.

In het archief van het Nederlands fotomuseum worden zijn 50.000 negatieven in zuurvrije dozen bewaard. Het is moeilijk te zeggen of de tachtig foto's in `Brandpunt Rotterdam' representatief zijn voor zijn oeuvre. Achter elkaar bekeken lijkt het alsof er in die roerige jaren in Rotterdam veel te beleven viel. Uitgever van Maurik, die in het begin van zijn Rotterdamse jaren met Behrens bevriend raakte, heeft het boek gemaakt ter gelegenheid van zijn eigen zeventigste verjaardag. Dit eerbetoon aan een eigenzinnig fotograaf zou alleen een betere drukkwaliteit hebben verdiend.

Flip Bool e.a.: Brandpunt Rotterdam. De jaren zestig gezien door Herbert Behrens, Koppel uitgeverij, 96 blz. €19,95

T/m 14 nov is er een tentoonstelling over Herbert Behrens in Historisch Museum De Dubbelde Palmboom, Voorhaven 12 in Rotterdam