Bond poogt rugby weer een `smoel' te geven

Met een `feestwedstrijd' tegen het militaire team van rugbygrootmacht Zuid-Afrika hoopt de Nederlandse ploeg zaterdag een eerste stap op weg naar eerherstel te zetten.

De afspraak stond al maanden in de agenda. Maar waarom kwamen ze eigenlijk, die rugbyende militairen uit Zuid-Afrika? Niemand die het wist op het bondsbureau van de Nederlandse rugbybond (NRB). Het was in elk geval niet uit sportieve overwegingen, zoveel was zeker. In Europa stelt de oranje brigade al weinig tot niets voor, laat staan op mondiaal niveau.

Een wakkere geest op Sportpark De Eendracht ging op onderzoek uit en kwam tot de ontdekking dat het bezoek `een politieke lading' had. Tien jaar geleden is het inmiddels dat de internationaal fel veroordeelde apartheid werd afgeschaft. Om die mijlpaal te vieren besloot militaire rugbybond van Zuid-Afrika (SANDF) een trip te maken. Zoals popsterren dat doen om hun nieuwste cd aan te prijzen.

En dus schoof gisteren de gepensioneerde kolonel Marius Cornelissen aan in het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam om tekst en uitleg te geven. ,,Wij vieren tien jaar democratie en waar kunnen we dat beter doen dan bij onze voorouders, die zich altijd zo voorbeeldig hebben ingezet voor ons land?'' Jan van Riebeeck, de Hollandse Oost-Indiëvaarder die in 1652 zijn beroemde haag plantte op Kaap de Goede Hoop, was de eerste, maar zeker niet de laatste.

Het is een tikje ironisch dat uitgerekend een Zuid-Afrikaanse rugbyploeg een ode brengt aan de democratie. In de ogen van de zwarte ANC-regering geldt de stoere sport nog altijd als een blank bastion bij uitstek, dat zich hardnekkig verzet tegen de maatschappelijke werkelijkheid. Maar dat verwijt kan zijn bond niet gemaakt worden, benadrukte Cornelissen. ,,Ruim de helft van ons team bestaat uit kleurlingen.''

Maar voor een politiek debat was de kolonel bd (,,Langzaam praten dan versta ik u'') niet naar het bondsbureau gekomen, waar het vier maanden geleden aangetreden bestuur van de gelegenheid gebruik maakte om ,,weer eens een positieve boodschap te verkondigen'', in de woorden van NRB-voorzitter Gerard Kemps. Ook hij wenst, net als hun Zuid-Afrikaanse collega's, een streep onder het verleden te zetten. Nu de financiële puinhopen (een schuld van bijna 300.000 euro) grotendeels zijn opgeruimd, met dank onder meer aan sportkoepel NOC*NSF, is het tijd om het Nederlandse rugby weer `smoel' te geven.

Heel voorzichtig is het vorig jaar opgestelde `langetermijnvisie toprugby' weer uit de kast gehaald. Ambitie is het nieuwe toverwoord in het plan van aanpak, waarin het opleiden en het ondersteunen van trainers, jeugdspelers en begeleiders centraal staat. Ook is het duel tegen de Zuid-Afrikanen ,,vermoedelijk een David- en Goliath-wedstrijd'', volgens Kemps, het is ,,tevens een unieke kans om te laten zien dat ook onze A-selectie weer bruist van ambitie''.

In april begint de eerste ronde van het kwalificatietoernooi voor de eindronde van het wereldkampioenschap, over drie jaar in Frankrijk. België, Letland, Litouwen en Zweden zijn daarin de tegenstanders, en die klus moet te klaren zijn voor het gerenoveerde vijftiental. ,,Wat is makkelijker dan de kleuterklas te verlaten?'', luidde de even provocerende als hilarische vraag van topsportcoördinator Bart Wierenga.

Aan het enthousiasme van de spelers zal het niet liggen, weet de oud-speler van Castricum. Tot zijn genoegen constateerde hij dat alle internationals vooralsnog begrip hebben voor het feit dat bond niet (meer) in staat is om reiskosten te vergoeden. ,,We hebben het geld niet en al hadden we het wel: we willen ons geld vooral steken in de ontwikkeling en dus de basis van het toprugby.''

Over twee jaar moet de nationale ploeg terugkeren in de A-divisie, aldus de NRB. In werkelijkheid dienen de rugbyers terug te keren in de B-groep, waar de gedemotiveerde selectie twee jaar geleden afscheid van moest nemen. De topdivisie van het Europese landenrugby is een professioneel walhalla, verenigd in het bijna heilige verbond der Six Nations, waar de amateurs uit Nederland vooralsnog niets te zoeken hebben.

In Alex O'Dowd (37) vond de bond een nieuwe, geestdriftige bondscoach, die symbool staat voor het hernieuwde elan. Razend enthousiast was de geboren Nieuw-Zeelander toen hij begin deze maand een trialmatch organiseerde, en bleek dat ,,niet alleen ik, maar ook de spelers zelf aangenaam verrast waren door het vertoonde spelniveau''.

Goede hoop heeft de tot bondscoach gepromoveerde interim-trainer verder dat het coachplatform, een maandelijks forum op het bondsbureau, de van oudsher gespannen relatie tussen bond en clubs zal versoepelen. ,,Als iedereen zijn zegje mag doen, is het voor mij makkelijker beslissingen te nemen, en voor hen makkelijker om dat besluit te accepteren.''

Een van zijn voorgangers, landgenoot Geoff Old, liep zich uiteindelijk vast in de Nederlandse blubber, waar het traditionele potje-bier-na-afloop nog altijd wordt bewierookt. Verbitterd en gedesillusioneerd legde de oud-politieman na vier jaar zijn functie neer. Wat maakt O'Dowd tot een geschiktere kandidaat dan Old of diens opvolger, de gaandeweg al even gefrustreerde Noord-Ier Robbie Allen?

O'Dowd, grijnzend: ,,Ik ben getrouwd met een Nederlandse, heb twee Nederlandse kinderen en ken het Nederlandse rugby al vier jaar.'' Met andere woorden: als iemand geknipt is voor de functie, dan is hij het. De oud-assistent van ereklasser Rotterdam is geduldig, en kent niet alleen de mogelijkheden, maar ook de beperkingen van en in het van oudsher amateuristische en studentikoze wereldje. Stellig: ,,I know the culture.''