Zwitserse scholen kluisteren moeders aan huis

,,Mevrouw, we zijn er niet om uw kinderen bezig te houden. Dat doet u maar zelf. Wij leren ze alleen dingen. En op de uren die wij geschikt vinden.'' Zo, die zit. Als je graag wilt weten hoe het komt dat je je kinderen op één en dezelfde Zwitserse school op verschillende tijden moet halen en brengen, hoef je bij deze juf niet op veel begrip te rekenen. Ze is best aardig, hoor. En je dochter van zes kan na een paar weken al een beetje lezen en schrijven. Maar dat gezeur van moeders die zo graag willen werken, daar heeft ze geen boodschap aan.

En moeders in Zwitserland zeuren veel. Tenminste, als ze er bij willen werken. Een klein voorbeeld, uit een dorp vlakbij Genève? Om twintig over acht moet de oudste naar school. Een half uur later nummer twee, die op de kleuterschool zit. Hem eerder parkeren mag niet; voor-schoolse opvang is er niet. Om 25 over elf komt nummer twee het schoolplein alweer opgerend. Een half uur later volgt de oudste. Bij mooi weer slaan veel moeders elke ochtend twee keer dat halve uur op het schoolplein stuk, kankerend op het schoolsysteem dat ,,bedoeld is om ons thuis te houden''.

Als het regent, wachten ze in de auto. Een enkeling rijdt tussendoor even naar huis, niet zelden met een krijsende baby die weigert zijn slaapritme aan te passen aan de hybride tijden van de school. Dan gaan de moeders met hun kroost naar huis, want er moet geluncht worden. En dus gekookt. Opvang is er ook tijdens het middaguur niet. Om twee uur moet die van zes weer op school zijn. Voor anderhalf uur, wel te verstaan. Nummer twee is dan meestal vrij, want de filosofie van de school is dat vijf halve dagen meer dan genoeg is voor vierjarigen. De allerkleinste, van twee, kan tot haar vierde naar de crèche in het dorp. Daar is een lange wachtlijst. In naburige dorpen ook. Als het kind eindelijk aan de beurt is, mag je kiezen: twee ochtenden, twee uur lang, of twee middagen, twee uur lang. Meer ,,is de bedoeling niet''. De tijden van de crèche zijn niet flexibel. Ze zijn dus niet te matchen met de eigenwijze schoolbellen van de oudste twee.

Geen wonder dat een recente studie over werkende vrouwen in Zwitserland, van het Swiss Forum for Migration and Population Studies in Neuchâtel, meldt: ,,Anders dan in andere landen, zoals Frankrijk of Zweden, wordt de arbeidsparticipatie van de vrouw in Zwitserland vooral bepaald door geboorte en opvoeding van de kinderen.'' Mannen verdienen hier de kost. Veel vrouwen denken traditioneel. Ze stoppen of minderen niet met werken als ze kinderen krijgen, maar al als ze trouwen.

Als moeders toch willen werken, dan is daar best een mouw aan te passen. Ze regelen iets met andere moeders, zodat ze part-time aan de slag kunnen (de rest van de tijd passen ze op andermans kinderen). Ze schakelen opa en oma in, als die in de buurt wonen. Of ze nemen een nanny. Maar nannies zijn duur, en legaal moeilijk te regelen (de meeste Braziliaanse of Filippijnse meisjes op het schoolplein werken bij diplomatenfamilies). De laatste optie, die er alleen is in of vlakbij een grote stad, is nog duurder: een internationale school, die schoolbussen heeft om de kinderen 's ochtends vroeg te halen en aan het eind van de middag thuis af te leveren. Die kost vele duizenden euro's per maand – per kind, wel te verstaan.

Daarom beginnen sommige scholen nu met voor- en naschoolse opvang. ,,Om aan de wensen van vele ouders tegemoet te komen'' begint het inschrijfformulier van de gemeente vlakbij Genève, die de Grote Stap nu ook waagt. Bemoedigend! Maar dan komt de prijslijst: 31 frank, ofwel 22 euro, per kind per dag. In België, waar de scholen dit systeem allang hebben en waar relatief veel vrouwen full-time werken, betaal je dat per kind per maand.

Van de Europese vrouwen die werken, werken er nergens zoveel part-time als in Nederland. Studies wijzen uit dat dit niet aan `de mannen' ligt, of aan een glazen plafond, of een gebrek aan opvang – vrouwen vinden gewoon dat het niet goed is om je kinderen uit te besteden. Het Europese land dat na Nederland de meeste part-time werkende vrouwen heeft, is Zwitserland: vier op de vijf vrouwen die werken, doen dat in deeltijd.

Bij het begin van dit schooljaar schreef de krant Le Temps twee pagina's vol over dit dilemma. Jeremiërende moeders uit alle delen van het land en Europese vergelijkingen over kinderopvang lieten geen spaan heel van Zwitserland. Hier krijgen niet de mannen, maar de scholen de schuld. Maar één cruciale vraag stelde de krant niet: als de kinderopvang ooit beter wordt, gaan moeders dan meer werken? Goeie vraag, zo blijkt op het schoolplein. ,,Ik wel,'' zegt er één, die nu drie keer per week

's avonds op het vliegveld van Genève op de lost & found werkt. ,,Ik ook'', zegt een tweede, die ervan droomt om haar baan bij een verzekeringsmaatschappij ooit weer op te pakken. De rest zwijgt. Ten slotte begint er eentje te lachen (drie kinderen, gebruind gezicht van het oktoberzonnetje in de speeltuin): ,,Zeg, we hebben net stemrecht gekregen!''

Dan wandelt de pinnige schooljuf de poort uit – dezelfde die er niet is ,,om uw kinderen bezig te houden''. Ze groet de moeders, kijkt op haar horloge en schiet als een speer haar auto in. Ja, dat is waar ook: deze juf heeft nog een ander leven. Ze heeft een duo-baan. Sinds de geboorte van haar kind, vorig jaar, staat ze op donderdag en vrijdag niet meer voor de klas. ,,Heb je gehoord dat ze misschien weggaat?'' roddelen de moeders als de juf is weggereden. ,,Ze kan het niet aan, hè. We zagen het aankomen. Véél te zwaar.''