Zwemploeg in Eindhoven gaat jeugd scouten en opleiden

Jacco Verhaeren gaat zich actief bemoeien met het opleiden van zwemcoaches en jeugdig zwemtalent. De 35-jarige trainer, coach van onder anderen olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband, treedt in dienst als technisch directeur van één nader te benoemen, overkoepelende stichting, die de huidige drie `topsportdivisies' in Eindhoven (Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland en de daaraan gelieerde profploeg en club PSV) gaat vervangen.

De vier jaar geleden opgerichte Philips-profploeg wordt niet opgedoekt, maar gaat ,,meer dan voorheen de opgedane kennis en expertise in dienst stellen van het hogere doel: het Nederlandse topzwemmen'', in de woorden van Verhaeren. Het nieuwe topsportmodel is vanmiddag gepresenteerd in zwembad De Tongelreep, op de dag dat Van den Hoogenband, twee maanden na de prolongatie van zijn olympische titel op de 100 meter vrije slag, de trainingen heeft hervat.

Het 26-jarige boegbeeld krijgt een `status aparte', zodat de meervoudig kampioen de handen vrij heeft voor buitenlandse (invitatie)wedstrijden en oefenstages, en andere commerciële verplichtingen ten behoeve van zijn privé-sponsors (Philips, Stad Rotterdam Verzekeringen en Nike). Met Gijs Damen (25), Mitja Zastrow (27) en nieuwkomer Thomas Felten (21) vormt hij `de motor' van het project. Klaas-Erik Zwering (23) en Joris Keizer (25) maken plaats; zij bouwen hun loopbaan af.

Onduidelijk is vooralsnog of Philips zijn naam exclusief wil verbinden aan kopman Van den Hoogenband, of dat het elektronicaconcern het gehele project zal omarmen. Manager Patrick Wouters voert daarover nog overleg met het bedrijf. Mandy van Rooden, nu nog trainster van de PSV-groep, wordt de assistent van Verhaeren, en krijgt de leiding over een `top/talentselectie' van acht tot twaalf merendeels jongere zwemmers. Onder hen ook Hinkelien Schreuder (20) en Mark Veens (26). Daaronder komt een selectie voor de allerjongsten (10 tot 16 jaar).

Het grote voordeel van de nieuwe opzet is volgens Verhaeren dat hij zijn internationale kennis én zijn team van wetenschappelijke begeleiders, onder wie inspanningsfysioloog Jan Olbrecht, nu ook kan aanwenden ,,om stevig aan de basis te gaan sleutelen''. Dat is nodig, stelt de 35-jarige fulltime coach. ,,Trainers in Nederland leveren over het algemeen goed werk, maar ze missen een duidelijke richting en een heldere opleidingsstructuur.'' Door stages aan te bieden en zelf jeugdig talent te scouten, denkt Verhaeren een van de knelpunten te kunnen bestrijden.

De gewijzigde opzet is mede ingegeven door de ervaringen van de afgelopen vier jaar. Succesvol was Verhaeren naar eigen zeggen met Van den Hoogenband en de estafetteploeg op de 4x100 vrij (zilver in Athene). Minder te spreken is hij over de individuele prestaties, van onder anderen Keizer en Zwering. ,,Mijn conclusie is dat de top gedijt bij professionele omstandigheden, maar ook dat concentratie van topzwemmers meer medailles oplevert. Dat is vier jaar geleden in Sydney (negen deelnemers en acht medailles, red.) gebleken.''

Tevens signaleert hij dat de aanvoer van jeugdig talent stagneert, en dat terwijl blijkens een bondsonderzoek juist sprake is van een toename van het aantal wedstrijdzwemmers in de leeftijd van zes tot zestien jaar. ,,Dat het scheef loopt, heeft onder meer te maken met het feit dat het kennisniveau van de trainers te wensen overlaat. Dat kan je ze niet kwalijk nemen, want het zijn vrijwel een voor een mensen die training geven naast hun normale baan.''

Als voorbeeld noemt hij Felten. ,,Hij is nu een paar weken bij ons en maakt nu pas serieus kennis met zaken als krachttraining, voeding en lactaatmetingen. Zo zijn er velen die pas op relatief late leeftijd en dat is meestal té laat in aanraking komen met de eisen en randvoorwaarden van topzwemmen. Thomas kan hard trainen, maar heeft maar één versnelling. Hij moet een inhaalslag maken, en dat zou niet moeten.''

Maar met het Eindhovense initiatief is het Nederlandse zwemmen maar ten dele geholpen, beseft Verhaeren. ,,We hebben ons eigen succes in handen, maar zodra elders ook initiatieven van de grond komen, is de kans groter dat we slagen. De absolute getallen in de jeugd (tot negentien jaar, red.) moeten omhoog om de doorstroom en daarmee dus meer finales te garanderen. Dat haalt één initiatief niet.''

Van een stap terug is volgens Van den Hoogenband geen sprake. ,,Het is eerder andersom: we gaan onze know-how op meerdere fronten inzetten. Dat is nodig, want als iets de laatste jaren duidelijk is geworden, dan is het wel dat het in Nederland niet ontbreekt aan talent, maar dat dat talent niet goed genoeg wordt begeleid. Onze `geen excuus-cultuur' willen we overbrengen.''

Zelf wil VdH zijn eigen wereldrecord op de 100 vrij (47,84) verbeteren, en hoopt hij volgend jaar bij de WK langebaan (50 meter) in Canada na drie mislukte pogingen een wereldtitel toe te voegen aan zijn erelijst. ,,En verder zou het natuurlijk fantastisch zijn om over vier jaar in Peking een derde olympische titel op rij te winnen.''

De kans is ,,zeer klein'' dat hij over zes weken meedoet aan de EK kortebaan (25 meter) in Wenen. ,,De Europese bond oefent wel druk op me uit, maar ik heb ook m'n eergevoel. Ik ben amper begonnen als dat toernooi begint, ik stap niet zomaar op het startblok.''