Zandwijk toont alleen Brouwers' kleingeestigheid

,,Hebben we toch nog een witte kerst,'' zegt de man terwijl hij de drol van het meisje wit spuit met kunstsneeuw. Na urenlang samen opgesloten zitten in een lift, kon het meisje zich niet langer houden. Vol schaamte poepte ze in de hoek. Het versieren van de drol met kunstsneeuw is een lief gebaar van de man. Zo tracht hij de schaamte van het meisje weg te nemen.

Het tweeluik 2 X Brouwers, twee toneelstukken naar de romans van Jeroen Brouwers door het Ro Theater, is een gevaarlijke onderneming. Deel één, Bezonken rood (1979) ging vorige week reeds in première in de regie van Guy Cassiers. Deel twee, Zonsopgangen boven zee (1977), wordt geregisseerd door Alize Zandwijk. Wie de twee delen achter elkaar ziet kan niet anders dan vergelijken. En dat is pijnlijk voor Zandwijk.

Zonsopgangen boven zee gaat over een man die opgesloten in een lift zijn mislukte leven overdenkt. Als jongen verlaten door zijn moeder, vernederd op een internaat, en nu ook nog verlaten door zijn vrouw, is de man op drift geraakt. Allerlei angsten, en walging voor zichzelf en de anderen verhinderen hem om in het leven te passen. Voor eeuwig opgesloten in zichzelf. Thematiek die ook in Bezonken rood en in Brouwers' andere boeken speelt, maar die hier wat zeurderigs en afstotends heeft.

Daar waar Cassiers het grootse uit Brouwers' werk naar boven haalt, toont Zandwijk juist zijn kleingeestigheid. Cassiers creëert met zijn abstracte, koele video-decor afstand en heldere ruimte waarin Brouwers' tekst over een man met een Indisch kampverleden, een hallicunogene werking krijgt. Zandwijks decor is juist aards, plat, rommelig: overal liggen lege sigarettenpakjes Caballero, stropdassen, zakken chips, kersttakken, een vies matras, levensmiddelen. Doordat de rommel in een grote, lege ruimte ligt, wordt het alleen geen grootse chaos, maar blijft het lelijk gepriegel.

Een zak stront met botten, zo wil de mensenhater de mens tonen. Daarom is er in Zonsopgangen veel aandacht voor lichamelijke ontluistering: poepen, winden laten, braken, boeren, hikken, met als dieptepunt het vol walging beschreven beffen van een oudere vrouw. Het inzoomen op de lichaamssappen en -gassen hangt ook samen met Brouwers' intensieve zelfbeschouwing, het zo eerlijk mogelijk beschrijven van eigen lichaam en geest.

Zandwijk biedt hiertegen geen tegenkleuren maar illustreert Brouwers toch al plastische beschrijving met nog plastischer beelden. Geregeld laten het meisje en de man hun broek zakken, om zich daarna weer aan te kleden, in een onduidelijke cadans. Daar waar acteur Dirk Roofthooft in Bezonken Rood zeer terughoudend is, in zichzelf mompelend, zijn de spelers hier juist extravert, op het karikaturale af. Fania Sorel, als de mollige scharrel die moet poepen, giechelt vooral. Maar de schaamte en het ongemak dat haar gaandeweg zou moeten bevangen blijft uit. Om onduidelijke reden wordt de ik-figuur door twee acteurs gespeeld: de magere Paul R. Kooij (hier meer Buurman Boordevol dan Marcel Proust) en de robuuste Rogier Philipoom. Ze lopen elkaar eerder voor de voeten dan dat ze elkaar aanvullen.

Voorstelling: Zonsopgangen boven zee van Jeroen Brouwers, door het Ro Theater. Regie: Alize Zandwijk. Gezien 24/10 Ro Theater Rotterdam. Aldaar t/m 7/11. Inl. (010) 404 7070 of www.rotheater.nl.