Verkiezingen in Kosovo geboycot

Bij de parlementsverkiezingen in Kosovo hebben zich zaterdag geen grote wijzigingen voorgedaan in de krachtsverhoudingen van de Albanese partijen. De verkiezingen werden gekenmerkt door een bijna totale boycot door de Serviërs.

Volgens de nog voorlopige uitslagen kreeg de Democratische Liga van Kosovo (LDK) van president Ibrahim Rugova de meeste stemmen. Volgens Rugova zelf wist de LDK meer dan de helft van de stemmen op zich te verenigen, maar volgens de onofficiële uitslag bleef de LDK op 47 procent steken. De Democratische Partij van Kosovo (PDK) van Hashim Thaçi kreeg 26 procent en de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK) van Ramush Haradinaj eindigde op acht procent. Deze drie partijen hebben de afgelopen jaren samen geregeerd, met beperkte bevoegdheden, want in Kosovo wordt de dienst uitgemaakt door het VN-bestuur UNMIK. Zes procent van de stemmen ging naar een nieuwe partij, Ora (Uur), van de journalist Veton Surroi, die voor het deelnam. De opkomst was 53 procent.

In het parlement zijn honderd van de 120 zetels gereserveerd voor de Albanezen, tien voor de Servische minderheid en tien voor de andere minderheden – de Turken, Roma, Ashkali's en Bosniërs.

Belangrijker evenwel was het vrijwel volledig wegblijven van de Kosovo-Serviërs – 108.000 kiesgerechtigden die in Servië wonen, na in 1999 te zijn gevlucht of verdreven, en 96.000 in Kosovo zelf. Minder dan één procent van de Serviërs ging naar de stembus. Volgens het speciale `Antiverkiezingsbureau' van de Serviërs, dat propaganda had gemaakt voor een boycot, kwam zelfs maar 0,35 procent opdagen. Zij bepaalden uiteindelijk wie de tien Servische zetels gaat innemen. De vraag is echter òf ze worden ingenomen. Oliver Ivanovic, de gematigde Servische leider die voor deelname aan de verkiezingen was, zei gisteren te overwegen het parlement toch maar te boycotten nu vrijwel al zijn volksgenoten dat doen.

De Serviërs zijn vooral weggebleven uit protest tegen hun levensomstandigheden en vooral hun gebrek aan bewegingsvrijheid. De meeste Serviërs leven in getto's waar ze niet zonder gevaar uit kunnen. Volgens de chef van het VN-bestuur, Sören Jessen-Petersen, was evenwel ook sprake van ,,een deplorabele intimidatie'' door de voorstanders van een boycot. Veel Serviërs zouden zijn weggebleven uit angst voor represailles. Bij de vorige verkiezingen, die niet werden geboycot, veroverden de Serviërs nog 22 zetels.

Oliver Ivanovic gaf de internationale gemeenschap een deel van de schuld voor de boycot. De extreem lage opkomst van de Serviërs weet hij aan ,,het ontoereikende beleid'' van UNMIK. Daarnaast speelde de anti-Servische pogrom van midden maart een rol. Die heeft de Servische minderheid ,,geradicaliseerd'', hetgeen de ,,extremistische'' leiders van de Serviërs in de kaart heeft gespeeld, zo zei hij. Ook mistte de oproep van de Servische regering tot een boycot zijn uitwerking niet.