Veel theaters haken af voor digitale film

Verschillende Nederlandse filmtheaters doen niet mee aan Cinema Net Europe (CNE), een digitaal bioscoop-netwerk van negen Europese landen. De theaters zijn het niet eens met de voorwaarden van CNE.

Voor het Amsterdamse filmtheater Rialto en het Eindhovense Plaza Futura is het grootste struikelblok de greep die CNE als distributeur krijgt op de programmering. Een deel van de `prime time' avondvoorstellingen moet verplicht worden ingeruimd voor Nederlandse documentaires of artistieke films. Voor Lantaren/Venster is vooral de digitalisering van nog een tweede arthouse in Rotterdam het probleem. ,,Onder deze voorwaarden doen wij er niet aan mee'', zeggen R. Walravens, directeur van Rialto, K. Selçuk van Lantaren/Venster en W. Oosterhuis van Plaza Futura.

CNE-coördinator H. Roelvink vindt het jammer dat ,,een aantal filmtheaters uit de boot valt. Maar de boot gaat verder. De meeste exploitanten vinden onze voorwaarden wel redelijk.'' Dat bevestigt H. Camping van 't Hoogt in Utrecht. ,,Ik juich de digitalisering toe. Met dit contract is volgens mij niemand echt tevreden, maar er staat in dat we er over een jaar nog aan kunnen sleutelen. Je moet gewoon ergens beginnen.''

Het digitale netwerk, waaraan ook Spanje, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië, Oostenrijk, Portugal, Engeland en België meedoen, gaat 12 november van start met Peace One Day van de Engelsman Jeremy Gilley. In Nederland hebben tot dusver 25 filmtheaters ingestemd met de voorwaarden van CNE. Roelvink verwacht dat uiteindelijk 30 à 35 bioscopen de digitale apparatuur zullen plaatsen.

Met het project is in Nederland een investering van vier miljoen euro gemoeid. De helft daarvan komt uit subsidies, de andere helft moet worden terugverdiend door de exploitatie. De deelnemende theaters moeten in vijf jaar tijd 15.000 euro afbetalen. Andere distributeurs dan CNE die een film willen vertonen via het digitale systeem, betalen een vast bedrag: 15 euro in de eerste week, aflopend naar 6 euro vanaf de vierde week dat de film draait.

CNE eist dat de theaters 144 avondvoorstellingen besteden aan Nederlandse documentaires of artfilms. Stimulering daarvan is de doelstelling van het project. Daarbij inbegrepen zijn twaalf Europa-wijd te programmeren documentaires, geselecteerd door de deelnemende landen. Walravens denkt dat die quota Rialto geld zullen kosten. Hij verwijst naar DocuZone, de Nederlandse voorloper van CNE. In dat kader vertoonde documentaires trokken doorgaans maar weinig publiek. Walravens: ,,Als ik op mijn beste tijd een film moet draaien voor een halflege zaal, kost mij dat te veel geld.''