Oude gebreken dollar spelen op

Europa trekt een pokerface, nu de dollar opnieuw aan het verzwakken is. Lang zal het Europese gezicht niet in de plooi blijven.

Lange tijd was het dit jaar rustig op het valutafront, maar in de maand oktober zijn de inleidende beschietingen weer begonnen. Vanmorgen bereikte de Amerikaanse dollar een koers van 1,2797 dollar per euro, en dat is de zwakste dollarkoers sinds februari van dit jaar. Nog iets meer dan een cent, en de dollar breekt zijn laagterecord tegenover de euro sinds de invoering van de Europese munt in 1999.

Een absoluut diepterecord is nog ver weg. Daarvoor zou de dollar moeten wegzakken tot ruim boven de 1,40 dollar per euro, gezien het dieptepunt dat de Amerikaanse munt in 1995 bereikte tegenover de afzonderlijke Europese munten als mark, franc en gulden die nu de euro uitmaken. Maar Europa heeft wel reden tot zorg.

Centraal bij de dollardaling staan de usual suspects: het forse tekort van bijna 6 procent van het bruto binnenlands product op de Amerikaanse betalingsbalans, en de wijze waarop dat tekort door het Amerikaanse buitenland wordt aangezuiverd. Er is dit jaar een hernieuwde discussie ontstaan over de vraag in hoeverre die betalingsbalans van de VS nu werkelijk een probleem is. De rest van de wereld is kennelijk bereid om het tekort aan te zuiveren, omdat de VS simpelweg de beste investeringsmogelijkheden bieden, zo stelt het kamp dat vindt dat er geen echt probleem is. Zo lang de Amerikaanse economie andere, zoals bijvoorbeeld de Europese economie, ver achter zich laat in het geval van economische groei en productiviteitsontwikkeling, is er niets aan de hand. Bovendien is de dollar de wereldmunt die de toon zet voor de rest. Stijgende grondstoffenprijzen, zoals die van olie, brengen bij de producenten een accumulatie van dollars teweeg, waarmee zij het betalingsbalanstekort van de VS weer financieren. En landen, waaronder vooral China, andere Aziatische landen en in mindere mate Japan, die hun munten constant houden ten opzichte van de dollar, zien de dollars eveneens ophopen in hun reservekassen.

Het kamp dat zich juist bezorgd maakt over de betalingsbalans van de VS stelt vooral dat de buitenlandse schuld van de VS, die oploopt als gevolg van de voortdurende buitenlandse financiering van het tekort, niet kan blijven groeien. Op enig moment keert de wal het schip. Daarbij komt de laatste weken de bezorgdheid over een mogelijke overwinning van de Democratische kandidaat John Kerry bij de presidentsverkiezingen van volgende week dinsdag. Kerry heeft zich een agressief voorvechter getoond van Amerikaanse handelsbelangen. De druk op Japan en ook China om te stoppen met het laag houden van hun munten, zal onder zijn bewind fors toenemen, zo wordt alom gevreesd.

Voor beide kampen staat overigens vast dat een tekort van tegen de 6 procent niet houdbaar is op de lange termijn. Een tekort van 2 of 3 procent is dat misschien wel. Maar het meest voor de hand liggende mechanisme om het tekort te laten krimpen, is het verminderen van het Amerikaanse handelstekort, dat nu 54 miljard dollar per maand bedraagt. Een Amerikaanse recessie kan daarbij helpen, omdat die de binnenlandse vraag vermindert en dus ook de invoer van goederen. Het ligt voor de hand dat de VS, als het land de keus heeft, zullen gaan voor het alternatief: een daling van de dollarkoers. Bestuurder Janet Yellen van de Amerikaanse centrale banken zei het donderdag in zoveel woorden: ,,De dollar is nog steeds relatief hoog, gezien ons grote en stijgende handelstekort.''

Daar doet zich vervolgens een probleem voor. Stel dat de dollar gemiddeld tegenover alle andere munten 10 procent naar beneden moet. Tony Norfield, de valutastrateeg van ABN Amro, onderstreepte vorige week dat het gewicht van Aziatische munten in de handelsgewogen koers van de dollar zo'n 40 procent is. Europese munten maken er 26 procent deel van uit, en munten van de NAFTA-landen (met name Canada en Mexico) 27 procent. Mocht Azië zijn valutakoersen gelijk houden tegenover de dollar, dan weegt het terugbrengen van de dollarskoers buitenproportioneel op de euro, de Zwitserse franc, het Britse pond en de Canadese dollar. Het zijn precies deze munten waartegen de dollar de laatste weken verzwakte.

De reacties blijven tot nu toe uit. De Europese Centrale Bank gaf vorige week donderdag nog aan geen probleem te zien in de dalende dollar. En scheidend voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, zei vanmorgen dat de prijs van olie, die in dollars luidt, door de stijgende euro in ieder geval wordt getemperd. Met het tempo waarin de dollar nu daalt, lijkt het een kwestie van tijd dat die taal strijdvaardiger wordt.