`Nederlanders in Irak tonen respect'

,,Ze tonen respect, veel meer dan de Amerikanen'', zegt Hussein Kamel (50) in de The New York Times van gisteren. Kamel, ingezetene van As Samawa, doelt op de 1.300 Nederlandse militairen die in zijn woonplaats en de provincie Al-Muthanna in Zuid-Irak voor veiligheid moeten zorgen.

Kamel wordt bijgevallen door Karim Hleibit al-Zayad, het hoofd van de politie in As Samawa. ,,De Nederlanders hebben serieus geprobeerd onze tradities te begrijpen. We beschouwen hen niet als een bezettende macht, maar als een vriendelijke [macht]'', vertelt hij in het Amerikaanse dagblad. ,,De Amerikanen zijn een bezettende macht. Ik geef toe dat ze ons hielpen het gewezen regime kwijt te raken, maar ze zouden onze waardigheid niet moeten wegnemen.''

The New York Times laat Irakezen en Nederlandse militairen aan het woord die kritiek hebben op de Amerikaanse konvooien, die As Samawa passeren als ze van Bagdad naar Koeweit trekken. Irakese en Nederlandse ,,officials'' zeggen dat de Amerikanen (,,bezorgd om bommen op hun auto's'') op volle snelheid door de drukke hoofdstraat van de stad rijden.

Ze vertellen óók dat de Amerikanen lukraak privé-auto's en voetgangers aanrijden, dat ze die als obstakels zien die maar plaats moeten maken. Een paar weken geleden, zeiden de Nederlanders, raakte een konvooi een auto waarbij twee Iraakse passagiers werden gedood en drie werden gewond. Het konvooi stopte geen moment.

Door die konvooien, meldde de Nederlandse commandant, luitenant-kolonel Kees Matthijssen, ,,groeit de antipathie voor de Amerikanen''. Hij wil het contact met de bevolking behouden, legt hij in de krant uit. ,,In feite zijn de steun en de instemming van het volk een vorm van bescherming. Als je goed contact hebt met de bevolking, als het gemakkelijk is met de bevolking te praten, geven de mensen je altijd enige informatie. Je weet wat in hun hoofd leeft, wat ze denken, waar ze zich zorgen over maken.''

Matthijssens manschappen zijn deels politieofficieren, deels maatschappelijk werkers, aldus The New York Times. In plaats van in gepantserde voertuigen rijden ze in wagens waarin ze onbeschut zijn. ,,Om de interactie met lokale bewoners aan te moedigen, zijn ze blootshoofds en is het hun verboden `spiegelende' zonnebrillen te dragen.''

In het begin van het krantenverhaal beschrijft Norimitsu Onishi jonge Irakezen die in de straten van As Samawa `Hello Mister!' roepen naar lopende Nederlandse militairen, en hen achterna lopen. ,,Veel Irakezen, volwassenen en kinderen, wuiven naar hen.'' Verderop roepen de Nederlanders vanuit hun voertuigen `Salaam aleikum' naar passerende wandelaars: vrede zij met u.