Manoeuvreren tussen kind en beleid

Stichting Nidos kreeg onlangs kritiek omdat medewerkers een zesjarig Somalische vluchtelinge uit haar klas haalden. Ze moest naar een Somalisch pleeggezin. Nidos, de voogd van alle jonge asielzoekers, voelt zich gevangen in het keurslijf van een strenge vreemdelingenwet.

Een Ethiopisch meisje van twaalf jaar komt alleen naar Nederland. Ze vraagt asiel aan. Omdat ze tegenstrijdige verklaringen aflegt, is ze al vrij snel uitgeprocedeerd. Ze moet dus terug. Maar pas als `adequate opvang' is gevonden in het land van herkomst kan ze worden uitgezet. Dat lukt niet. Het meisje, inmiddels zeventien, zit in het examenjaar van het vwo en wil medicijnen studeren. Maar zodra ze achttien wordt, moet ze het land uit.

Dát is het vreemdelingenbeleid, zegt Tin Verstegen, directeur van Nidos. Zijn stichting is voogd van alle alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) in Nederland. ,,We hebben met dat beleid te maken, ook al is het niet in het belang van het meisje.'' Het vreemdelingenbeleid botst regelmatig met de belangrijkste taak van Nidos: het belang van de ama's behartigen. Tin Verstegen: ,,Onze opdracht is soms bijna niet uit te voeren.''

Manoeuvreren tussen het vreemdelingenbeleid en het belang van het kind levert wel vaker problemen op, zoals twee weken geleden, toen medewerkers van Nidos de zesjarige Somalische vluchteling Naima uit de gymles van basisschool de Terebint in Wamel haalden. Ze wilden haar onderbrengen in een `cultuurgezin', een alleenstaande Somalische vrouw met vijf kinderen.

Het pleeggezin Rauwerdink, waar Naima sinds vier maanden woonde, vond de Somalische vrouw niet geschikt. In dat pleeggezin zou Naima nooit goed kunnen integreren. Maar Nidos stelt dat de kans groot is dat Naima terug moet naar Somalië, en dat het daarom voor haar het beste is om contact te houden met haar etnische achtergrond.

Na de invoering van de nieuwe, strengere Vreemdelingenwet (januari 2001) krijgen veel meer ama's dan vroeger te horen dat ze terug moeten naar hun land van herkomst. Dat geldt ook voor heel jonge kinderen zoals Naima. Voor de invoering van de nieuwe asielwetgeving kreeg zo'n 80 procent van de ama's een verblijfsvergunning, nu moet 90 procent van hen terug.

Dat betekent dat de voogden van Nidos de kinderen nu voorbereiden op terugkeer. ,,Vroeger hielpen we het kind zo goed mogelijk met integreren'', zegt Ruud Frenken, regiomanager kantoor Maastricht. ,,Alles was gericht op Nederland; de taal en de toekomst hier.'' Het was niet erg als het land van herkomst naar de achtergrond verdween. Nu proberen de voogden het kind waar mogelijk te plaatsen in een gezin uit de eigen cultuur. Eten, gewoonten, taal, maar ook kruiden, kleding en liedjes moeten een kind op die manier bijblijven.

,,De kinderen zelf hebben vaak de hoop dat de beslissing bij hen nét gunstig uitpakt'', zegt Nidos-medewerker Ingrid Verhoef, die in Roosendaal werkt op de afdeling opvang en wonen in gezinsverband. ,,Dus die optie houden we tijdens de asielprocedure ook open.'' In praktijk krijgen de kinderen dus twee toekomstperspectieven voorgespiegeld: hoe zie je je leven voor je in het land van herkomst én hoe in Nederland? Frenken: ,,Als je ze pas aan het einde van de procedure gaat voorbereiden op terugkeer, ben je te laat.'' Pas als ze achttien jaar zijn geworden, moeten de ama's daadwerkelijk terugkeren. Maar de meesten blijven en verdwijnen in de illegaliteit.

Directeur Verstegen noemt de Vreemdelingenwet een keurslijf. ,,Onze rol van jeugdbeschermer zit in de knel. Vroeger gingen we volstrekt voor het kind, nu is dat moeilijk.'' Maar Nidos heeft geen keus, zegt hij. ,,We moeten het beleid in acht nemen, anders worden we een soort Don Quichote.''

Die taakopvatting is omstreden. ,,Ze willen geen rottigheid, dat snap ik wel. Maar ze zouden elke zaak op de spits moeten drijven'', vindt orthopedagoge Tonny Weterings. Zij is specialist op het gebied van pleegzorg en adviseerde de advocaat van Nidos in de zaak-Naima. ,,Eigenlijk zouden ze de IND (immigratie- en naturalisatiedienst, red.) elke dag aan moeten klagen. Nidos is de enige die formeel in opstand kan komen.'' En dat is hard nodig, stelt Weterings. ,,De Vreemdelingenwet is gruwelijk voor kinderen.''

Volgens Wilma Lozowski, jurist bij Vluchtelingenwerk, is Nidos geen strijdorganisatie. Vluchtelingenwerk begeleidt de asielprocedures van de meeste ama's. Ze mogen, vindt Lozowski, best wat meer op hun strepen staan. ,,Als er bijvoorbeeld geen garantie is voor adequate opvang in het land van herkomst en de IND wil toch terugsturen, moeten ze ervoor gaan liggen.''

Volgens Goos Cardol zou de stichting haar gezag meer moeten laten gelden. Cardol doet promotieonderzoek naar de relatie tussen kinderrechten en het vreemdelingenbeleid. ,,Een voogd hoort op cruciale momenten het kind bij te staan, maar Nidos laat de begeleiding bij het eerste interview tussen ama en IND vaak over aan Vluchtelingenwerk.''

Als een van de weinige Europese landen biedt Nederland ama's een voogd. De geschiedenis van Nidos gaat terug tot voor de Tweede Wereldoorlog. Toen werd De Opbouw opgericht, een particuliere welzijnsinstelling voor jeugdbescherming, gezondheids- en ouderenzorg. De Opbouw moest voogdij en jeugdhulp op niet-confessionele grondslag verlenen.

Begin jaren tachtig kwam er een stroom Vietnamese bootvluchtelingen naar Nederland, onder wie veel kinderen zonder ouders. De overheid vroeg De Opbouw de voogdij van deze ama's op zich te nemen. Latere ama's kwamen ook onder de hoede van de stichting.

Eind jaren negentig neemt het aantal ama's explosief toe, voornamelijk afkomstig uit Afrika. De voogdijtak van De Opbouw groeit daardoor zo hard dat de organisatie besluit die onder te brengen in een aparte stichting: Nidos. Op de oprichtingsdatum van 1 januari 2001 wijst het ministerie van Justitie Nidos aan als dé voogdij- en gezinsvoogdij-instelling voor vluchtelingen en asielzoekers. Daar ligt de meeste ervaring met het opvangen en begeleiden van kinderen van nul tot achttien uit verschillende culturen. Vorig jaar had Nidos pupillen uit 94 verschillende landen, van wie de meesten uit Angola, China en Somalië kwamen.

Door de sterke afname van het aantal ama's sinds 2001 bevindt Nidos zich in een continue reorganisatie. Het vreemdelingenbeleid werkt afschrikkend. In 2001 was Nidos voogd van meer dan zestienduizend ama's, nu zijn het er nog zo'n zesduizend. Het aantal regiokantoren neemt jaarlijks af. Dit jaar zijn er nog 43, in 2005 moeten dat er 29 zijn. Het aantal medewerkers nam sinds 2001 met twintig procent per jaar af. Dat is niet goed voor de kinderen, denkt Lozowski. ,,Ik kan soms contactpersonen niet meer vinden omdat ze steeds tussen regiokantoren circuleren. Het verloop is hoog.''

Van de 792 medewerkers zijn er 569 voogd. Zij begeleiden ieder maximaal 24 kinderen. De stichting heeft een breed netwerk van pleeggezinnen, voor zowel de eerste als de langdurige opvang. Een vijfde deel van de ama's woonde in 2003 in een pleeggezin. Daarnaast zijn er kinderwoongroepen voor de jongste kinderen; ama's van twaalf jaar en ouder worden ondergebracht in een soort gezinshuizen met vaste begeleiders (28 procent van de ama's). De kansloze zestien- en zeventienjarigen worden sinds 2002 opgevangen op een campus in Vught – en tot voor kort ook in Deelen – van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA). Daar heerst een zeer strak regime, gebaseerd op heropvoedingsinternaten voor jonge criminelen (17 procent van de ama's). De overige ama's worden op andere manieren opgevangen; een jeugdinternaat bijvoorbeeld, of ze wonen zelfstandig. Overigens is het regime na een rechterlijke uitspraak op onderdelen versoepeld.

,,Over de inrichting van de campus hebben we nauwelijks iets te vertellen als voogd'', zegt directeur Verstegen. Vorig jaar waren er verschillende gewelddadige incidenten, volgens de ama's omdat ze zich behandeld voelden als criminelen. Verstegen: ,,We hebben wel eens een kind uit de campus gehaald, als het niet goed ging. Maar als je dat voor dertig kinderen doet, dan blaas je de boel op. Het COA heeft die structuur bedacht, die kunnen we niet continu ter discussie stellen.''

De regels van het vreemdelingenbeleid zoveel mogelijk oprekken in het belang van de pupillen. Dát is de dagelijkse praktijk voor de Nidos-voogden. Zoals bijvoorbeeld bij de Chinese jongen van zestien jaar die stage moet lopen voor zijn vmbo- techniekopleiding. Hij zit nog in de procedure, maar heeft geen sofi-nummer en geen paspoort. Het stagebedrijf weigert hem. ,,Je gaat bellen, uitleggen, vragen, smeken'', zegt Ingrid Verhoef. ,,Je wil graag dat hij stage loopt, zodat hij met zoveel mogelijk bagage terugkeert.'' Het geeft haar grote voldoening als er uiteindelijk een uitzondering voor hem wordt gemaakt. ,,Je hebt nu eenmaal te maken met al die strenge regels. Als het je te veel frustreert, moet je stoppen met je werk.''

Of de frustratie wegslikken. Bijvoorbeeld over de kindondervragingen. Vanaf zesjarige leeftijd worden binnenkomende ama's door de IND gehoord. Als ze niet volledig de juiste informatie geven, of als de informatie niet overeenkomt met die van een broer of zus, dan heet dat een leugenachtige verklaring. En ama's die een leugenachtige verklaring afleggen zijn uitgeprocedeerd. ,,Je kunt je afvragen of kinderen dat bevatten'', zegt Nidos-mederwerker Verhoef. ,,Ze zijn hier net, zijn gedesoriënteerd, spreken de taal niet, voelen zich onzeker. Soms snappen ze de vragen niet.'' Overigens is die procedure onlangs iets aangepast. De jongste ama's hoeven niet meer binnen 48 uur gehoord te worden, maar mogen eerst enkele weken acclimatiseren.

Eigenlijk, zegt onderzoeker Cardol, zou Nidos de problemen van het vreemdelingenbeleid veel meer naar buiten moeten brengen door de publiciteit te zoeken. ,,Ze zijn de enige vertegenwoordiger van die hele groep ama's. Maar ik hoor ze daar nooit over. Dat vind ik jammer.'' Directeur Verstegen: ,,Wij moeten de politiek beter informeren, maar die is toch niet geïnteresseerd in verandering van beleid. Dan heeft het ook geen zin om over individuele zaken te praten.''

Individuele zaken komen soms toch naar buiten. Zoals bijvoorbeeld die van het nu elfjarige Angolese meisje. Zij kwam eind januari 2003 wonen in het gezin van Paul en Boukje Schoof. Zij was met haar moeder naar Nederland gevlucht, maar haar moeder was hier ernstig ziek geworden en kon niet voor haar zorgen. De familie Schoof ging ervan uit dat ze lang zou blijven. Volgens hen had het meisje het naar haar zin en bloeide ze op.

Omdat de moeder van het meisje ernstig ziek was, maar de diagnose onduidelijk, vroegen de pleegouders zich af of ze seropositief was. Daarna rees de vraag: hoe zit dat met onze pleegdochter? ,,Ze komen uit Angola, een land waar een groot deel van de bevolking besmet is met hiv'', zegt Boukje Schoof. ,,Een eventuele besmetting heeft gevolgen voor het gezinsleven.''

Nidos weigerde, ondanks verschillende verzoeken van het pleeggezin, het meisje te laten testen. Ook kon Nidos geen uitsluitsel geven over eventuele besmetting van de moeder. Als de moeder niet besmet zou zijn, vond het pleeggezin een test voor het meisje overbodig. Vervolgens zag de familie Schoof zich genoodzaakt om overplaatsing te vragen, hetgeen gebeurde.

Asielzoekers worden bij aankomst onderzocht door de Medische Opvang Asielzoekers. Daar hoort geen standaard hiv-test bij, zegt Nidos-woordvoerder Martin Berk. ,,Kinderen worden wel getest op tbc. Daar zijn allemaal protocollen voor, die hebben te maken met het recht op privacy van de kinderen. Daar hebben wij ons aan te houden. Wel moet het pleeggezin daar vooraf op worden gewezen.''

Om dergelijke problemen, en die in het geval van Naima, te voorkomen worden de pleeggezinnen door Nidos uitvoerig gescreend en voorbereid op de komst van een ama. Alle voogden volgen de cursus Dialoog waarin ze leren optimaal met gezinnen te communiceren. Verhoef: ,,Je moet uitleggen dat het kind misschien jaren in het gezin zal wonen om daarna voorgoed te vertrekken. Ze moeten in staat zijn tot de juiste verhouding van afstand en betrokkenheid.''

Dat lijkt hem een enorme toer voor de pleeggezinnen, zegt hoogleraar orthopedagogiek Carlo Schuengel. ,,Een van de belangrijkste factoren van een goede hechting van het kind aan het gezin is het commitment die ouders uitstralen: jij bent mijn kind. Wij zijn er voor je en we zullen er altijd voor je zijn.'' Voor kinderen is een gezin de beste plek, ze kunnen zich er geborgen en veilig voelen en wederzijdse liefde ervaren. ,,Dat zijn ervaringen die je nodig hebt om wat van het leven te kunnen maken.''

De samenleving, zegt Schuengel, vraagt iets onmogelijks van de pleeggezinnen. ,,Ze moeten hun kind duidelijk maken dat het wel van hen mag houden, maar dat het zich ook moet voorbereiden op een definitief afscheid.''