Jansons en Kreizberg

Hoe zou de legendarische dirigeerpedagoog Moesin aankijken tegen het Nederlands muziekleven? Bij drie toporkesten staan hier zijn oud-studenten aan het roer. Gergjev (Rotterdams Philharmonisch Orkest), Kreizberg (Nederlands Philharmonisch Orkest) en Jansons (Concertgebouworkest) – allemaal zetten ze hun eerste schreden aan Moesins hand.

Als eerste proeve van de nieuwe serie live-opnamen (RCO live) die het Concertgebouworkest in eigen beheer uitbrengt, verscheen een uitvoering van Dvoráks Negende symfonie ('Uit de Nieuwe Wereld') onder Jansons' leiding uit juni vorig jaar. Zijn collega Kreizberg legde diezelfde Negende ook vast toen hij net als chef was aangetreden, maar toch klinken de interpretaties van beide orkesten en hun chefs totaal verschillend. Zo dirigeert Jansons de Negende ruim vijf minuten sneller dan Kreizberg, terwijl de symfonie bij Jansons gedragener begint. Maar dan het Allegro Molto! Bij Jansons klinkt dat opruiend, met een agressief aanzwellen van het hoofdthema. De ontwikkeling kent verstilde en razende ontwikkelingen, maar in het geheel richt Jansons zich vooral op een bruisend doorstromen. Daardoor duurt het deel bij hem bijna drie minuten korter dan bij Kreizberg, en toch bezit diens interpretatie hier meer contrast, en laat hij zijn musici meer `spelen' met dynamiek en tempo.

Puur orkestraal `wint' over alle delen genomen de opname van het Concertgebouw. Daaraan is vooral het raffinement van alle instrumentgroepen debet. De elegische houtblazers boven plukbassen klinken in het Largo intens en indringend, de overige strijkers zwieren en ademen met grote contrasten tussen vitale erupties en ingetogen passages. Kreizberg neemt dit Largo trager en realiseert óók poëzie, maar Jansons' kamermuzikale fijnzinnigheid evenaart hij niet.

Opwindend en theatraal is wel Kreizbergs accent op het ritme in het derde deel. Zijn oor voor details en de manier waarop hij met kleine accenten en contrasten spanning genereert is ook in het slotdeel indrukwekkend.

Jansons zoekt spanning overall meer in de grote lijn, en bereikt daarmee in het slotdeel veel onderhuidse spanning. Daar staat tegenover dat de sfeer die het Concertgebouworkest hier oproept gedragener is dan de contrastenparade onder Kreizberg. Dus voor wie dit Allegro con fuoco beoordeelt op de mate van `fuoco', ``wint'' het Nederlands Philharmonisch.

Dvorák, Symfonie nr. 9 door Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg (Pentatone PTC 5186 019) en door Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons (RCO 04002)