Het Beeld

Niet alleen de huidige televisiedirecteur van de VPRO, Daniëlle Lunenborg, komt voort uit de afdeling Jeugd. Heel wat talent in de Nederlandse film- en televisiewereld, zoals de producent van de Annie M.G. Schmidtfilms Burny Bos, performer Arjan Ederveen en de regisseurs Pieter Kramer en

Ineke Houtman, vindt zijn bakermat op de zondagochtend bij Villa Achterwerk.

Alleen al de continuïteit van dit instituut, te midden van een toenemend aanbod van commerciële kindertelevisie, is een feestje waard. Twintig jaar Villa Achterwerk wordt gevierd met een clip van Villa-sterren van vroeger en nu met rapper Ali B. en met een anderhalfurige nachteditie afgelopen zaterdag. Villa N8werk was bestemd voor uit disco en café terugkerende twintigers, die melig jeugdsentiment konden beleven aan fragmenten uit Theo & Thea, Rembo & Rembo en Purno de Purno. De formule ontleende veel aan de I love the Seventies/Eighties-series van de commerciële tv, waarin bekende en minder bekende Nederlanders zich vaak programma's van weleer herinneren.

Zoals Paul de Leeuw in Villa N8werk terecht opmerkte, zit er tegenwoordig te veel rommel tussen om de reputatie van de allerbeste publieke jeugdtelevisie blijvend waar te kunnen maken. Pijnlijk is het bijvoorbeeld om gisterochtend een feestelijke pastiche van een Bollywoodmusical, Sapney – De droom, vooraf te zien gaan door een herhaling van de flamencoclip die Erwin Olaf in 1991 met de Drie Dikke Dames maakte. Hansje Quartels muzikale fantasie in Indiase stijl is niet onverdienstelijk, maar een beetje stijfjes, terwijl Olaf geraffineerde en gepassioneerde televisie maakte.

De meeste onderdelen van het huidige Villa Achterwerk wekken de indruk dat alles vroeger beter was. Onveranderd vinden kinderen blunderende deftige dames leuk, maar Roos en haar mannen kunnen niet tippen aan Mevrouw Ten Kate. Als je de kolder van Pieter Kramers Theo & Thea zet naast Maxim Hartmans anarchie in Van de televisie, dan is dat geen vooruitgang. Een dure gesubsidieerde productie als de serie klassieke mythen van de Gebakken mannetjes (regie: Sjoerd van den Broek) bevat veel ideeën en kwaliteit, maar stelt toch teleur. Wanneer je het verhaal van Oidipoes, geestig vertaald naar de jaren zestig, laat eindigen met een beeld van de volwassen zoon in de armen van zijn moeder en de conclusie van verteller Kees van Kooten: ,,En ze leefden nog lang en gelukkig!'', gaat er iets mis in de broodnodige cultuuroverdracht.

Een verbetering ten opzichte van de jaren tachtig vormt de grotere nadruk op jeugddocumentaires. In de serie Villa Paramaribo filmen beginnende Surinaamse programmamakers kinderen. In de aflevering van gisteren, geregisseerd door Hester Jonkhout, maken we kennis met twee meisjes van twaalf, de ontwapenende Sandrina en Genelva, die een nieuw uniform voor de middelbare school ontwerpen. Wie nu in Nederland op school zit moet wel nieuwsgierig zijn naar het dagelijks leven in Turkije, Marokko en Suriname. Bovendien helpt de VPRO zo een prille beeldcultuur zich verder te ontwikkelen.