Gergjev Festival 2005 richt zich op Wagner en Strauss

Na zeven dagen kwam zaterdagavond een einde aan het dit jaar iets minder groots opgezette, 9de Gergjev Festival. Voor het eerst moest het festival het doen zonder hoofdsponsor Philips, met een iets verschraald aanbod als resultaat. Het festival trok per dag een recordaantal bezoekers van 2800, en het festivalpubliek blijft zich verjongen. Zowel statistisch – een derde van de luisteraars is jonger dan veertig – als merkbaar aan de vele studenten bij de kassa.

Hoe rijk aan hoogtepunten het festival ook was en hoe uniek ook de aantrekkingskracht op jongeren, een festival rond `de wereld van Tsjaikovski' blijft incompleet zonder minstens één van Tschaikovski's balletten of opera's. Maar voor het invliegen van het hele Mariinski Theater was het festivalbudget ontoereikend, zodat Het Zwanenmeer zaterdag weliswaar door het gezelschap werd uitgevoerd, maar gewoon `thuis' in St. Petersburg.

Traditiegetrouw maakte orkestbestuursvoorzitter Sylvia Tóth zaterdag tijdens het slotconcert het festivalthema van volgend jaar bekend. Het 10de Gergjev Festival verlegt de blik van Oost naar West, en is gewijd aan de muziek en opera's van Strauss en Wagner onder het motto `Van Tristan tot Elektra: iconen van het fin de siècle'. Het plan is dat in elk geval Elektra ook daadwerkelijk integraal concertant zal worden uitgevoerd, naast talrijke werken van tijdgenoten van Strauss en Wagner.

Op dat thema namen het voor de pauze gespeelde voorspel tot de derde akte en de Liebestod-scène uit Wagners Tristan und Isolde alvast een voorsprong, maar in het licht van het thema van dít themajaar wekte die programmakeus vooral verwondering. Gergjev liet het Rotterdams Philharmonisch Orkest hier soms erg uitbundig treuren, waardoor sopraan Sue Patchell op enkele momenten echt werd overstemd. Toch overheerste hier de sensatie van ongestoord zwelgen in en met de klank, wat in de Tsjaikovski's uitbundige Fantasie-ouverture Hamlet door een snoeihard rondzingend gehoorapparaat onmogelijk werd gemaakt.

Voor de Zesde symfonie ('Pathétique') hadden Gergjevs beide `eigen' orkesten uit Rotterdam en St. Petersburg zich aanééngesloten. Gergjev legde datzelfde werk met het Mariinskiorkest in 2000 vast op cd, en deze uitvoering door het gebundelde symfonische apparaat van 104 musici deed aan die opname sterk denken.

Opmerkelijk genoeg was ook onmiddellijk hoorbaar dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest was versterkt met Russische collega's. Dat bleek uit de ronkende totaalklank, uit de andere geur en kleur van sommige houtblaassoli, maar vooral uit de zwierige en gonzende strijkersklank in het onregelmatig walsende Allegro con grazia. Een opwindend hoogtepunt vormde hier het steeds opruiender, martialer en onweerstaanbaarder gespeelde Allegro molto vivace. Maar de ziel van deze symfonie ligt in het lange, allengs verstillende slotdeel Adagio lamentoso, dat volmaakt geleidelijk uitdoofde – als verwijzend naar de componist, die negen dagen na de première van de 'Pathetique' overleed. De halve minuut pure stilte daarna was Gergjevs mooiste ovatie.

Volgend jaar duurt het Gergjev Festival van 10 t/m 17 september. Voor wie nog even wil stilstaan bij dít jaar wordt de opname van Gergjevs festivaluitstapje naar de zaterdagse Matinee van het Amsterdamse Concertgebouw dinsdagavond herhaald op radio 4 met Tsjaikovski's Derde symfonie.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest en Orkest van het Mariinski Theater o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Sue Patchell. Gehoord: 23/10 de Doelen, Rotterdam. Radio 4: 26/10, 20 u (Matinee-registratie).