Democratie in Brussel

Dit moet de week worden van de kracht van het Europees Parlement. Laat het zijn tanden zien én voelen in de zaak-Buttiglione, de omstreden kandidaat-commissaris voor Justitie in de Europese Commissie of blijft het bij dreigen en niet doorbijten? De opvattingen van de Italiaanse christen-democraat Buttiglione over homoseksualiteit en abortus zijn bij een deel van de europarlementariërs verkeerd gevallen. Ze achten hem ongeschikt voor zijn functie. Het parlement mag geen beslissend slotoordeel vellen over individuele leden van de Europese Commissie en kan als ultiem machtsmiddel alleen de hele Commissie vetoën. Daarvoor is een parlementaire meerderheid nodig. Woensdag moet blijken of die er in deze kwestie is.

Het gaat hard tegen hard – en zo hoort het ook. Dit principiële conflict kan alleen onder hoogspanning worden uitgevochten. De inzet is uiteraard het werk en gedachtegoed van Buttiglione. De man zelf heeft gezegd dat in zijn functie een onderscheid moet worden gemaakt tussen moraal en recht. Daarin heeft hij gelijk. Dat neemt niet weg dat bij zijn benoeming meer komt kijken. Politiek vertrouwen en samenbindende eigenschappen, bijvoorbeeld.

Beoogd Commissievoorzitter Barroso en Buttiglione hebben enkele concessies gedaan toen het parlement zich niet liet sussen. Buttiglione zal bij gewetensnood dossiers afstoten. Barroso wil de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de delen van Buttiglione's portefeuille die met grondrechten en non-discriminatie te maken hebben. De praktijk moet uitwijzen of zo'n constructie, die ook geldt voor de Nederlandse kandidaat-commissaris Kroes, werkbaar is of niet. Het heeft iets weg van een doekje voor het bloeden. Daarbij komt dat een commissaris die met een gedeeltelijk bewijs van onvermogen begint, geen vliegende start kan maken. In die zin straalt het gedoe met Buttiglione (en Kroes) negatief af op de samensteller van de Commissie, Barroso, en op de lidstaten die de bewuste kandidaten naar voren schoven.

De EU-lidstaten zouden scherper moeten selecteren als het europarlement individuele commissarissen kan afwijzen. Het parlement heeft al iets gewonnen door de hoorzittingen die het tegenwoordig met de kandidaten voor de Europese Commissie houdt. Maar dat is niet genoeg. Het `alles-of-niets-systeem' met het accepteren van een nieuwe commissie staat op gespannen voet met de democratische machtsuitoefening door het parlement. Het vetoën van de hele Commissie is in zekere zin een last, terwijl het hoofdkenmerk van een parlement nu juist is of behoort te zijn dat het zonder last of ruggespraak zijn werk kan doen.

Of Buttiglione nu wel of niet een geschikte kandidaat voor Justitie is in het EU-bestuur, doet minder terzake dan de macht van democratisch gekozenen. Dáár gaat het om. Als een parlementaire meerderheid hem of een ander ongeschikt acht voor zijn functie, moet hij individueel kunnen worden afgewezen. De blijvende bevoegdheid om individuele commissarissen af te wijzen, kan het parlement afdwingen als het deze terecht gepolitiseerde zaak tot de uiterste consequentie doorzet. Een veto is draconisch, maar een Unie die voor haar burgers `transparanter' en democratischer wil zijn, moet het parlement in staat stellen werkelijk macht uit te oefenen.