De architectonische rijkdom van de Oriënt

Er bestaat een vermakelijke ansichtkaart van de Weissenhofsiedlung, het beroemde modelwijkje in Stuttgart waar pioniers van het modernisme als Le Corbusier en Ludwig Mies van der Rohe in 1927 voorbeeldwoningen mochten bouwen. `Araberdorf' heet de kaart waarop tussen de witte, veelal rechthoekige modernistische huizen met platte daken kamelen en Arabieren in lange jurken en qutrahs zijn gemonteerd. Het wonderlijke van de parodie op modernistische architectuur is dat er eigenlijk niets vreemds aan is: de Arabieren en hun kamelen zijn volkomen op hun plaats bij de modernste architectuur anno 1927.

De overeenkomst tussen de modernistische en Arabische architectuur is ook de Libanese architect George Arbid opgevallen. ,,Onze traditionele architectuur is heel simpel, zeer rationeel en ascetisch, net als moderne architectuur'', zegt hij in de Engelstalige catalogus die hoort bij de tentoonstelling `De schoonheid van de Oriënt. Leven onder de wassende maan' in de Kunsthal in Rotterdam. ,,Daarom past moderne architectuur hier in de omgeving.''

Toch krijg je op `De schoonheid van de Oriënt' geen moment het gevoel dat je per ongeluk verzeild bent geraakt op een expositie van modernistische architectuur. De overeenkomst tussen de woningen van Le Corbusier en de traditionele woningen in de Arabische wereld betreft slechts een klein deel van het gebied met een lengte van 6.000 kilometer, zo blijkt in de Kunsthal. Eigenlijk zouden alleen de Noord-Afrikaanse huizen niet uit de toon vallen in de Weissenhofsiedlung. De meeste traditionele huizen in andere delen van de Arabische wereld, zoals de rieten huizen in Zuid-Irak, de wonderlijke torenwoningen in Jemen en koepelwoningen in Syrië, hebben weinig te maken met modernistische architectuur. Dit geldt nog sterker voor de interieurs van de woningen. Deze zijn bijna altijd rijk versierd, variërend van de schitterende krullerige patronen in dikke lijnen op de binnenmuren in Mauretaanse woningen tot de talloze bonte doeken waarmee traditionele Jemenitische interieurs zijn behangen. Het verbod op ornamenten, waaraan modernistische architecten zich keurig houden, is voorbij gegaan aan de traditionele Arabische woning. Ook gebruiksvoorwerpen als kannen, kommen, thee- en koffiepotten en vooral tapijten en kleden, waarvan er veel in de Kunsthal zijn te zien, zijn niet aan de Arabische versieringsdrift ontkomen.

De inwoners van de Arabische wereld kennen, islamieten als de meesten van hen zijn, wel een ander verbod: het afbeelden van levende wezens is niet toegestaan. Maar dit heeft de diversiteit van de versieringen alleen maar bevorderd, zo lijkt het. De variatie in al dan niet geometrische versieringspatronen is eindeloos. Ook de verscheidenheid van woningen is groot, zo laten mooi belichte maquettes en filmpjes op `De schoonheid van de Oriënt' zien. Terwijl de Jemenieten van oudsher het liefst wonen in torenwoningen, die tezamen wonderlijk dicht opeengepakte steden vormen, geven de stedelijke Marokkaan de voorkeur aan een laag huis met een binnenhof, dat sterk doet denken aan het oud-Romeinse atriumhuis.

Ondanks de grote verschillen tussen de woningtypes en ornamentiek in de immense Arabische wereld, kan er toch worden gesproken van een Arabische wooncultuur, zo maakt vooral de droge, grondig wetenschappelijke catalogus duidelijk. In heel de Arabische wereld bestaat een strikt onderscheid tussen de publieke buitenruimte, het domein van de mannen, en de private binnenruimte, het bijna heilige domein van de familie. Binnenshuis regeert de vrouw, al moet zij zich wel altijd terugtrekken en onzichtbaar maken in vrouwelijke vertrekken als de man des huizes bezoek krijgt.

Het laatste deel van de tentoonstelling is gewijd aan het modernisme dat ook in de Arabische wereld na de Tweede Wereldoorlog is opgerukt. Hier zijn rigoureus modernistische appartementencomplexen in Marokko uit 1957 te zien van Gaston Jaubert en Pierre Colefy, en pogingen van de Egyptenaar Hassan Fathy om modernisme en traditionalisme met elkaar te verzoenen. Ook draait er een filmpje over Beiroet, de stad waar het tijdens de burgeroorlog vernietigde stadscentrum in Frans koloniale retrostijl wordt herbouwd. Maar Beiroet is ook de stad waar buiten het centrum het modernisme in de vorm van anonieme betonnen woontorens bloeit als nooit tevoren. De Libanese hoofdstad is een pars pro toto voor heel de Arabische wereld, waar de opkomst van het islamitisch fundamentalisme de `moderniteit' in betonnen vorm niet kan tegenhouden. Iedere Arabier die het zich kan permitteren, verlaat zijn traditionele huis op het platteland en trekt naar de steden (of naar het Westen). `De schoonheid van de Oriënt', zoals die nu in de Kunsthal is te zien, is een verdwijnende wereld.

Tentoonstelling: De schoonheid van de Oriënt. Leven onder de wassende maan. T/m 9 jan. 2005 in de Kunsthal, Westzeedijk 341 Rotterdam. Catalogus (Engelstalig) 69,50 euro.