Arrest holt praktijk renteaftrek uit

Het arrest van de Hoge Raad breekt met de huidige praktijk van de hypotheekrenteaftrek, met gunstige en minder aantrekkelijke gevolgen.

Aanschaf en onderhoud van een eigen woning kunnen via de aftrek van hypotheekrente fiscaal voordeel opleveren. Maar dan alleen als er geld wordt geleend. Wie bijvoorbeeld onderhouds- of verbouwingskosten uit zijn spaargeld betaalt, krijgt geen aftrekpost. Als men vervolgens een zeiljacht financiert door de hypotheek te verhogen, ontstaat evenmin een aftrekpost. Fiscaal alerte huiseigenaren financieren daarom de verbouwing met een hypotheekverhoging, wat aftrekbare rente oplevert, en betalen het jacht van de spaarrekening.

De fiscus kijkt heel nauwkeurig of dat precies zo gaat. Alleen van het geld dat wordt geleend voor het eigen huis en voor dat doel apart wordt gehouden, kan de rente worden afgetrokken. Wat dat betekent blijkt uit de volgende situatie: iemand wil een verbouwing van 20.000 euro financieren met een lening waarvan hij de rente wil aftrekken. Daartoe leent hij op zijn betaalrekening een bedrag van 20.000 euro voor de verbouwing. Op een spaarrekening bij de bank staat nog 20.000 euro. De verbouwing wordt via de spaarrekening betaald terwijl hij het saldo van de betaalrekening gebruikt om een auto te kopen. De inspecteur schrapt dan de renteaftrek. In de redenering van de fiscus is de 20.000 euro geleend voor de auto en wordt de verbouwing van het spaargeld betaald. De lening heeft dus een consumptief doel waardoor geen renteaftrek mogelijk is.

Die fiscale opstelling gaat nog verder. Als het geld voor de verbouwing op de spaarrekening was gestort, honoreert de inspecteur maar de helft van de rente als aftrekpost. De redenering is dan als volgt: het geld op de spaarrekening wordt één grote pot van 40.000 euro. Daaruit wordt 20.000 euro voor de verbouwing geput. Dat geld komt voor de helft uit de lening en voor de andere helft uit het spaargeld. De rente van de lening wordt voor de helft aan de verbouwing toegerekend en is dan ook maar voor de helft aftrekbaar.

Deze redenering is door enkele belastingrechters bij gerechtshoven onderuitgehaald. Omdat de fiscale aanpak volgens staatssecretaris Wijn (Financiën) wel degelijk juist is, moest de Hoge Raad er aan te pas komen. In zijn arrest van afgelopen vrijdag verwerpt de Raad als hoogste belastingrechter de visie van Wijn. Als iemand geld leent voor een `aftrekbaar doel' zoals een verbouwing dan wordt het bedrag van de lening aan dit doel gekoppeld. De Raad kijkt naar de lening als een inwisselbaar geldbedrag, en staat toe dat de verbouwing uit een ander potje wordt gefinancierd.

De enige voorwaarde die de Raad stelt, is dat het geleende geld op elke dag van het jaar binnen het liquide (contante) vermogen van de huiseigenaar aanwezig is. Dat is in het gegeven voorbeeld het geval, de huiseigenaar krijgt van de Hoge Raad dus tegen de zin van de staatssecretaris in zijn renteaftrek. De huiseigenaar zou wel in problemen zijn geraakt als hij na het opnemen van de lening 40.000 euro aan een auto had besteed en het tekort nog voor de verbouwing uit andere bron aanvulde. De bedoeling om de 20.000 geleende euro aan de verbouwing te besteden, was in de visie van de Raad vervallen zodra het geld op was.

Dit deel van het arrest van de Hoge Raad pakt gunstig uit voor de huiseigenaren. Er volgt nog een tweede deel, dat nadelig kan uitwerken. In het gegeven voorbeeld is het de praktijk dat de volledige rente die de bank rekent over de 20.000 geleende euro een aftrekpost oplevert. Volgens de Hoge Raad is dat fout. Er ontstaat pas renteaftrek vanaf het moment dat het geleende geld aan bijvoorbeeld de verbouwing is uitgegeven. Als men het geld één maand op de rekening heeft staan en pas dan de aannemer betaalt, is men de renteaftrek over die maand kwijt.

Volgens de Hoge Raad telt daarbij niet alleen het moment van de eerste uitgave. De aftrekbaarheid van de rente volgt het verloop van de uitgaven. Wie in januari 40.000 euro leent en op 1 juli en 31 december 20.000 euro betaalt, claimde naar de huidige praktijk renteaftrek over 40.000 euro gedurende het hele jaar. Bij een rentepercentage van 6 procent zou dat een aftrekpost van 2.400 euro zijn. Volgens de Hoge Raad is er alleen aftrek mogelijk over een halfjaar over een bedrag van 20.000 euro. De renteaftrek is daarmee tot een kwart teruggebracht; in het voorbeeld daalt de aftrekpost van 2.400 euro naar 600 euro.

Deze berekeningswijze kan dus een gevoelige aderlating betekenen. Ook wordt het ingewikkeld bij onderhoudswerkzaamheden die in de loop van het jaar, telkens voor bedragen van 500 of 1.000 euro worden uitgevoerd. Als die ten laste van een lening gaan, is er aanvankelijk helemaal geen aftrek. Een klein beetje renteaftrek ontstaat bij de eerste uitgave en de aftrekbare rente stijgt vervolgens geleidelijk met elke uitgave.

Om dat allemaal bij te houden en te berekenen, is een tamelijk complexe boekhouding nodig. De problemen zijn overigens van tafel als een huiseigenaar voor zijn onderhoudswerkzaamheden een aparte lege bankrekening opent. Bij elke uitgave wordt de schuld en daarmee de aftrekbare rentelast hoger. De hele rentelast kan aan het eind van het jaar zonder verdere berekeningen als aftrekpost worden overgenomen in de belastingaangifte.

Het is ook goed denkbaar dat het ministerie van Financiën met een handzame vuistregel komt of simpelweg het huidige systeem handhaaft, ook al heeft de Hoge Raad het verworpen. Staatssecretaris Wijn kan namelijk zelf regelingen treffen die voor de belastingbetaler gunstiger zijn dan wet en rechtspraak voorschrijven. Hij kan overigens ook de praktische complicaties van het arrest van de Hoge Raad aangrijpen om de aftrek van hypotheekrente over leningen voor verbouwing en onderhoud helemaal uit de wet te halen. Het ministerie van Financiën kon vanmorgen nog niet reageren op de uitspraak van de Hoge Raad.