Allerlei

New York is een stad die voor de stukjesschrijver veel verrassende en ongelijksoortige ervaringen in petto heeft. Ik geef u mijn notities van afgelopen vrijdagmiddag, 22 oktober.

In het metrostation Times Square heeft een vrouw een groot roze papier opgehangen, waarop ze met een zwarte viltstift een aanklacht tegen haar ex-minnaar heeft geformuleerd.

,,The Truth about Jared Levine'', staat erboven. ,,Cruel... no morals... no principles'', schrijft ze, ,,a rich spoiled guy that believes that if he has money he is `the master of the universe'.'' En: ,,I won't let you label me as `lesbian', because I am not. I am an innocent straight woman whose life has been fucked up by Jared Levine, a stupid asshole.''

Veel voorbijgangers blijven even staan om de tekst in zich op te nemen. Graag zou ik op het naschrift van Jared Levine wachten, maar ik moet door, naar een protestbijeenkomst op Union Square. Sinds 11 september 2001 zouden er in New York en New Jersey 103 mensen door politiemensen onnodig zijn omgebracht. Dat beweren de mensen van `The October 22 Coalition to Stop Police Brutality, Repression and the Criminalization of a Generation'.

Op Union Square verzamelen zich zo'n honderd aanhangers van deze coalitie, onder wie veel zwarte mensen en Latino's. Ze delen flyers uit met namen en foto's van slachtoffers en ze dragen spandoeken met teksten als `Stop the torture from NYC to Iraq' en `Jobs not Jails!' Ouders van slachtoffers vertellen geëmotioneerd over hun ervaringen.

De media geven nauwelijks acte de présence, ik tel één verslaggever en één cameraman. Het winkelende publiek slaat geen acht op de betogers, in tegenstelling tot het lijdend voorwerp van de demonstratie: de politie. De agenten gedragen zich onopvallend, maar in feite hebben ze het plein met een cordon afgezet. Eén betoger, een magere Dostojewski-achtige man, kan het niet langer aanzien en loopt voortdurend langs de politiemensen, terwijl hij met een holle, dreigende stem schreeuwt: ,,Jullie doen graag wat je verteld wordt!''

Ik loop door naar Greenwich Village, waar ik even het huis van de Huxtables wil bekijken. Kunt u zich nog de tv-serie met `het gezin' van Bill Cosby herinneren? Je zag altijd flitsen van een mooi, oud New Yorks rijtjeshuis met een trap naar het portiek. Dat huis is te vinden op nummer tien, St. Luke's Place. Ik sta het te bekijken als een oude man, zich voortbewegend met een stok, van de overkant roept: ,,Kan ik u helpen?''

Het is de eigenaar. ,,In die serie van Cosby is alleen de voorkant gebruikt'', vertelt hij, ,,ze zijn zelfs nooit binnen geweest.'' Hij woont er nu 47 jaar. Hij had het voor 50.000 dollar gekocht, nu is het vijf miljoen waard. ,,Leuk voor de kleinkinderen.'' Ja, in deze buurt hebben vroeger veel kunstenaars gewoond, glimlacht hij, maar die kunnen het hier allang niet meer betalen.

Ik loop terug naar de metro waar op de trappen een oude, zwarte bedelaar zit met twee jonge katjes. Eén blijft keurig in een doosje zitten, de ander loopt wat over het perron rond, maar keert naar de knie van zijn meester terug zodra een trein binnendendert.

Mijn middag is goed.