Weg van de wereld op Mexicaanse Highway 1

Titia Ketelaar rijdt de kustweg Highway 1 in Mexico en ontdekt hoe mooi eenzaamheid kan zijn.

Carretera Escenica (Scenic Route) melden de borden langs Highway 1. Vijftig minuten na het verlaten van Tijuana, net over de grens met de Verenigde Staten, is het nog steeds niet duidelijk waarom de Mexicaanse regering deze route aanraadt: als er iets moois te zien zou zijn, dan wordt dat goed verborgen door lelijke, en vooral hoge flats en appartementen voor rijke Amerikanen die, aan de borden van de talloze projectontwikkelaars te zien, betalen voor een uitzicht op zee.

En het wordt al maar afschuwelijker. Rosarito – favoriete bestemming van Amerikaanse studenten die een weekeindje weg willen – is te vergelijken met de boulevard van Scheveningen, hartje zomer. De geur van frituur en het geluid van Britney Spears ontnemen alle lust tot ontdekken. Verveelde paarden staan te wachten tot ze een ritje mogen maken over het overvolle en vervuilde strand, en dronken studenten proberen elkaar te verleiden tot een `wet T-shirt wedstrijd'. De enige reden om in Rosarito te stoppen, zouden de Fox studio's kunnen zijn waar de films Titanic en Tomorrow Never Dies voor een deel werden gemaakt.

Maar wie de moed niet opgeeft en zeker een uur stug doorrijdt naar het zuiden, wordt even beloond. Opeens is daar de zee – strakblauw – en doemt Ensenada op. Het havenstadje werd in de zestiende eeuw door de Portugezen ontdekt en achtereenvolgens bewoond door piraten, rancheros en goudzoekers en Stevenson zou hier Schateiland hebben geschreven zo melden diverse reisgidsen. Geen van de drie toeristenbureau's in de stad weet overigens waar.

Ensenada wordt nu vooral bevolkt door de passagiers van cruiseschepen, die zich drie keer per week op de boulevard Lopéz Mateos te buiten gaan aan Mexicaanse souvenirs, goedkope medicijnen en tequila en La Bufadora bekijken, een twintig meter hoge natuurlijke fontein, even buiten de stad.

GEEN BEREIK

Pas 28 kilometer buiten Ensenada wordt al snel duidelijk waarom de Mexicaanse Highway 1 volgens sommigen is te verkiezen boven de gelijknamige kustroute in het Amerikaanse Californië. De mobiele telefoon valt uit, de radio begint te kraken en de vierbaansweg maakt plaats voor een steile en kronkelige eenbaansweg door de bergen.

De dorpjes liggen steeds verder uiteen: Maneadero waar landarbeiders geld proberen te verdienen met de verkoop van olijven en minimaïs; Santo Tomás dat, sinds de Spaanse missionarissen in 1791 wijn gingen verbouwen, het hart van de Mexicaanse wijnbouw is; de ruïnes van San Vicente en San Quintin van waaruit de Britten Latijns-Amerika probeerden te koloniseren. De weg wordt stoffiger, de auto's schaarser – evenals de lichtborden van bierfabrikant Tecate die een café aangeven en de benzinestations van Petróles Mexicanos.

Na El Rosario wordt de omgeving adembenemend. De weinige bomen die in dit woestijngebied groeien, cirios genaamd (Spaans voor kaars), lijken met de wortels naar boven te groeien, de zeldzame cardon cactussen zijn enorm en de vulkanen en steenformaties doen denken aan een maanlandschap. Dit is eenzaamheid in de mooiste vorm: stilte, onbereikbaarheid en zo ver je kunt kijken helemaal niets.

Na bijna 180 kilometer, net als de woestijn zijn charme begint te verliezen, is het dorpje Cataviñas als een oase: met zwembad, restaurant en hotel van waaruit tochten naar prehistorische rotstekeningen kunnen worden gemaakt, maar helaas zonder werkend benzinestation.

STALEN ZENUWEN

Highway 1 vergt vanaf dat moment stalen zenuwen, de eerst volgende tank is bijna 200 kilometer door de brandende zon verder, de weg wordt slechter en de soldaten bij de militaire controleposten chagrijniger en grondiger bij hun zoektocht naar wapens en drugs. Gelukkig zijn er net genoeg voorbijgangers – in auto's en te paard – om in geval van nood iemand te kunnen aanschieten.

En dan, aan een zijtak van de weg, na een scherpe bocht en de laatste berg, het vissersdorpje Bahía de los Angeles en opnieuw een strakblauwe zee. Dit is de Golf van Californië, ook wel de zee van Cortés – vernoemd naar Hector Cortés die in 1535 het gebied ontdekte.

Bahía staat voor onthaasting. Er is een supermarktje, een belwinkel, vier eenvoudige hotelletjes en de elektriciteit valt bijna overal om tien uur uit, wat betekent dat vrijwel iedereen gaat slapen. De meeste bezoekers komen om te vissen (de vangst van dorado, yellowtail, marlin, corvina en kokkels wordt 's avonds op het strand op kampvuurtjes gekookt) of om te kajakken naar een van de eilanden in de zee, waar zeldzame en met uitsterven bedreigde flora en fauna onder streng toezicht van een gids kunnen worden bekeken. Maar ook de zee zelf, die door oceanoloog Jacques Cousteau ,,het aquarium van de wereld'' werd genoemd, is bijzonder. Vanuit de kajak zijn zelfs dolfijnen, zeeleeuwen en walvissen te zien, en – voor mensen met veel geluk – zeldzame zeeschildpadden. Het doet de eerste kilometers van de Highway 1 helemaal vergeten.

INFORMATIE

Alle grote autoverhuurbedrijven zijn in Tijuana te vinden. Amerikaanse huurauto's zijn weliswaar goedkoper, maar mogen de grens met Mexico niet over. Voordeel van een Mexicaanse auto is bovendien dat je niet voortdurend door de politie wordt aangehouden voor klein vergrijp, wat meestal een mordida, een omkoopsom, betekent.

Benzine is goedkoop, maar hoe zuidelijker des te schaarser de Pemex-benzinestations. Het bureau voor toerisme raadt aan de tank overal bij te vullen waar het kan, want ook niet alle tankstations hebben benzine. In noodgevallen hebben rancheros en vrachtwagenchauffeurs meestal wel een reservetankje. Het woord llantera (band) geeft een bandenplakker aan. De Angeles Verdes (groene engels) die rondrijden om gestrande toeristen te redden, komen niet zo regelmatig langs als de autoriteiten doen geloven.

Vooral rond Amerikaanse vrije dagen is het zaak om vooraf hotels te boeken. De hotels zitten dan niet alleen vol maar de hoteleigenaren verdubbelen ook nog eens de prijzen.