Wees waakzaam

Burgemeesters staan dichter bij de bevolking dan politie en inlichtingendiensten. Kunnen ze mooi signalen van radicalisering onder islamitische jongeren doorgeven aan de AIVD, vindt het kabinet. Doen we, zegt de ene burgemeester. Anderen denken daar niet aan. `Dat Stasi-beeld past niet bij Nederland.'

De moskee van imam Ahmad Salam ligt verscholen in de Von Suppéstraat in Tilburg-Noord, een buitenwijk met veel flats en een hoog percentage migranten. Het gebedshuis van de `Islamitische Stichting voor Opvoeding en Overdracht van Kennis' lijkt een gewone buurtmoskee, maar schijn bedriegt. De moskee maakt deel uit van een netwerk van fundamentalistische centra in Nederland, waartoe ook de bekende El-Tawheed-moskee in Amsterdam en de Al-Fourkaan in Eindhoven behoren, zo heeft de veiligheidsdienst AIVD vastgesteld. In 2002 kwam de in Syrië geboren Ahmad Salam in het nieuws toen actualiteitenrubriek Nova citeerde uit stiekem gemaakte opnamen van zijn preken. Salam zei dat je vrouwen mag slaan. Niet te hard, en niet op het hoofd, maar toch.

Onlangs kreeg Ahmad Salam bezoek van de nieuwe burgemeester van Tilburg, Ruud Vreeman. Net als zijn voorganger Stekelenburg wilde Vreeman duidelijk maken waar de grenzen liggen. Het slaan van vrouwen mag dan volgens sommigen door de koran worden goedgekeurd, de Nederlandse samenleving kan zoiets niet tolereren. Hetzelfde, zei Vreeman tijdens het gesprek, geldt voor betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Om zijn argumenten kracht bij te zetten had de burgemeester vooraf het laatste rapport van de AIVD, Saoedische invloeden in Nederland, opgestuurd. In dat rapport wordt Salams stichting aangewezen als een `salafistische' organisatie. Salafisme is een ultra-orthodoxe variant van de islam, waarvan is gebleken dat sommige aanhangers naar terroristische middelen grijpen. De overheid, wilde Vreeman maar zeggen, houdt Ahmad Salam in de gaten.

Aanwezig was ook ambtenaar Mark van Stappershoef, verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid in Tilburg. Direct na terugkeer typte hij een kort verslag van de bijeenkomst: hoe het gesprek tot stand was gekomen, wie er om de tafel zaten, dat hem was opgevallen dat de dochter van de secretaris van het moskeebestuur zeer goed Nederlands spreekt. Hij stuurde het rapport naar de Regionale Inlichtingendienst (RID) in West-Brabant, één van de buitenposten van de AIVD.

Als bestuursambtenaar heeft Van Stappershoef geen opsporingsbevoegdheid. Evenmin is hij een informant van de Regionale Inlichtingendienst. Toch speelt hij inlichtingen door aan de AIVD. Dat was niet de belangrijkste reden voor het bezoek aan Salam, zegt Van Stappershoef: de informatie is een `bijproduct' van een bestuurlijk gesprek tussen gemeente en moskee. Maar, zo zegt hij, ,,als onze activiteiten informatie opleveren die nuttig kan zijn, dan geven we dat door''.

Soft targets

Wat is in een tijd van dreigende terroristische aanslagen de rol van het lokaal bestuur? Wat verwacht het kabinet van de Nederlandse burgemeester? Moet die fundamentalistische tendensen in zijn stad vroegtijdig melden aan de AIVD? Of stelt hij zich daarmee op als verlengstuk van justitie en verliest hij zijn positie als voorman van alle burgers?

Afgelopen zomer, op 6 juli, kwamen de burgemeesters van de `G30', de dertig grootste steden van Nederland, bijeen op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag. Minister Johan Remkes was gastheer, minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) gastvrouw. Aanwezig was ook Sybrand van Hulst, het hoofd van de AIVD. Van Hulst introduceerde het militaire begrip `soft target', een plaats waar veel mensen samenkomen en terroristen dus veel slachtoffers kunnen maken. Hij lichtte het nieuwe alarmeringssysteem toe dat de terroristische dreiging aangeeft, van het geruststellende `groen' tot alarmfase `rood'. Verder, zo zouden de ministers Remkes en Donner op 10 september schrijven aan de Tweede Kamer, ging de `burgemeestersconferentie' over de ,,bestuurlijke mogelijkheden die het lokale bestuur ter beschikking staan'' in ,,de omgang met lokale moskeeën''.

Het kabinet verwacht veel van het lokaal bestuur. Uit onderzoek van de AIVD blijkt dat radicalisering onder vooral jonge moslims het risico van terroristische aanslagen in Nederland vergroot. Terrorismebestrijding is meer dan het opsporen en vervolgen van bommenleggers en jihad-strijders. Het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering is minstens zo belangrijk. Dat kan door dialoog, en door het ,,weerbaar maken'' van kwetsbare groepen moslims, schrijven Donner en Remkes aan de Kamer.

Maar dialoog is niet genoeg. Het lokale bestuur moet de ,,confrontatie'' met radicale moslims aangaan, zo krijgen de burgemeesters op de bijeenkomst van de G30 te horen. Ze moeten duidelijk maken waar de grenzen van de democratische rechtsorde liggen. En als islamitische groeperingen niet open zijn over hun doelstellingen of financiën, of als ze niet willen meewerken aan integratie, dan moeten gemeenten subsidies en vergunningen weigeren of intrekken. ,,Ook zonder dat sprake is van strafbare feiten is politiek-bestuurlijke aanpak van de risico's van de salafistische missie geboden'', schreef Remkes al voor de burgemeestersbijeenkomst in de begeleidende brief bij een AIVD-rapport over de invloed van het salafisme in Nederland.

Op de bijeenkomst wordt ook over iets anders gesproken, maar daarvan maken de ministers géén melding in hun brieven aan de Kamer. Het betreft een aanpak die nooit is doorgedrongen tot de officiële stukken. Lokale bestuurders moeten signalen van radicalisering zo vroeg mogelijk doorgeven aan politie en veiligheidsdiensten. ,,Men zei dat men ervan uitging dat we waakzaam zouden zijn'', zegt burgemeester Annie Brouwer van Utrecht. ,,Opletten geblazen'', was volgens burgemeester Vreeman van Tilburg de boodschap die werd meegegeven, en niet alleen op `verdachte pakketjes' op het Centraal Station. ,,Let op moskeeën, let op onderwijsinstellingen, wat voor bestuur is het, zitten er mogelijk extremistische kanten aan.'' En als je iets verdachts ziet: ,,Laat ons dat dan weten'', hoorde burgemeester Jacques Wallage van Groningen zeggen. ,,Dan zoeken wij het uit.''

Het lokale bestuur moet er ,,dichter opzitten dan nu'', zegt ambtenaar Van Stappershoef over de instructies uit Den Haag. ,,Zeg tegen de gebiedsteams in de stadsdelen: loop eens wat vaker de moskee in. Geen opsporen. Maar weet wat er speelt.'' Lokale bestuurders en ambtenaren moeten hun contacten met vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap intensiveren. ,,Dicht erop, zonder ze weg te drijven'', vat Van Stappershoef samen. ,,Wat je niet moet doen is ze monddood maken, ze plat-handhaven. Dan gaan ze de huizen in, de achterkamertjes. Ze moeten in de moskeeën blijven. Daar kun je ze in beeld houden.''

Voor burgemeester Wallage gaat dit te ver. Contacten met de moslimgemeenschap komen zo volledig in het teken van terrorismebestrijding te staan, zegt hij als hij tijdens de bijeenkomst het woord krijgt. Natuurlijk moet je opletten, maar dit lijkt op opsporen, en dat is een taak van justitie, niet van het bestuur: ,,Wat u moet doen, moet ú doen.'' De sfeer wordt zelfs enigszins grimmig als Wallage zegt dat het prima is om over oplossingen te praten, maar dat minister Verdonk met haar harde opstelling tegen migranten ,,een deel is van het probleem''. Er worden sussende woorden gesproken. Burgemeesters krijgen echt niet de opdracht terrorisme-verdachten binnen te brengen, ze moeten vooral bedacht zijn op radicalisering. Maar móchten bestuurders iets alarmerends horen over een individuele extremist, dan hoort de AIVD dat natuurlijk graag.

Jihad

Zo worden op 6 juli landelijk de lijnen uitgezet. In sommige steden was men al eerder wakkergeschud. Amsterdamse bestuurders sloeg de schrik om het hart toen op 28 januari 2003 duidelijk werd dat twee havo-scholieren van Marokkaanse afkomst, `Mo' en `Khalid', met de noorderzon vertrokken waren. Het vermoeden bestond dat zij op weg waren naar de gewelddadige jihad in een ver buitenland.

Op vrijdagochtend 6 februari verzamelde burgemeester Cohen de voorzitters van veertien stadsdelen om zich heen. Zij zijn een soort mini-burgemeesters met een van de burgemeester afgeleide taak voor de openbare orde en veiligheid. Ze komen in de wijken, hebben contact met jongerenwerk, opbouwwerk, buurtwerk, met ambtenaren die weten wat in de wijk leeft. De Amsterdamse bestuurders spraken over de problemen die de stad te wachten stonden in verband met de dreigende oorlog in Irak. Maar natuurlijk kwam het gesprek al snel op Mo en Khalid. Hoe kun je zoiets voorkomen?

,,Ik heb geen zorgen over wat ik zie, maar ik heb zorgen over wat ik níét zie'', is een uitspraak van hoofdcommissaris Jelle Kuiper die veel stadsdeelvoorzitters zich van die dag herinneren. Kuiper deelde het rapport Rekrutering in Nederland voor de jihad uit, dat de AIVD twee maanden eerder had gepubliceerd. Stadsdeelvoorzitter Simon Willing van Osdorp: ,,We hebben de afspraak gemaakt de banden met schooldirecties, met moskee-organisaties en dergelijke aan te halen. We letten op gedragsverandering, verandering van kleding, wat jongeren zeggen. En als we signalen krijgen, geven we die aan Kuiper door.''

Willings collega Henk van Waveren van stadsdeel De Baarsjes heeft die taak serieus genomen: ,,Ik zei tegen Jelle: ik wil dat bespreken. Dus ik heb dat rapport gekopieerd en hier aan talloze organisaties gegeven. Mijn boodschap was: als je iets weet, bel me op.'' Tot dusver is dat niet gebeurd.

Een dag na de bijeenkomst van de bestuurders waren Mo en Khalid weer thuis. Op weg naar Tsjetsjenië waren ze gestrand in Oekraïne, en op de trein naar huis gezet. Mo werd later als Samir A. bekend als verdachte van het voorbereiden van terroristische aanslagen in Nederland.

Ook de door het kabinet gewenste dialoog met lokale islamitische organisaties is al eerder begonnen – direct na 11 september 2001. Burgemeester Cohens slagzin `de boel bij elkaar houden' is door velen omarmd. ,,Ik wil er voor zorgen dat de moslims in Schiedam mij ook als burgemeester herkennen'', zegt burgemeester Reinier Scheeres. ,,Ik wil bevorderen dat ze zich thuis voelen in deze stad. Ik wil niet de indruk wekken dat ze er buiten staan.'' In zijn vorige gemeente Zaanstad kon Ruud Vreeman een netwerk van `opinieleiders' bijeenroepen. ,,De burgemeester wil graag praten, was de boodschap. Dan kwamen er 40 tot 50 mensen, soms zeer zwaar gesluierde vrouwen. Veel van die mensen kwamen ook op mijn afscheidsfeestje.''

Het zijn deze contacten die aangesproken worden in tijden van crisis: rond het begin van de oorlog in Irak vorig jaar, na de aanslagen in Madrid in maart van dit jaar. Het eerste doel: onrust dempen. Burgemeester Ivo Opstelten is na 11 september in Rotterdam vele moskeeën langsgegaan. Hij had niet het idee dat daar overal terroristen rondliepen. ,,Maar je moet niet naïef zijn. Dus als men iets hoort, dan wordt dat doorgegeven.'' Een gespreksverslag van de bezoekjes aan de moskeeën wordt standaard naar de `lokale driehoek' gestuurd, waar burgemeester, politie en openbaar ministerie samenkomen. ,,Zij moeten die informatie van mij hebben, net als ik informatie van hen krijg.'' Komen die gegevens dan weer via politie en RID bij de AIVD terecht? ,,Dat zou kunnen'', zegt Opstelten. ,,Terugkoppeling is totaal normaal. De AIVD zou daar gebruik van kunnen maken, daar moet je niet geheimzinnig over doen.''

Signalen

Opstelten vindt het niet zo'n grote stap, van het onderhouden van een netwerk naar het vergaren van de inlichtingen. ,,Er is geen instructie door het stadhuis gegaan: vanaf nu kijken we uit naar potentiële terroristen'', zegt hij. ,,Er is geen gemeentelijke organisatie onder mijn leiding die de opdracht heeft verdachten binnen te dragen. Maar we zijn niet gek. Natuurlijk wordt er opgelet.''

Ook Saranna Maureau, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Oud-West, lette altijd al goed op, zegt ze. ,,Ik ervaar dat niet als een speciale vraag.'' Ze wil graag de indruk vermijden dat islamitische burgers een speciale behandeling krijgen. De bekende fundamentalistische El-Tawheed-moskee ligt binnen de grenzen van haar stadsdeel. Maar moslimextremisme is slechts één van haar `aandachtsgebieden', zegt Maureau.

Niettemin heeft ze met de politie afgesproken bepaalde ,,signalen'' door te geven. Dingen waar je ,,bestuurlijk gezien niet onmiddellijk iets mee kan''. Zoals een man die zich elke dag om ,,onduidelijke'' redenen op dezelfde plek bevond. In zo'n geval kan er worden gebeld met een contactpersoon bij de politie die gespecialiseerd is in het onderwerp. Maureau heeft diens 06-nummer beschikbaar voor haar ambtenaren en bezorgde bewoners. Die gebruiken het soms, weet ze. Haar collega in Bos en Lommer, Hans Luiten, gebruikt het nummer ook: ,,Wij horen wel eens dingen van burgers. Mensen die jongeren vol bewondering horen praten over de Talibaan in Afghanistan, met iemand die daar kennelijk meer van weet.'' Rekrutering voor de jihad zoals de AIVD omschrijft? Luiten: ,,Ja, dat soort verhalen.''

Met het telefoonnummer wil de politie de drempel verlagen voor lokale ambtenaren en hulpverleners om dingen te melden. Op die manier, hoopt de politie, kunnen de ogen en de oren van de buurt beter worden ingezet. De aanslagen van 11 september 2001 hebben het toch al veranderende denken over het gebruik van gevoelige informatie in een stroomversnelling gebracht.

Henny Schilders, als hoofd van de unit inlichtingen in Midden- en West-Brabant verantwoordelijk voor de RID in zijn politieregio, tekent een schema op een A4'tje. ,,Vroeger stonden er hele hoge muren tussen de verschillende politiediensten'', zegt hij. ,,Daardoor liep je het risico dat je blik te nauw was.'' Met de invoering van een centraal computersysteem bij de politie, begin dit jaar, zijn die muren volgens Schilders voor een belangrijk deel geslecht.

Hij tekent in het midden van het schema een cirkel. Sinds kort, vertelt hij, komt alle informatie van politie – meldingen, aangiften, recherche-informatie en inlichtingen

Vervolg op pagina 34

Wees waakzaam

Vervolg van pagina 33

van de RID – samen in het Regionaal Informatie Knooppunt (RIK) en wordt daar ,,veredeld'' tot intelligence. De informatie staat natuurlijk ter beschikking van de AIVD, maar kan óók verstrekt worden aan het lokale bestuur. In de Tweede Kamer zei minister Remkes in april hierover dat de AIVD en de regiokorpsen van de politie hun best doen ,,om in de haarvaten van de samenleving de gewenste informatie beschikbaar te krijgen en te verwerken''.

In zijn Bredase kantoor legt RID-chef Schilders uit hoe hij dat doet, informatie winnen uit de `haarvaten van de samenleving'. Hij informeert het lokale bestuur over veiligheidszaken, maar verwacht ook ,,een heleboel terug''. ,,We streven naar lage drempels tussen organisaties, bijvoorbeeld tussen de wijkagent en de woningbouwstichting.'' Hoe dat werkt? Nou zo: stel dat een monteur in een woning is voor een reparatie en ziet dat er jihad-posters aan de muur hangen. Schilders: ,,Dat willen we graag weten.'' Ander voorbeeld. Een ambtenaar van de gemeente praat met het moskeebestuur over een bouwvergunning. Komen er ,,ineens hele rare ideeën naar boven'' tijdens het gesprek. ,,Ook dát kan een belangrijk signaal zijn dat met ons gedeeld zou moeten worden.''

Door de nieuwe strategie is het beeld ,,completer'' geworden, zegt Schilders. Daardoor kunnen bestuurders of hulpverleners veel eerder ingrijpen, als er tekenen zijn dat een bepaalde groep radicaliseert – ,,niet zozeer in de repressieve, maar ook in de preventieve sfeer''. Schilders: ,,Er heeft in het verleden een hoop kennis gezeten bij allerlei instanties die nu loskomt.''

Werkt deze strategie? Uit de gesprekken die deze krant voerde met lokale bestuurders blijkt dat niet iedereen op scherp staat. Leerplichtambtenaar Lenie Mulder kreeg drie weken geleden op haar bureau in Amsterdam-Osdorp bezoek van twee Marokkaanse scholieren in traditionele islamitische kleding en met beginnende, vlassige baardjes. ,,Ze zeiden dat ze gingen studeren in Egypte, ze hadden daarvoor een bewijs van mij nodig.'' Mulder, bezorgd, wilde meer weten. ,,Maar ik kreeg er niets uit. Ze vonden het irritant dat ik doorvroeg.'' Meteen melden, zou je misschien zeggen – maar nee. ,,Ik heb dat niet doorgegeven. We kunnen toch niet veel doen.''

Een stad als Dordrecht heeft een grote moslimgemeenschap. Maar burgemeester Bandell ging niet naar de G30-bijeenkomst van deze zomer, hij stuurde zijn loco. Bandell: ,,Natuurlijk moeten we het probleem van gewelddadig moslimextremisme niet bagatelliseren. Maar als burger van Dordrecht merk ik daar bar weinig van.'' En als burgemeester? ,,Ik wil weten wat er in mijn gemeente speelt. Maar daar heb ik de AIVD niet voor nodig. Misschien valt het allemaal wel mee.''

Schriftuitlegging

Lokale bestuurders die zich wel actief opstellen lopen al snel tegen beperkingen aan. Jan-Coen Hellendoorn is stadsdeelvoorzitter in Amsterdam Oud-Zuid. In zijn wijk staat de Arrahmane-moskee, die in handen is van de Pakistaanse fundamentalistische Tabligh-beweging – tot verdriet van veel gelovigen in de buurt, die zich beklagen over het negeren van vrouwen en de radicale praat in de preken. Hellendoorn zit er `bovenop': elk jaar heeft hij een gesprek met het moskeebestuur. ,,Ze ontkennen in alle toonaarden dat ze iets te maken hebben met terrorisme, ze zijn voor de vrede zeggen ze. Maar ik krijg vast niet alles te horen.'' Oud-West-voorzitter Saranna Maureau noemt de contacten met de El-Tawheed in haar stadsdeel ,,niet heel innig''. ,,Waar moet ik het met hen over hebben? Over strafbaarheid? Daar ga ik niet over. Over de schriftuitlegging? Ik ben niet voor niks ongelovig.'' Bovendien is ze een vrouw: ,,Ik krijg geen hand, dat vind ik wel ingewikkeld. Waar moet ik heen met mijn emotie daarover?''

Een aantal bestuurders vindt dat de inlichtingendiensten te weinig informatie geven om hen te helpen de voedingsbodem voor extremisme weg te nemen. Burgemeesters van grote steden krijgen presentaties door de AIVD over de specifieke problemen in hun stad. Maar waar de bestuurders graag zoveel mogelijk `namen en rugnummers' willen weten, houdt de AIVD de informatie zo algemeen mogelijk. De regels voor het verstrekken van gevoelige informatie zijn weliswaar versoepeld, maar zomaar gegevens doorgeven aan zomaar een burgemeester, dat kan nog steeds niet.

Zo kan het zijn dat zowel burgemeester Vreeman als zijn ambtenaar Van Stappershoef zegt niets te weten over de activiteiten van Mohammed Cheppih. Cheppih is de leider van de in Tilburg gevestigde Nederlandse tak van de Moslim Wereld Liga, een internationale organisatie die in verband is gebracht met de financiering van de aanslagen van 11 september. Hans Luiten in Bos en Lommer: ,,Is die Samir A. een halve mongool, of stelt dat verhaal van die plattegronden echt iets voor? De AIVD zou lokale bestuurders betere informatie moeten leveren.''

Ook het onbehagen van de Groningse burgemeester Wallage wordt door verschillende van zijn collega's gedeeld. ,,Ik ben niet de Sherlock Holmes van Tilburg'', zegt burgemeester Vreeman. Er moet niet het beeld ontstaan dat de overheid niets anders doet dan moslims in de gaten houden, zegt burgemeester Annie Brouwer van Utrecht. ,,Dat Stasi-beeld past niet bij Nederland.'' Direct na de arrestatie van een Marokkaans gezin in een woning in de Utrechtse Bucheliusstraat, waar explosieven zouden liggen, had Brouwer veel contact met verontwaardigde moslims in de buurt. Toen heeft ze echt niet gevraagd naar mogelijk extremisme. ,,Daar was absoluut het klimaat niet naar.'' Het gezin bleek onschuldig.

Wallage vindt dat lokale bestuurders ervoor moeten waken te ver te gaan in hun informatievoorziening aan de inlichtingendiensten. ,,Je moet scherp onderscheid maken tussen opsporing en vervolging, en preventieve maatregelen om radicalisering in te dammen'', zegt hij. ,,Natuurlijk is het goed om met mensen te praten. Maar als met het opvangen van signalen wordt bedoeld: een aanloop tot opsporen, dan ben ik het daar niet mee eens. Dat is werk van de inlichtingendienst.''

Voor de goede orde, zegt Wallage, hij is geen softie. En de burgemeester van Groningen begrijpt dat ministers als Remkes en Donner onder grote politieke druk staan om op te treden tegen het gevaar dat van moslimextremisme uit kan gaan. Kán gaan, want tot nu toe is Nederland een aanslag bespaard gebleven. Het is als met de chloortreinen die 's nachts door Groningen denderen, zegt Wallage. Als er iets gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien, maar de kans dát er wat gebeurt, is heel klein. Wallage: ,,Het gevaar bestaat dat je een heel systeem van waakzaamheid in het leven gaat roepen voor een tot dusver heel beperkt probleem.'' Maar minister Remkes mag hem toch wel vragen op te letten? ,,Op zich mag je dat best vragen. Ik hoop alleen dat de burgemeester hoeder is van de democratische rechtsorde. De burgemeester als hulpofficier van justitie: dat zou niet passen bij het openbaar bestuur.''