Vlees

Osman Ali Hassan is niet graag thuis, in zijn galerijflat waarvan de ramen zijn dichtgeplakt met een huis-aan-huiskrant uit september 2001. Hij wandelt liever door de straten van Soest. Naar het gemeentehuis, om een gratis Metro te halen. Naar VluchtelingenWerk, voor een kop koffie of Nederlandse les. En naar de bibliotheek, om buitenlandse kranten te spellen op vaderlands nieuws uit Somalië – ,,Wist je dat onze president nu naar het buurland is gevlucht omdat hij het in eigen land niet veilig vindt?''

Osman Ali Hassan, leraar aardrijkskunde, kwam op 26 juni 1994 naar Nederland. Hij was in zijn eentje Somalië ontvlucht via Kenia, vertelt hij in perfect Engels, wegens een stammenstrijd op leven en dood. Nederland kende hij uit vakantieverhalen van jeugdvriendjes die samen met hun vaders naar de Siemensfabrieken vertrokken om geld te verdienen. ,,Dan begonnen ze over sneeuw en dacht ik elke keer weer: wat is dat toch?''

Nederland verleende Osman Ali Hassan eind jaren negentig geen asiel. En toen hij geen reispapieren kon krijgen om terug te reizen, vroeg hij in 1999 alsnog een verblijfsvergunning aan. Vorige maand werd die afgewezen, maar zijn advocaat heeft daartegen beroep aangetekend. Osman Ali Hassan heeft daar alle vertrouwen in. ,,Ik ken niemand die terug op het vliegtuig naar Somalië is gezet.''

Het schelle televisielicht van BBC World verlicht de flat. Er staat een gebloemd bankstel in de kamer, een tafeltje met plastic chrysanten en er ligt een pers op de vloerbedekking, gekregen van Somaliërs die zijn verhuisd naar Birmingham in Engeland. Als hij te lang in deze kamer rondhangt, vertelt Osman Ali Hassan (47), wordt hij gek. ,,Dan realiseer ik me dat mijn leven wachten, wachten, wachten is. Dan denk ik alleen nog aan doodgaan en doodmaken.''

Er komt een andere Somaliër binnen – ,,We wonen hier met zijn drieën. We roken niet, we drinken niet, en verspillen geen elektriciteit of water.'' De man heeft net een Nederlands paspoort gekregen maar kijkt bezorgd. Zijn vrouw en vijf kinderen zitten illegaal in Saoedi-Arabië en hij verdient te weinig om ze hierheen te halen. ,,Ze vrezen voor hun leven. Saoediërs zijn hartstikke rijk, maar gooien illegalen eruit zodra ze die te pakken krijgen.''

Osman Ali Hassan: ,,Doe mij maar Nederland. Ze geven me een huis. Ze geven me vlees. Ik hoef alleen maar mezelf te vermaken.''

Dit is het tweede portret uit een serie over de 5.000 uitgeprocedeerde asielzoekers.