Vlaanderen maakt school

Nederlanders zien de voordelen in van het Belgische onderwijs, en sturen hun kinderen over de grens naar school. `Het is er strenger, maar tegelijk ook gemoedelijker en fatsoenlijker.'

OP BASISSCHOOL `Het Wezeltje' in het Belgische Lanaken gaat de bel 's ochtends twee keer. Bij de eerste bel moeten de kinderen zich opstellen in een rij, na de tweede mag niet meer worden gepraat. Dan pas lopen de kinderen, keurig achter elkaar, de school in. Piercings en naveltruitjes zijn op Het Wezeltje uit den boze, en de kinderen zitten in rijtjes van twee in de klas. ``Ik wil niet zeggen dat we ouderwets zijn'', zegt directeur Jean Pierre Welkenhuyzen. ``Maar we zijn wel op degelijke leest geschoeid.'' Steeds meer Nederlandse ouders vinden die structuur en discipline belangrijk, merkt hij. ``Dus komen er elk jaar meer Nederlandse kinderen naar onze school.'

Niet alleen bij basisschool Het Wezeltje is het 's ochtends een komen en gaan van auto's met Nederlandse kentekens. Het aantal Nederlandse leerlingen dat over de grens naar school gaat, groeit snel. Iedere ochtend rijden in alle vroegte busladingen vol Nederlandse scholieren uit de hele grensstreek richting België.

Uit cijfers van het ministerie van Onderwijs blijkt dat in het schooljaar 2002/2003 bijna 18 duizend Nederlandse kinderen op Vlaamse scholen zaten. Twee jaar eerder, in 2000/2001, waren dat er nog 15.500. Veertig procent van de Nederlandse kinderen steekt daadwerkelijk de grens over, de rest woont al met zijn of haar ouders in België. In verhouding gaan bijna 14 keer meer Nederlandse leerlingen in België naar het basis- en secundair onderwijs dan Belgische leerlingen naar Nederland.

moederland

Op basisschool Het Wezeltje hebben 77 van de 254 kinderen de Nederlandse nationaliteit. Ook van hen woont het merendeel in België, maar Welkenhuyzen vindt het evengoed veelzeggend: ``We zitten maar vier kilometer van de grens, dus de Nederlandse ouders die hier wonen, kunnen hun kinderen ook gewoon in hun moederland op school doen. Vaak zit een Nederlandse school zelfs dichterbij hun huis. En toch kiezen ze voor ons.''

Tegelijkertijd groeit ook het aantal kinderen dat elke dag vanuit Maastricht richting Het Wezeltje komt. Pieke (2,5) bijvoorbeeld, het zoontje van Erwin Brepoels. ``Ik heb bewust voor een Belgische school gekozen'', zegt hij. ``Het is er strenger, maar tegelijk ook gemoedelijker en fatsoenlijker. Dat is gewoon de Belgische mentaliteit, en die spreekt me meer aan dan de Nederlandse. Er is niks mis mee als je van kinds af aan wat discipline meekrijgt.''

In België mogen kinderen al vanaf 2,5 naar de basisschool, maar dat was voor Brepoels niet doorslaggevend. ``Ik werk alleen in het weekend en mijn vriendin doordeweeks, dus qua opvang is het niet nodig.'' Voor veel andere ouders is die grens van 2,5 wel belangrijk, vertelt directeur Welkenhuyzen. ``We hebben zelfs meegemaakt dat ouders hun kinderen weer van school haalden toen ze vier jaar werden en wél in Nederland naar school mochten. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.''

Welkenhuyzen benadrukt dat het onderwijs inhoudelijk `een stuk sterker' is dan in Nederland. ``Onze lessen worden volgens de laatste onderwijsprincipes gegeven, maar wel ouderwets intensief, met 's ochtends de nadruk op cognitieve vakken en 's middags wereldoriënterende en muzische vakken. Sommige Nederlanders komen speciaal omdat we Frans geven, en vorig jaar zijn we genomineerd voor een prijs voor onze aanpak van pestgedrag.''

Welkenhuyzen erkent dat ook de kosten van het onderwijs zullen meetellen bij de beslissing van Nederlandse ouders om hun kinderen bij hen op school te doen. België kent geen schoolgeld, en het `overeten' is gratis. Alleen voor extra's als schoolreisjes en zwemlessen moeten de ouders betalen. De voor- en naschoolse opvang in België is voor Nederlandse begrippen spotgoedkoop, en soms zelfs gratis. Het Wezeltje biedt opvang van zeven uur 's ochtends tot zes uur 's avonds. Kosten: vier euro voor een dagdeel en 0,65 eurocent voor een half uur. Welkenhuyzen: ``En dan krijg je er nog een drankje bij ook.''

Ook het voortgezet onderwijs weten de Nederlandse ouders te vinden. De Katholieke Scholengemeenschap Harlindes en Relindes in het Vlaamse Maaseik, bijvoorbeeld, trekt zelfs leerlingen die tot 45 kilometer verderop in Brabant wonen. Van de 3500 leerlingen, verdeeld over vijf scholen, is ongeveer de helft Nederlands. Frank Hungenaert, woordvoerder en directeur van de afdeling Haarzorg van de Sint-Jansberg, één van de vijf scholen, ziet dat vooral in het beroepsonderwijs het aantal Nederlanders toeneemt. ``Binnen de vmbo-studierichtingen is in Nederland de afgelopen jaren veel veranderd. Ik wil het Nederlandse onderwijs niet afvallen, maar blijkbaar staan het nijverheidsonderwijs en technische onderwijs daar niet zo goed aangeschreven. We worden de laatste tijd veel gebeld door Nederlandse bedrijven die op zoek zijn naar Nederlanders met een Belgische opleiding. Volgens hen zijn dat betere vakmensen.''

De schoolcultuur in België is anders, zegt ook Hungenaert. ``Als leerkrachten ziek zijn, regelen we vervanging. ADV kennen we niet en leerlingen worden niet naar huis gestuurd. In de pauze mogen ze niet de stad in. Tijdens de les moeten ze eerst het woord vragen. Pas als ze dat krijgen, mogen ze praten.'' Het zijn precies dit soort voorbeelden waar de Nederlandse Paul Hunnekens zo enthousiast van wordt. Zijn zoon Joeri (18) en dochter Milau (14) reizen iedere dag heen en weer tussen hun woonplaats Weert en de technische school Sint-Jansberg in Maaseik, onderdeel van Harlindes en Relindes. ``In Nederland zijn normen en waarden ver te zoeken, in België heb je ze nog op school. Het is er wat conservatiever, niet alleen maar vrijheid, blijheid zoals in Nederland. Je moet er presteren.'' In het begin was het zwaar voor Joeri en Milau. ``Maar alles went op den duur, en na twee maanden waren ze omgeplooid. Ook thuis merkte ik toen dat ze beleefder werden.''

busnetwerk

Hunnekens is lid van het oudercomité van de Sint-Jansberg, en in die hoedanigheid zette hij samen met andere Nederlandse ouders een uitgebreid busnetwerk op voor hun kinderen. Drie bussen vertrekken elke ochtend vanuit Helden/Panningen, twee vanuit Weert, twee vanuit Budel, dat 45 kilometer van Maaseik vandaan ligt, en drie uit Horn. De regio Echt/Koningsbosch staat op de agenda voor dit jaar. Hunnekens: ``Er zijn zo veel Nederlandse ouders geïnteresseerd in de Sint-Jansberg, dat de school zelfs een stop heeft afgekondigd.''

Toch is niet iedereen even blij met de onderwijsvlucht. Nederlandse scholen in de grensstreek lopen leerlingen mis, een tendens die ook woordvoerder Ellen Jaspers van de Nederlandse provincie Limburg ziet. Een eerste stap van de Provincie om het tij te keren, is het verbeteren van het negatieve imago van het vmbo in Nederlands Limburg. Een prijs van vijftienduizend euro wordt uitgeloofd onder vmbo-scholen. Jaspers: ``Op die manier willen we scholen uitdagen om met vernieuwende ideeën te komen. Daarmee hopen we uiteindelijk de leerlingen voor Nederland te behouden.'' De Provincie wil daarnaast ook graag weten hoe het komt dat steeds meer Nederlanders kiezen voor een Belgische school. Jaspers: ``De achterliggende redenen zijn vaak nogal diffuus. De Universiteit van Maastricht doet hier momenteel onderzoek naar, in opdracht van ons. Volgend jaar hopen we meer te weten en afhankelijk daarvan kunnen we dan verdere actie ondernemen.''

lestijden

Intussen zien de Belgische scholen over het algemeen de Nederlandse leerlingen graag komen. Directeur Welkenhuyzen: ``Alle leerlingen tellen mee voor het lestijdenpakket, en hoe meer lestijden we hebben, hoe meer mensen we kunnen aannemen.'' Toch zijn er ook nadelen aan de komst van de Nederlanders, vindt hij. ``Met de kinderen onderling gaat het prima. Het zijn de Nederlandse ouders waaraan het soms moeilijk wennen is. Ze zijn heel open en gewend om veel inspraak te hebben. Een schooldirecteur heeft hier een aantal autonome bevoegdheden, dat begrijpen sommige Nederlanders niet. Soms ben ik me aan het verantwoorden over iets waarvan ik denk: daar hoef ik helemaal niet over te onderhandelen.'' Ook Hungenaert vindt Nederlanders `directer en spontaner' dan Belgen. ``Dat zien wij soms als onbeleefd.'' Maar hij vindt het toch vooral een positieve tendens. ``Misschien worden Belgen door de komst van Nederlanders wat assertiever, en de Nederlanders iets rustiger.''